Directeur-generaal Engering van Economische Zaken: 'Cocom noglang niet verdwenen'

DEN HAAG, 13 febr. - Niet het voortbestaan maar de geloofwaardigheid van de Cocom staat op het spel. Dat stelt directeur-generaal F. A. Engering van het ministerie van economische zaken, de Nederlandse vertegenwoordiger in de zogeheten 'high level meeting' van de Cocom.

Morgen beginnen de onderhandelingen in Parijs over versoepeling van de lijst van strategische goederen van de Cocom - Coordinatie commissie voor multilaterale exportcontrole - die door hun militaire toepassingsmogelijkheden niet naar Oosteuropese landen mogen worden uitgevoerd.

De ingrijpende hervormingen in Oost-Europa mogen de uit NAVO-landen, Japan en Australie bestaande Cocom schijnbaar in korte tijd hebben veranderd in een verouderd instrument uit een voorbije tijd, in werkelijkheid is opheffing van de informele organisatie 'nog lang niet aan de orde', zegt Engering met nadruk.

Engering: 'Ik heb de discussies binnen de Cocom sinds 1984 meegemaakt en ik heb nog nooit een standpunt gehoord dat ook maar enigszins in de buurt kwam van: we moeten er maar mee ophouden. Integendeel, allemaal zien we in dat Cocom er moet zijn, ook nu nog.'

De situatie in de Sovjet-Unie en ook in de andere landen van het Oostblok is nog veel te onzeker ('Het proces is nog niet uitgekristalliseerd. Er is weliswaar heel veel in beweging maar we weten niet of er nog tegenslagen zullen komen') om nu al serieus het voortbestaan van de Cocom ter discussie te stellen.

Tegelijkertijd evenwel, waarschuwt Engering, komt 'de geloofwaardigheid' van Cocom in het geding indien de organisatie niet snel een antwoord formuleert op de hervormingen in Oost-Europa. 'We hebben de plicht om ons aan te passen aan de nieuwe situatie, anders laten we ons het instrument Cocom uit de handen slaan. Als we niet snel en adequaat op de nieuwe situatie reageren, zullen de burgers het (bestaan van Cocom) niet meer snappen.' De afgelopen vier jaar hebben de lidstaten van Cocom zonder succes geprobeerd een werkbaar compromis te vinden tussen de (vooral) Westeuropese wens om de uitgebreide lijst van strategische goederen die niet naar Oost-Europa uitgevoerd mochten worden, te schonen en te verkorten, en de Amerikaanse eis dat de controle op naleving van de exportregels wordt verbeterd.

Wat dat laatste betreft heeft Nederland zijn bijdrage geleverd, aldus Engering. De bezetting van de desbetreffende afdeling van de Economische controledienst is met vijf man uitgebreid. Ook in andere Westeuropese landen en in Japan vormt de controle geen groot probleem meer. Volgens ingewijden zitten de zwakke schakels in het netwerk nu nog vooral in het zuiden van Europa, in landen als Griekenland en Portugal.

Tot dusver zijn nog geen wezenlijke vorderingen gemaakt met het verkorten van de Cocom-lijst. Ook in oktober vorig jaar, op de laatste 'high level meeting', is geen vooruitgang geboekt, zodat 'we nu in feite met een verouderde Cocom zitten en de noodzaak om snel en adquaat te reageren op de veranderingen des te urgenter is'. In de onderhandelingen die morgen in het 'uitvoerend comite' van de Cocom zullen beginnen zal Nederland samen met andere Europese landen proberen het Amerikaanse voorstel de versoepeling van de Cocom-regels vooralsnog hoofdzakelijk te beperken tot computers 'op te rekken'.

Nederland vindt samen met landen als West-Duitsland en Frankrijk dat ook op het gebied van machinewerktuigen en telecommunicatie liberaliseringen moeten worden doorgevoerd die veel verder reiken dan Washington wil. Den Haag acht het bovendien wenselijk dat spoedig goederen uit andere sectoren, zoals gezondheidszorg en machines voor consumentenprodukten, van de Cocom-lijst verdwijnen. Dat de VS in eerste instantie alleen denken aan de computers vindt Engering wel verklaarbaar: 'In de VS is de grootste computerproducent in de wereld gevestigd'. De stellingname van de Westduitse oppositiepartij SPD dat het Cocom-regime voortaan alleen zou moeten gelden voor puur militaire en nucleaire goederen vindt bij Engering geen weerklank. De lijst van zogeheten duale goederen - produkten met een civiele bestemming die evenwel ook militair kunnen worden toegepast - zou volgens de SPD geheel moeten verdwijnen. 'Dat gaat ons te ver', zegt hij, 'al is het wel zo dat de publieke opinie een steeds grotere rol gaat spelen als we aanpassing van de lijst niet serieus aanpakken'.

Vooralsnog past zo'n radicale standpuntbepaling ook niet in de Nederlandse manier van optreden binnen de Cocom. 'We zitten in het progressieve kamp, maar we stellen ons niet extreem op. We zullen ons ook nooit echt van de Amerikanen verwijderen. We hebben trouwens ook niet het politieke gewicht om op eigen houtje te koersen.' Engering zegt dat Nederland zich in principe verzet tegen een ander Amerikaans voorstel om het Cocom-beleid te differentieren. Daarbij zouden de kleinere Oostblok-landen kunnen rekenen op een tegemoetkomender houding en het huidige strenge exportregime zou ten aanzien van de Sovjet-Unie voorlopig gehandhaafd blijven. Tegen zo'n verschillende behandeling pleiten volgens Engering niet alleen technische bezwaren ('hoe controleer je dat de goederen toch niet in de Sovjet-Unie terechtkomen') maar vooral ook politieke. 'Wie is met de perestrojka begonnen? Zo'n opstelling van Cocom zou bepaald geen steun betekenen voor de progressieven in de Sovjet-Unie. Tegelijkertijd is het wel nog steeds zo dat in het land een partij aan de macht is en dat het Sovjet-leger uit strategisch oogpunt voor het Westen nog steeds een relevante factor is', aldus de directeur-generaal.

Engering gelooft niet dat eventuele onderhandelingsresultaten op de komende bijeenkomsten van Cocom bij voorbaat achterhaald zullen worden door de razendsnelle Duits-Duitse toenadering. De landen van Cocom hoeven niet bang te zijn dat strategische goederen via het lek van een verenigd Duitsland zullen verdwijnen naar bij voorbeeld de Sovjet-Unie. 'Oost-Duitsland is een hoofdstuk apart. Waar praten we over: een hereniging in het kader van de NAVO en van de Europese Gemeenschap, niet in een neutraal kader. Als de hereniging doorgaat, praat je over een land. De DDR is dan niet langer een 'land of destination' maar een deel van een land dat lid is van de Cocom en dat zich aan de exportregels van Cocom houdt. Dat onderwerp moet je niet meer in de discussie over versoepeling van het exportbeleid naar de Oosteuropese landen passen.'