Kamer keert zich tegen plan voor rijkskunstmeesters

DEN HAAG, 13 febr. - Minister d'Ancona (WVC) heeft haar plan opgegeven om buiten de Raad voor de Kunst om 'rijkskunstmeesters' aan te stellen voor de advisering over incidentele kunstsubsidies.

Ze kreeg daarvoor geen enkele steun uit de Tweede Kamer, waar gisteren haar cultuurbegroting werd behandeld. Eerder sprak de Raad voor de Kunst zich al uit tegen dat plan, dat begin dit jaar door de minister werd geopperd in een interview met NRC Handelsblad. Ook het voornemen van d'Ancona om het onder het vorige kabinet afgeschafte systeem van staatsprijzen weer in te voeren, kreeg alleen kritiek en geen enkele bijval van de Kamer. De minister zweeg er verder over.

Volgens Kamer en minister is het dringend nodig dat taakopvatting en werkwijze van de Raad voor de Kunst opnieuw worden overwogen, omdat door de hoeveelheid adviezen over incidentele subsidies het wezenlijke werk van de Raad in de knel komt. VVD en PvdA zien heil in de stichting van aparte fondsen voor de toekenning van de kleine subsidies, waarvan het aantal in vijf jaar is toegenomen van 750 tot 1700. De minister wil de advisering over de incidentele subsidies laten gebeuren door veel kleinere commissies van de Raad voor de Kunst dan nu het geval is om daarmee de besluitvorming uit de anonimiteit te halen en de maatschappelijke discussie daarover te bevorderen. Het loslaten van de strenge scheiding tussen politiek en kunst, waarvoor de PvdA-minister ook door haar partijgenoot Niessen werd gewaarschuwd, zag d'Ancona niet als een probleem. 'Gerrit Komrij typeerde het verbinden van politiek en kunst eens als het proberen om twee luchtbellen aan elkaar te naaien. Zo zie ik het niet. Het is goed dat de politiek debatteert over kunst, ook over kwaliteit en inhoudelijke aspecten.'

De minister behield zich het recht voor om meer dan haar voorgangers haar persoonlijke mening over kunst te uiten. Maar persoonlijke voorkeuren van minister of ambtenaren zullen geen rol spelen in de toewijzing van subsidies. 'De traditionele rolverdeling tussen de Raad voor de Kunst, die de artistiek inhoudelijke adviezen geeft, en de minister die de adviezen vrijwel alle honoreert blijft het fundament waarop ons kunstbeleid rust. Waar ik van adviezen afwijk kan de Kamer mij verantwoording vragen.' De Tweede Kamer stond unaniem achter het voornemen van minister d'Ancona om het overgrote deel van de veertig miljoen gulden, die in deze kabinetsperiode extra beschikbaar komen voor de kunstbegroting, te besteden aan het cultuurbehoud. Maar de aanpak en de financiele armslag van de minister gaat de Kamer lang niet ver genoeg. De PvdA vroeg om een 'actieplan' en de VVD wenste zelfs een 'Deltaplan' voor het wegwerken van de grote achterstanden in conservering en restauratie van collecties en archieven in musea, bibliotheken, universiteiten en tal van andere instellingen, zoals het Filmmuseum en de omroep. Volgens de kamerleden dreigt op vele gebieden het gevaar van definitief verlies van culturele erfgoederen. Voor het tegengaan van verzuring van papier is al minstens 275 miljoen gulden nodig. Omdat de minister volgens hem te lauw reageerde op de aansporingen daaraan meer te doen, diende de VVD-er Dijkstal een door alle aanwezige partijen gesteunde motie in, waarin de regering wordt gevraagd een plan op te stellen met onder meer een inventarisatie van achterstanden, selectiecriteria en beleidsvoornemens. De minister zag de motie als een ondersteuning van haar beleid.

Minister d'Ancona wil meer nadruk leggen op grotere participatie. 'Kwaliteit blijft het uitgangspunt, maar er moet worden gestreefd naar meer spreiding en een grotere gelaagdheid en pluriformiteit van het publiek.' Kunst door migranten, het Nederlands Danstheater, kleine dansgroepen, het Gelders Orkest en festivals in de regio krijgen van de minister meer geld. Een Kamermeerderheid wil de Nederlandse Taalunie en het Leeuwardense museum Princessehof meer geld toekennen.