Legendarisch effectenhuis op Wall Street door eigen produktvernietigd; 'Junk bond' Drexel biedt zich te koop aan

NEW YORK, 13 febr. - Het Amerikaanse effectenkantoor Drexel Burnham Lambert bood zichzelf gisteren te koop aan, erkennend dat 152 jaren op Wall Street zijn vernietigd door een produkt dat twaalf jaar de illusie van glinsterende roem had verschaft: junk bonds, bedrijfsobligaties met een hoog risico en een hoge rente.

Drexel, in 1838 opgericht en in de tweede helft van de vorige eeuw nog een partner van de roemruchte J. Pierpont Morgan, was de firma die de afgelopen tien jaar in vrijwel alle grote overnemingen een sleutelrol vervulde. Het effectenkantoor kon geldschieters vinden voor iedere overval, inclusief de grootste, de uitkoop voor 25 miljard dollar van het koekjes- en sigarettenconglomeraat RJR Nabisco.

Maar Drexel kocht bij iedere emissie van junk bonds een deel zelf - soms gedwongen, soms vrijwillig - en het groeiende wantrouwen van beleggers tegenover die stukken is Drexel nu opgebroken.

Drexel zei gisteren dat het, door geldproblemen gedwongen, op zoek is naar een fusiepartner of iemand die een groot belang in de zaak wil nemen. Het liquiditeitsprobleem is veroorzaakt door 'vooral de markt voor hoogrentende obligaties', aldus een tienregelige verklaring van het kantoor.

De houdstermaatschappij zei dat de voornaamste dochter, de effectenbank, nog liquide en solvabel is. Maar de problemen in de markt voor junk bonds hebben het Drexel kennelijk onmogelijk gemaakt aan zijn financiele verplichtingen te voldoen.

De aankondiging sloeg in als een bom op Wall Street, dat toch al te kampen heeft met grote moeilijkheden na de gouden jaren tachtig. Twee effectenhuizen die toch al onder druk staan - Shearson Lehman Hutton (onderdeel van American Express) en First Boston (onderdeel van CS First Boston) - hebben grote posities in junk bonds en zouden in nog grotere moeilijkheden raken als Drexel gedwongen zou worden zijn stukken te verkopen. Daarom is een redding van Drexel in het belang van de hele financiele wereld in de VS. De zwakte van junk bonds, de oorzaak van de ondergang van Drexel, onderstreept ook de vraag die de Verenigde Staten al jaren bezig houdt: waar ligt de grens tussen 'produktief' lenen en spilzucht? Overheid, bedrijfsleven en consumenten hebben tien jaar lang meer geleend dan historisch gezien normaal was; het bedrijfsleven ziet nu als eerste de negatieve gevolgen. De vraag is of particulieren en de federale overheid zich nu ook zorgen moeten maken.

In zijn allersimpelste vorm is het probleem als volgt: Drexel schiep de markt voor junk bonds, maar moest om het vertrouwen van beleggers in dat papier te behouden, soms zelf obligaties kopen en tijdelijk vasthouden. Soms nam Drexel ook de verplichting op zich om overnemingen tijdelijk te financieren, tot lange-termijnfinanciering was gevonden.

De junk bonds van Drexel zijn door de crisis in de junk bond-markt van de afgelopen weken sterk in waarde gedaald. Dat bedreigde de kredietwaardigheid van het effectenhuis bank.

Niemand weet hoeveel junk bonds Drexel nu zelf heeft. President Howard Brenner zei in een vraaggesprek met de Wall Street Journal, dat op 5 februari werd gepubliceerd, dat Drexel 'honderden miljoenen dollars aan junk bonds' heeft, en dat die 'aanzienlijk in prijs zijn gedaald'. Afgelopen woensdag trok een bank een belangrijke kredietlijn in, zei gisteren een ingewijde, en dat was de inleiding tot de liquiditeitscrisis van Drexel, dat deze week ongeveer 130 miljoen moest afbetalen op schuldpapier.

Junk bonds waren niet alleen de brandstof voor de overnemingen van de jaren tachtig, ze waren ook de voornaamste inkomstenbron voor Drexel. Drexel en de man die de junk bond-markt had opgebouwd, Michael Milken, werden september 1988 beschuldigd van manipulatie van de markt. Milken nam ontslag en bereidt zich nu voor op een proces. Drexel kwam in december 1989 tot een schikking met het ministerie van justitie en beloofde 1,3 miljard dollar boete te betalen. Mede daardoor daalde het eigen vermogen van Drexel van 1,4 miljard dollar in 1987 tot 800 miljoen nu.

Daarmee leken de problemen van Drexel grotendeels ten einde. De Journal schreef zelfs op 5 februari dat Drexel, na zijn personeel bijna te hebben gehalveerd tot 5.400 man, 'in een goede uitgangspositie leek voor de komende magere jaren'. Maar in hetzelfde verhaal beklemtoonde topman Frederick Joseph dat junk bonds de voornaamste winstbron van Drexel zouden blijven. Daarmee erkende hij dat Drexel, die overigens het grootste deel van zijn bestaan een bescheiden rol had vervuld op Wall Street, niet fundamenteel was veranderd.

Eind vorig jaar stortte de junk bond-markt in elkaar. Een Drexel-werknemer, gevraagd naar de oorzaak van de ondergang van Drexel, zei gisteren: 'Het was eigenlijk in gang gezet door het Congres, dat in het tweede kwartaal (van 1989, red.) spaarbanken verplichtte hun junk bonds voor 1994 te verkopen. Ze bezitten 30 miljard aan junk bonds (van de totaal 200 miljard dollar uitstaand, red.). Ze verkochten 2,5 miljard in het tweede kwartaal, 2,5 miljard in het derde kwartaal. Dat zette druk op de markt. Toen kwam Campeau (dat betalingen niet kon nakomen op de grootste collectie junk bonds ooit uitgegeven, red.), en toen de emissie van Grand Union van 1,1 miljard.'

Die emissie ging niet door wegens gebrek aan belangstelling. 'Toen schreef de (Wall Street) Journal een negatief verhaal over junk bonds, dat had tot gevolg dat veel particuliere beleggers hun geld weghaalden bij beleggingsinstellingen. En de klap op de vuurpijl was de daling in RJR', zo besloot deze Drexel-werknemer.

RJR Nabisco, wiens obligaties algemeen beschouwd worden als uiterst solide junk bonds, zei gisteren dat het een emissie van 1,25 miljard dollar aan nieuwe junk bonds zou uitstellen.

Bedrijfsobligaties vallen in de VS in twee categorieen uiteen: investment grade (solide) en junk (riskant). Het onderscheid wordt gemaakt door de onderzoeksinstellingen Standard en Poor's en Moody's. Michael Milken bouwde junk bonds (en daarmee Drexel) op door het oordeel te negeren van de gevestigde orde. Gisteren was het woord aan de gevestigde orde. Standard en Poor's degradeerde het 'commercial paper' van Drexel, dat nog steeds was gekwalificeerd als 'investment grade', tot 'junk'.

    • Michiel Bicker Caarten