Merchant banking

Het bericht dat Drexel Burnham Lambert een kapitaalkrachtige partner zoekt, toont weer eens aan hoe riskant het is met geleend geld aandelen te kopen. In de jaren twintig deden kleine beleggers dat en dat avontuur liep uit op de grote krach. In de jaren tachtig deden instellingen precies hetzelfde. Zij noemden het merchant banking.

De grote Amerikaanse effectenhuizen deden vroeger niet veel meer dan aandelen, die grote bedrijven uitgaven om nieuw vermogen aan te trekken, plaatsen bij geinteresseerde beleggers. Totdat ze ontdekten dat ze ook mensen aandelen konden laten kopen zonder dat de betrokken onderneming nieuwe aandelen uitgaf. Daarmee werd de onvriendelijke overneming geboren. De volgende stap was dat de effectenhuizen niet eens meer een raider of andere koper zochten om bedrijven over te nemen, maar zelf ondernemingen kochten in de hoop die met winst door te verkopen.

Dat oogde indrukwekkend, ware het niet dat de grote effectenhuizen niet al te ruim in het kapitaal zitten en niet, zoals banken, een groot reservoir trouwe spaarders hebben dat een voortdurende stroom van geld genereert. Dus moeten ze hun geld op de markt lenen van banken en grote bedrijven. Die vinden de aandelen- en obligatieportefeuilles van effectenhuizen inmiddels te riskant om goedkoop te financieren.

In Nederland doen banken zelf zowel het bankbedrijf als het effectenbedrijf en steeds meer merchant banking. Dat is niet optimaal voor alle klanten, maar het biedt de financiele instellingen wel een spreiding van risico's.

Volmac

Dat Volmacs World Software Group (WSG), die onder leiding van prof. dr. A. van der Zwan een soort multinational op het gebied van programmatuur moet worden, nu een belang verkoopt in plaats van koopt hoeft er nog niet op te wijzen dat het slecht gaat met die plannen.

Het kan wel zo vriendelijk zijn aan iemand met wie je wilt samenwerken diens aandelen terug te verkopen. De koersontwikkeling heeft van Volmac ook een wat minder imposante partner gemaakt. Op een koers van nu fl.46,50 is Volmac op de beurs nu bijna 1,5 miljard waard. Een jaar geleden was dat nog twee maal zoveel. Een trieste ontwikkeling voor aandeelhouders, maar een goede voor potentiele partners.

Obligaties

Met een gulden gekoppeld aan de D-mark heeft de obligatiemarkt inmiddels leren leven. Maar wat te doen nu de gulden behalve aan de D-mark ook aan de Ostmark dreigt te worden gekoppeld? De handel weet het niet. Een obligatiemarkt waarop partijen van mening verschillen is geen fraai gezicht. Normaal gesproken zijn beleggers op de obligatiemarkt het met elkaar eens. Ze verwachten allemaal dat de rente zal dalen of zal stijgen en - causaal verband of niet - meestal hebben ze dan nog gelijk ook. Maar vorige week is er dagelijks voor 1 miljard gulden aan obligaties verwisseld terwijl de prijs gelijk een jojo op en neer ging. Na het weekeinde zijn beleggers het eens geworden. De rente in Nederland gaat omhoog. Dat de reele rente nu los staat van iedere realiteit, blijkt niet alleen uit de hoogte van de rentestand. Het blijkt ook uit de opvatting van de markt dat een gulden, of hij nu voor een maand, een jaar of tien jaar vaststaat, steeds 9 procent moet kosten.