Leipzig roept: 'Wij willen de D-mark'

LEIPZIG, 13 febr. - Klokke zes klinken de eerste tonen van het Westduitse volkslied uit de luidsprekers op het balkon van de Leipziger Opera. Er klinkt wat gejuich. De maandagse 'Demo' is begonnen. Het strijkkwartet brengt een opmerkelijk trage en treurige uitvoering van de hymne die Joseph Haydn, ontgoocheld over de ontaarding van de Franse revolutie, componeerde als tegenhanger van de Marseillaise.

De muziek weerspiegelt het gemoed van de demonstranten. Zoals Haydn in 1797, op zijn 65-ste, moeite moest doen om zijn geheugen en zenuwen op orde te houden bij het componeren, zo moeten de DDR-burgers, na 40 jaar vermoeid en ongeduldig, zich nu forceren om de sprekers te laten uitpraten. Want die hebben niets nieuws te melden. Als ze niet met het woord 'Duitsland' of 'patriot' beginnen, maar met 'behoedzaamheid' of 'etappes' krijgen ze so wie so als enige reactie 'Ophouden!', begeleid door een orgie van gefluit.

Slechts een van de redenaars weet de gevoelige snaar van het moment te raken. Hij roept dat de D-mark zo snel mogelijk moet worden ingevoerd in de DDR. 'Wij willen de D-mark!', klinkt het onmiddellijk uit duizenden kelen. 'Ook de D-mark voor onze bejaarden', roept een man. 'Ook de D-mark voor de kinderen', roept even verderop een vrouw. Iemand houdt een bord omhoog: 'Komt de D-mark niet naar ons, dan gaan wij naar haar'. De Westduitse minister van financien Theo Waigel verklaarde gisteren in Brussel dat de geldhervorming in de DDR snel en in een keer a la Ludwig Erhard in 1948, moet worden doorgevoerd 'omdat de bevolking van de DDR geen kracht meer heeft'.

Als Leipzig een barometer is voor de stemming onder 'het volk', en dat was Leipzig tot nu toe, dan heeft Waigel gelijk. In Leipzig heeft men zelfs niet meer de kracht om nog behoorlijk te demonstreren.

Geen fut meer

De fut is er uit in Leipzig. Al weken zijn er geen DDR-vlaggen meer te zien, alleen nog Westduitse; al weken zijn de democratie en de Stasis, waar het allemaal om begonnen was, geen thema's meer op de spandoeken. Kaarsjes worden niet meer plechtig meegedragen. Gisteravond waren er ook nauwelijks nog woedende of geestige teksten te lezen over Krenz, Honecker en de rest van het ancien regime. Ook al werd de eis van Wiedergutmachung voor alle slachtoffers van het Oostduitse socialisme luid begroet, ook dit houdt de mensen niet echt meer bezig. Zelfs de colporteurs van de diverse partijen werden niet langer bestormd, al waren ze binnen de kortste keren door hun voorraad heen en hadden velen er speciale plastic tasjes voor meegenomen. De slinkende hoeveelheid mensen, minder dan 100.000, op het Karl Marx Plein, dat onofficieel tot Plein van de Vrijheid is omgedoopt, vormde geen eensgezinde demonstratie meer, maar een verzameling verveelde, onzekere kiezers op zoek naar houvast bij een stencil of hoogglans drukwerkje, bij een woord van hoop voor de toekomst. Als om de frustatie over de onzekerheid en verdeeldheid af te reageren, werd de massa slechts even een in een gezamenlijke woede: tegen die enkele tientallen Republikaner die schreeuwden dat het Duitse heil in het verleden ligt. Leipzig moest er gisteravond niets van hebben.

Het plein voor de Opera leek op een matte, politieke fancy-fair. Er bliezen mensen op een scheepstoeter, er waren stickers te koop - I love Germany - en buttons en dassen. Natuurlijk, men kon overal verwensingen horen van de een tegen de ander, de meeste van de anale soort. Maar alles en iedereen werd getolereerd. Een langharige 'internationale socialist' kon zonder problemen het blad 'Klassenkampf' slijten, twee 'internationale revolutionairen' konden zonder problemen hun speciale uitgave 'Communistische Politiek' aan de man brengen, in beide gevallen overigens tamelijk tevergeefs.

Drie studentikoze dames konden zonder problemen met petitielijsten rondgaan voor het opnemen van het referendum in de grondwet, Vietnamese gastarbeiders konden zonder problemen hun affiche 'Beken Kleur' vol handtekeningen krijgen.

Kereltjes

Wie niet getolereerd werden, waren die twintig, dertig kaal geschoren kereltjes, begeleid door een soort 'Gauleiter' in windjack en op leeftijd, die achter de Opera veilig van het lage dak, achter twee spandoeken de demonstranten tijdens hun traditionele rondgang door het centrum toeschreeuwden: 'Roden eruit, Nazis erin', en: 'Vreemde troepen eruit. Wij willen vrije Duitsers zijn'.

De woede van de passanten was groot en opmerkelijk. Ze torsten de Westduitse vlag mee, ze zeggen het 'Einigkeit und Recht und Freiheit', en niemand zag eruit als zou hij het liefst de rest van zijn leven doorbrengen in een 'democratische basisgroep', maar bijna allemaal hielden ze halt om die paar Republikaner op dat dak verbaal mores te leren. 'Nazis eruit' en 'Jullie zijn het laatste wat we nodig hebben', klonk het met een woede die in het Westen al snel op handgemeen en gewonden was uitgelopen. Hier bleef het bij een halve braadworst die naar boven werd gegooid. Het enige wat de Republikaner als weerwoord hadden was het naar beneden strooien van pinda's en een paar vlugschriften met daarop het embleem 'Brandenburger Tor' en het trefwoord: 'Duitsland voorop'. Hoe sterk het Oostduitse rechtsradicalisme op dit moment is valt moeilijk te zeggen. De demonstratieve rondgang kwam niet veel verder dan tot die Republikaner, men ging uiteen, richting huis, richting station. De fotografen en cameralieden kregen ruimschoots de kans om een paar van die 'Fascos' voor de buste van Richard Wagner te kieken en te filmen terwijl ze de Hitler-groet brachten. Wat overbleef waren groepjes mensen die de discussie aangingen met een paar half beschonken jongens in hun gifgroene pilotenjacks. De discussies liepen hoog op, maar met bekende kreten. De Republikaner: 'Er zijn in de Bondsrepubliek wel 8 miljoen buitenlanders. Die 'Kanaken' zorgen voor verkleuring van het Duitse ras, etcetera'.

De demonstranten: 'Jullie zijn bruine zwijnen, jullie bederven de boel'.

Daarna trokken de 'Reps' met hun puberpuistjes al snel - zingend: 'We willen verder marcheren tot alles in scherven ligt' - richting Kneipe, richting eigen heilstaat. 'De kameraden ontmoeten elkaar nog altijd hoofdzakelijk in de kroeg', zegt verwarmingsmonteur Mike Zimmermann, de 22-jarige voorzitter van de 'Middenduitse nationaal-democratische partij' die wel wat publiciteit kan gebruiken tegenover de Republikaner. Hijzelf is voorstander van herstel van het rijk in de grenzen van 1937, maar hij weet niet zeker of zijn aanhangers al dat verleden precies begrijpen. Het zijn vooral jongeren, geeft hij toe, en het zijn er ook nog niet zoveel. Zijn MDP heeft zo'n honderd ingeschreven leden. De Oostduitse Republikaner zeggen dat ze ruim 600 aanvragen binnen hebben gekregen om lid te worden.

Zowel de Ronde Tafel als de Volkskammer hebben besloten alle neo-fascistische groeperingen uit te sluiten van de verkiezingen. Daar hebben ze zich ook nog niet voor aangemeld. Maar als ze dat doen is er, vooralsnog, geen kies- of partijenwet die het kan verhinderen. De grondwet sluit weliswaar het bestaan van neo-fascistische, militaristische of racistische organisaties uit, maar geen enkele instantie in de DDR heeft op dit moment het instrumentarium of de legitimiteit om de grondwettelijkheid van wat voor partij ook te keuren.

Mike Zimmermann ziet de toekomst hoopvol in, ondanks het schamele aantal echte aanhangers. 'Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst'. De demonstrant met zijn getralied Honecker-portret, met daarvoor een echte strop van touw, symboliseerde bij de Opera ook niet de verzoening. Maar tegen de Republikaner schreeuwde hij bijna het hardst van allen. Daarna zei hij: 'Als de sociale toestand snel verergert, kon de stemming wel eens omslaan. Dat er meer van dat tuig komt, dat is mijn grote angst'.

    • Henri Beunders