Cocom kan opmars Bonn naar Oosten niet meer stoppen

PARIJS, 13 febr. - In kringen van de Cocom, de in Parijs gevestigde organisatie van Westerse industrielanden en Japan die toestemming moet geven voor export van militair toe te passen technologie naar de (ex-)communistische landen, leeft sterk het gevoel dat de Westduitsers niet meer te remmen zijn in hun drang naar het oosten. Een delegatielid trok een week geleden de conclusie dat de Westduitsers zich wellicht op korte termijn niets meer van de Cocom-beperkingen zullen aantrekken. Een andere ingewijde meende gisteren echter dat Bonn weer iets is bijgetrokken omdat de Bondsrepubliek in de nabije toekomst de vier bezettende mogendheden, waaronder de Verenigde Staten, nodig heeft voor het bezegelen van de Duitse eenheid. Over een zaak zijn alle betrokkenen het eens: Westduitse bedrijven als Siemens staan klaar om Oost-Duitsland vol te stoppen met de allermodernste produktietechnologie en de Cocom kan dat niet meer tegenhouden.

Aanvankelijk heerste gematigde vreugde bij de Westduitse delegatie in Parijs toen de Amerikaanse president Bush eind vorige maand bekend maakte dat hij de Cocom-regels voor de kleine Oosteuropese landen wilde versoepelen. Na de zomer vorig jaar had Bush nog brandbrieven en zijn onderminister Reginald Bartholomew naar Westeuropa Cocom-leden gestuurd met de boodschap dat er niet gezondigd mocht worden tegen Cocom-regels. Nu, een half jaar later zijn de Amerikanen verrassend ver gegaan in voorstellen voor liberalisering van het Cocom-regime op het gebied van de computertechnologie. De Europeanen maken zich overigens geen illusies over de Amerikaanse gewilligheid. De Cocom werd opgericht om de militaire voorsprong van het Westen op communistische landen te handhaven, maar iedereen herinnert zich nog goed hoe gemakkelijk de Amerikanen in het midden van de jaren tachtig tot concessies aan de Chinezen bereid waren. Enorme contracten tussen de Amerikaanse computerfirma's en de Chinezen zouden toen getekend zijn nog voordat de Cocom-regels aangepast werden. De Cocom is een element geworden in de technologische strijd tussen de drie industriele grote mogendheden van de Westerse wereld: Amerika, Japan en West-Duitsland.

Deze week moeten ten eerste de procedures voor het eventueel toestaan van uitzonderingen bij de export van 'gevoelige' produkten op de Cocom-lijsten in tijd gehalveerd worden. Dit is het minst moeilijke punt voor de onderhandelaars. Een vermindering in tijd van 12 naar 6 weken is alleen haalbaar als de traagste en meest bureaucratische landen meewerken. Ieder Cocom-lid heeft namelijk het recht van veto bij een besluit over uitzonderingen op de Cocom-regels.

De overige punten betreffen vooral de opschoning van de lijst met verboden exportartikelen. De verkorting van de lijst zou in eerste instantie drie sectoren moeten betreffen, zo hebben de Amerikanen voorgesteld: computers, telecommunicatie en werktuigbouwmachines. Maar terwijl de door Washington voorgestane liberalisering op het terrein van de computers zeer ver gaat zijn er slechts geringe aanpassingen geopperd voor de twee andere, voor de Westeuropese export essentiele sectoren.

Vooral de Westduitsers, die een vooraanstaande positie innemen op het gebied van werktuigbouwmachines, zijn zeer ontevreden over de Amerikaanse handelwijze en willen verruiming van de Cocom-regels op dit terrein. Frankrijk en Nederland, maar ook de Bondsrepubliek, landen met grote telecommunicatie-industrieen, dringen daarnaast aan op een forse versoepeling van de Cocom-restricties op dit gebied.

Een complicerende factor bij het overleg is dat Washington de Sovjet-Unie vooralsnog wil uitzonderen van de liberalisering van het Cocom-regime. De Westeuropese Cocom-landen zijn tegen deze vorm van differentiatie, onder andere wegens bureaucratische chaos die een aparte lijst voor China, een voor de Sovjet-Unie en een voor Oost-Europa zal veroorzaken.

    • Peter van Dijk