Armoede in Polen: soepje van Kuron

WARSCHAU, 13 febr. - Alcoholisten, drugsverslaafden, alleenstaande moeders, werklozen en vooral veel bejaarden die zich zo keurig mogelijk kleden. Dat in anderhalve maand tot 200 personen gegroeide gezelschap gaat dagelijks in de Warschause wijk Zoliborz naar de gaarkeuken. Deze mensen kunnen zich anders geen warme maaltijd meer permitteren.

Ze zijn de meest dramatische slachtoffers van de ineenstorting van een 45 jaar volgens communistische beginselen centraal geplande economie en de hardhandige poging van de huidige Poolse regering om drastisch te bezuinigen en een weg richting vrije markteconomie in te slaan. De inflatie bedroeg vorig jaar 400 procent. Regeringsmaatregelingen in het land dat met een buitenlandse schuld van 40 miljard dollar zit, leiden tot prijsstijgingen bij onveranderde inkomens. De koopkracht daalde alleen afgelopen januari al met 40 procent.

De 76-jarige Irena - zij weigert haar achternaam te noemen - zit een maaltijd te eten die door een wijkcomite (gesteund door het ministerie van sociale zaken) wordt verstrekt voor 1000 zloty (het gemiddelde inkomen per maand in Polen is 500.000 zloty - ongeveer honderd gulden). Ze krijgt groentesoep, brood dat een particuliere bakkerij twee maal per week gratis verstrekt, door West-Duitsland geschonken spaghetti en verse kaas, en pudding afkomstig van een Franse hulpactie.

Ze kan de maaltijd voor 1000 zloty krijgen omdat de parochie-priester haar als behoeftig heeft bestempeld. Ze wordt bij het eten gestoord door het geschreeuw van een man die de cheffin van de keuken ervan tracht te overtuigen dat hij volgens een doktersattest recht heeft op een dubbele portie. En door een vrouw die uitroept dat ze een maaltijd mee naar huis moet nemen omdat ze anders door haar alcoholistische zoon wordt afgetuigd.

Cheffin Danuta Sawicka blijft een toonbeeld van rust. Ze zegt dat als de buitenlandse hulp stopt en de maaltijden alleen nog maar met hulp van het ministerie en de katholieke kerk kunnen worden verzorgd, voor de 1000 zloty nog slechts soep en brood kunnen worden verstrekt. De grootste armoede wordt in Polen nu al naar de minister van sociale zaken Jacek Kuron 'Kuron's soepje eten' genoemd.

Pag.11: Vervolg

Irena houdt haar jas aan en haar zwarte hoed op tijdens de maaltijd. Ze zegt: 'Ik ben bang om aan de toekomst te denken. Ik zet 's avonds hard muziek aan om zo mijn gedachten weg te stoppen. Ik weet niet meer wat ik moet doen.'

Ze was ooit architecte. Ze leefde tot kort geleden zeer krap van een pensioentje van 200.000 zloty, kwam door de prijsstijgingen vorig jaar steeds moeilijker te zitten en voelde de genadeklap toen de afgelopen maand haar huur werd verhoogd van 14.000 naar 70.000 zloty. Ze kan niet zoals jongeren redding zoeken in de zwarte economie. Ze weet niet of, ze gezien haar minimale inkomen, - omgerekend 40 gulden per maand - wellicht recht heeft op speciale steun. God en minister Kuron aanroepend vertrekt ze, een fototoestel de rug toekerend.

De onzekerheid van Irena is kenmerkend voor Polen van dit ogenblik. Alexander Paszynski, de van Solidariteit afkomstige minister van woningbouw die verantwoordelijk is voor haar huurverhoging, vraagt zich af of de poging van de regering zal slagen om door afschaffing van de subsidies en een rem op de lonen binnen enkele maanden tijd de gierende inflatie terug te dringen. 'Soepeters zijn aanvaardbaar, als het maar kort duurt', zegt hij. 'Ik denk dat het beter is dat korte tijd veel mensen een Kuron-soepje moeten halen, dan dat de afschaffing van de subsidies geleidelijk was gegaan. De veranderingen waren wellicht draaglijker geweest, maar de onzekerheid zou ook langer duren. Als deze eerste stap naar sanering van de economie binnen enkele maanden een succes wordt, heeft de Poolse regering de Nobel-prijs verdiend.' De huurstijgingen zullen volgens Paszynski wat draaglijker worden als er straks bij een teruggedrongen inflatie weer wat ruimte is voor loonstijgingen. Er was tot nu toe geen enkele relatie tussen de reele kosten en de huren. In de woningen van de overheid, waar 25 procent van de bevolking woont, kwam de huur aan een vijfde van de kosten tegemoet. Vijfentwintig procent van de bevolking woont in huizen van zwaar-gesubsidieerde cooperaties en 50 procent van de bevolking moet daarentegen als huiseigenaars voor alle woningkosten opdraaien. Die bezitters van eigen huizen wonen op het platteland overigens dikwijls in niet meer dan houten krotten.

Paszynski heeft nu de huren gebracht op een niveau van zeven procent van het gemiddelde Poolse inkomen. Hij wil ze in 1992 opgetrokken hebben tot 25 procent van de inkomens. Alleen voor de laagste inkomens wordt een uitzondering gemaakt. Maar dan moet iemand niet meer dan vijftien vierkante meter per persoon bewonen. Voor de 67-jarige Irena betekent dit dat ze slechts een tegemoetkoming voor de huurverhoging kan krijgen als ze in het door woningnood geteisterde Warschau in plaats van haar huidige tweekamerflat een eenkamerappartement kan vinden.

Minister Paszynski noemt zichzelf een optimist. Hij wil het particuliere huizenbezit met belasting en kredietfaciliteiten stimuleren. Hij is zelf mede-eigenaar van een onderneming die potentiele bouwers adviseert. Grote kansen heeft die onderneming op dit ogenblik niet. 'De kosten stijgen, de mensen worden armer, het is nu alleen zaak deze periode te overleven'. Irena Woycicka, de belangrijkste adviseur van de minister van sociale zaken Jacek Kuron, zegt dat een tegemoetkoming voor de huurverhogingen voor de allerarmsten slechts op papier bestaat. Het publiek weet er nog niets van en de ambtenaren zijn nog niet gewend de regeling uit te voeren.

Ondanks de groeiende sociale problemen gelooft zij niet dat een geleidelijker aanpak door de regering voor de Poolse economie beter was geweest. 'We hebben geen gebrek aan sociaal gevoel. Langer durende inflatie heeft ook sociale gevolgen. We veroorzaken iets verschrikkelijks, maar ik geloof niet dat er een alternatief mogelijk is.' Het ministerie van sociale zaken helpt op het ogenblik bij het verstrekken van 800.000 warme maaltijden per dag door allerlei plaatselijke organisaties. Daarvoor is men voor een groot deel afhankelijk van buitenlandse hulp in de vorm van voedsel en geld. Het ministerie heeft ook een arbeidsfonds voor de werkloosheidsbestrijding ingesteld. Verwacht wordt dat Polen er dit jaar honderdduizenden werklozen bij krijgt als staatsbedrijven die tot nu toe met subsidies draaiden failliet gaan. Er is 2,8 biljard zloty uitgetrokken voor dit arbeidsfonds dat omscholing en arbeidsbureaus moet financieren. Dat is veel te weinig geld. Ook hier is de hoop weer op buitenlandse hulp gericht. 'Maar ons grootste probleem is niet het gebrek aan geld', zegt Irena Woycicka. 'Het ontbreekt volkomen aan een sociale infrastructuur in het land.'

Polen zit niet alleen met de economische, maar ook met de sociale puinhoop van 45 jaar communistische planeconomie. De afgelopen tientallen jaren werd het bestaan van sociale problemen op ideologische gronden ontkend. Daarom ontbreekt het nu geheel aan sociale hulporganisaties.

De hulporganisaties van de kerk, die in de jaren '50 werden verboden, moeten weer van de grond af worden opgebouwd. Want van overheidshulp wil men in het naar een markteconomie strevend Polen zo weinig mogelijk weten. Het ministerie van sociale zaken heeft als hoofddoel de steun aan de ontwikkeling van particuliere organisaties voor sociale hulp.

Irena Woycicika: 'Het grote probleem van dit land is het gebrek aan zelfstandigheid van de mensen. Ze hebben tientallen jaren geleefd met de ideologie die leerde dat de staat alles doet. Ik vind het zeer verrassend dat er ondanks de snel toenemende armoede toch een grote sociale rust is. Dat betekent dat de mensen zich realiseren dat voor de harde wijze waarop de regering de economie aanpakt geen alternatief bestaat.'

    • Ben van der Velden