Banken middelpunt van Zweedse crisis

STOCKHOLM, 13 febr. - De vergaderzalen van de Zweedse bankiersvereniging, plaats van handeling voor het CAO-overleg, liggen er verlaten bij. De zaal van de bezoekende partij, de bonden, is netjes opgeruimd. De zaal van de thuisspelende partij, de bankiers, draagt de sporen van de onderhandelingsslag die er al twee weken zonder resultaat wordt gevoerd. Overvolle asbakken, rondslingerende telefoons en resten van vluchtige maaltijden zijn stille getuigen van het onvermogen van werkgevers en werknemers tot een vergelijk te komen in het conflict dat al twee weken de loketten van de banken gesloten houdt.

Het laatste, afgewezen, bod van de bankiers, een loonsverhoging van 12 procent, staat nog steeds in rode viltstift op het bord. Het schaakspel, de speelkaarten en de golfclub waarmee de bankiers de tijd doden als de tegenpartij aan zet is wachten op de volgende nachtelijke confrontatie. 'Degenen die geld willen, komen maar naar degenen die geld hebben', verklaart gastheer Karl-Gustaf Dahl'erus, onderhandelaar namens de bankiers, de gewoonte om op partijdig grondgebied te onderhandelen. Van enige osmose tussen arbeid en kapitaal, het wezenskenmerk van het zogenoemde Zweedse model, is getuige de uitlatingen van Dahl'erus weinig meer over.

De banksector begint een van de middelpunten te worden in de Zweedse crisis. De gesloten loketten maken de malaise aanschouwelijk voor iedere burger. De patstelling in de onderhandelingen over de bank-CAO wint bovendien aan politiek gewicht nu in steeds meer sectoren, waaronder het openbaar vervoer en delen van de gezondheidszorg, wel loonafspraken worden gemaakt.

Vermoeid legt Dahl'erus uit dat hij nu al drie keer zijn bod heeft verhoogd en nog geen stap dichter bij een oplossing is. Zijn gelaat draagt de sporen van de marathonvergaderingen die soms tot negen, soms tot zes uur 's ochtends duren.

Nu de regering-Carlsson het stakingsverbod - of 'vredesplicht' in regeringsjargon - van tafel heeft gehaald om een kabinetscrisis te voorkomen, heeft Dahl'erus zijn hoop gevestigd op de mogelijke loon- en prijsstop en de stakingskassen van de bonden die uitgeput raken.

De bonden van bankemployes hebben een eigen kapitaal van ruim 300 miljoen kronen (ongeveer 100 miljoen gulden), goed voor 20 stakingsdagen van 14 miljoen per dag. Als de bonden geen ondersteuning krijgen van de vakcentrale moet de staking binnen acht dagen voorbij zijn, rekent Dahl'erus voor. Geld lenen bij zusterorganisaties in het buitenland is uitgesloten, grapt hij, omdat leningen alleen in contanten de grens over kunnen. De Zweedse banken zijn immers gesloten.

Een woordvoerder van de bonden verklaarde vanochtend desgevraagd dat er al geld onderweg is uit Noorwegen en Denemarken via de PTT. Uit het naburige Finland kregen de bonden geen geld omdat ook daar de bankensector is getroffen door een staking.

Van packagedeals en afkoelingsperioden wil Dahl'erus niet meer horen. De onderhandelingspartners zijn 'radikalinski's' die de staking gebruiken om leden te werven. Een loonstijging tot zeven procent leek hem al erg mooi vergeleken bij de loonstijgingen in andere sectoren. Met de eis van 18 procent maken de bonden zich ongeloofwaardig, zegt Dahl'erus. Een nieuwe datum voor verdere besprekingen is er nog niet. 'We hebben recht op meer omdat het werk in de banken steeds gecompliceerder wordt, meer scholing vereist en onder grotere tijdsdruk gebeurt', vat Leif Karlsson, woordvoerder van de de bonden, de motieven voor de looneisen samen. De 18 procent is slechts een gemiddelde, verduidelijkt hij; voor de laagste inkomensgroepen zouden de eisen een stijging van zelfs 35 procent betekenen.

Dahl'erus vertegenwoordigt negen Zweedse en vier buitenlandse banken, waaronder de ABN. Toen 1.500 werknemers de internationale afdelingen van de banken wilden platleggen trokken de bankiers een lijn en sloten de overige 50.000 werkwilligen buiten om te voorkomen dat ontrouwe bankiers zouden proberen er een slaatje uit te slaan. Contant geld is sindsdien alleen verkrijgbaar bij postkantoren en de vijf overige buitenlandse banken. Daar kunnen echter alleen rekeninghouders terecht.

Dahl'erus is verbaasd dat het dagelijkse leven in Zweden ondanks de schaarste aan cash geld zonder al te grote moeilijkheden verloopt. Lang mag het echter niet meer duren, zegt hij. De meeste mensen raken door hun cheques heen, aan het einde van de week moeten de pensioenen worden uitbetaald en volgende week moeten de werknemers in de industrie hun salaris ontvangen. 'De betalingsproblemen zullen vanaf morgen exponentieel toenemen', zegt Dahl'erus.

Voor de bankiers zelf is er echter nog geen financiele noodzaak de staking zo snel mogelijk tot een einde te brengen, zegt Dahl'erus. 'Ook als banken niets doen verdienen ze nog geld op hun tegoeden', zegt hij. Die opbrengsten verzachten de pijn veroorzaakt door de gesloten loketten. Of en hoeveel de banken erbij inschieten durft hij niet te zeggen. Toen er in 1981 drie dagen gestaakt was maakten de bankiers onderling grapjes dat er wel iedere maand zo'n staking mocht zijn.

    • Michel Kerres