'Justitie gaat niet handig met rechters om'

DEN HAAG, 13 febr. - Met de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), mr. A. H. van Delden, president van de rechtbank Den Bosch, wordt een nieuwe toon aangeslagen in de verhouding tussen rechterlijke macht en ministerie van justitie. Een deel van de oude kritiek blijft overeind, maar er is ook een hand in eigen boezem gestoken. Van Delden is geen doorgewinterde belangenbehartiger en ook geen ouderwetse rechter. Hij relativeert graag, is informeel en praktisch. Rechter zijn is belangrijk, maar het is tegelijkertijd ook een heel gewoon beroep, zegt hij. De rechterlijke macht moet door het ministerie met egards behandeld worden, maar over sommige zaken 'hebben we toch ook wel heel lang erg moeilijk gedaan'.

Onder Korthals Altes was bij de rechterlijke macht achterdocht en irritatie gegroeid. Het departement, bezorgd over de alarmerend groeiende doorlooptijden van zaken, sprak de rechters toe in managementjargon. Het ging de laatste jaren steeds over organisatieschema's, efficiency en automatisering maar vooral over produktiviteit. Het Wetboek van Strafrecht werd intussen doorgenomen op tijdrovende formaliteiten - bij ieder nieuw plan leek het onbehagen te groeien. Ook bij de advocatuur. De ooit bedaagde NVvR kreeg strijdbare trekjes; er werd flink opgespeeld over de hoogte van het budget en de toewijzing van personeel. Er werd geklaagd over de slechte staat van de gebouwen. Gedreigd met stiptheidsacties. De ver doorgevoerde budgetdiscipline zou de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht bedreigen. Intussen groeide de stroom nieuwe wetgeving en kwamen er steeds meer zwaardere strafzaken. Vorig jaar maart maakte het ministerie bovendien een grootscheeps reorganisatieplan bekend. Over een periode van tien jaar zouden honderden personeelsleden van baan en soms van woonplaats moeten veranderen. Het mondde uit in een brief aan de informateur waarin om een deltaplan voor de rechterlijke macht werd gevraagd. De grens van het incasseringsvermogen was bereikt. Van Delden: 'Het ministerie gaat niet altijd handig met ons om. Waarschijnlijk respecteren ze ons, maar ze wekken alleen die indruk niet altijd. De stemming is ongeveer zo: ach, die jongens van de rechterlijke macht... het zijn tobbers die het licht nog niet hebben gezien'.

Welk licht? 'Van de efficiency, bedoel ik. Het departement gaat er nog steeds te veel van uit dat wij niks klaar krijgen. Er bestaat een beeld van rechters die thuis zitten, of liever nog op de tennisbaan en de golflinks, en zo af en toe een vonnisje afscheiden als het echt niet anders kan. Terwijl we eigenlijk op ons werk moeten zitten, net als zij. Dat komt doordat men veel te lang in het eigen gebouw is blijven zitten en niet in het land ging kijken.

Niet bekend

De prioriteiten liggen hier anders of zo. Ik mag het dan niet laten bij: geef me drie man extra.' En interne 'produktiebewaking', is dat mogelijk? 'Rechters die langzamer werken moeten kunnen. Maar een beetje in de pas lopen is toch ook belangrijk. Je gaat niet tegen elkaar zeggen: zeg-eh, de norm is hier tachtig zaken en jij doet er veertig, hoe zit dat. Je praat eens, je vraagt wat: het is een kwestie van masseren. Men moet elkaar in de groep ook maar eens onderhouden als dat nodig is - dat gebeurt nu trouwens vrij weinig. De produktiviteit van rechters hou je in principe intern, tenzij het om promotiefuncties gaat, lijkt me. Dan moet je tegen het ministerie kunnen zeggen - dit is een fantastische rechter, maar met een lage produktie. Of: dit is een briljante studeerkamerjurist die op de zitting soms wat harkerig is. Of: dit is een geboren schikker. Ik vind het niet erg als het ministerie dat weet, zolang het primaat bij de benoemingen maar bij ons ligt. Als wij het goed doen, moet 99 procent van de aanbevelingen gevolgd kunnen worden.' Het ministerie verstrekt tegenwoordig zelfs een extra beloning naar prestatie. De rechterlijke macht doet daar aan mee - er is een convenant over gesloten. Is dat nu onafhankelijkheid? 'Daar heeft het niks mee te maken. Die discussie is enorm opgeklopt. Prestatiebeloning vind ik op zichzelf al heel ongelukkig. Je gaat dan roeren in collegiale verhoudingen. Dubieus, hoor.

Maar daarin verschillen wij niet van anderen. Hoe moet je dat meten bij leraren, bij ambtenaren? Wij zitten allemaal al op een zodanig functieniveau dat je dat niet moet doen. Maar ik kan niet ontkennen dat sommige rechters meer doen dan anderen. Een collega zei me: ik weet precies aan wie ik het niet zou geven, maar het is heel moeilijk aan wie wel.' Welke mogelijkheden ziet U om de rechterlijke produktie op te voeren? 'Er zijn meer mogelijkheden om zaken door anderen te laten voorbereiden. Bij mij wordt nagenoeg honderd procent van de kort-gedingvonnissen door de griffier geschreven. Na de zitting zeg ik dan - die kant moet het op en maak er maar wat van. Ik fiatteer het vonnis alleen nog. Heel soms schrijf ik er wat bij. Bij gewone civiele vonnissen moet je op alle verweren ingaan. Daar is het dus wat moeilijker, maar ook daar kunnen zaken heel goed door griffiers worden voorbereid. Dat hoeven bepaald niet altijd juristen te zijn.' Bent U tevreden met het regeerakkoord voor wat betreft de rechterlijke macht? 'Nee. Er is wel extra geld voor huisvesting - dat is een paradepaardje van Korthals Altes geweest, die verdient daar lof voor. Het is niet onbevredigend, maar nog te weinig.

Wat ik verder betreur is de nadruk die op de criminaliteitsbestrijding en de politie wordt gelegd. Hoe dat straks allemaal verwerkt moet worden is onderbelicht gebleven. We moeten straks gezamenlijk met het departement optrekken om de Kamer ervan te overtuigen dat er meer geld moet komen. Ook voor het civiele recht en het administratieve recht. Er wordt in Den Haag wel erg makkelijk omgesprongen met de capaciteit van de rechterlijke macht. Als ik dan mevrouw Maij-Weggen over een spitsvignet hoor, denk ik - prachtig hoor, maar wie gaat dat controleren? Als je dat niet doet, maak je jezelf belachelijk. Je krijgt gauw een erosie van normen: als ieder straks zonder licht op de fiets door de stad rijdt dan moet de idioot die wel licht heeft wel een rechter zijn.' Hirsch Ballin zei in Tilburg politie en justitie in ons land tot Europees niveau te willen uitbreiden. Dat lijkt u dus niet op voorhand een goed idee. 'Ik betwijfel dat inderdaad. Misschien is Nederland wel een rustiger land dan andere Europese landen. Of je met meer politie ook meer bereikt, is ook de vraag. Als je meer strafbare feiten opspoort heb je in ieder geval ook meer rechters nodig.'