PvdA laveert tussen onbestemdheid en tevredenheid

AMSTERDAM, 12 febr. - Dat het goed en ook prettig is om weer in de regering te zitten, weet de PvdA na bijna twaalf jaar oppositie wel. Maar waartoe moet de herwonnen macht leiden? Daarover is de partij na 95 dagen pluche nog in het ongewisse. Het zelfvertrouwen van de sociaal-democraten laat dan ook te wensen over. Sterker, de PvdA bevindt zich na drie maanden op het breukvlak van twee emoties: tevredenheid en onbestemdheid.

Zelfs de partijraad van de PvdA, ooit de kwelgeest van de professionele bestuurders, laveerde zaterdag in Amsterdam op zijn eerste vergadering na de beediging van CDA/PvdA-kabinet tussen deze twee stemmingen door en straalde daarom weinig inspiratie uit. Van kritiek op de nieuwe ministers en staatssecretarissen was al die uren in het cultureel centrum De Meervaart in Amsterdam geen sprake. Integendeel, 'roerganger' Kok kreeg een enthousiast applaus voor een toespraak waarin hij de positie van de partij vooral in defensieve termen goot.

Maar onderhuids woekert het virus van het ongeduld voort. Koks appel om niet toe te geven aan 'dat cynisme, dat afstandelijke, dat laatdunkende waarmee soms met het begrip sociale vernieuwing de spot wordt gedreven' ten spijt. Het leek wel of iedereen zich toch een beetje aangesproken voelde door de kritiek die partijwetenschapper Paul Scheffer vorige week in Elsevier uitte op de zelfvoldane stuurloosheid van de partij. Volgens Scheffer is het op zich verstandig dat de PvdA zich niet te buiten gaat aan illusies, maar is het tegelijkertijd onrustbarend dat er in de partij zo weinig wordt nagedacht over problemen die de bestuurlijke praktijk van alledag overstijgen.

Slechts een enkeling noemde de medewerker van de Wiardi Beckmanstichting bij naam, maar dat was ten dele ingegeven door vrees voor onderlinge onenigheid en pieteit voor de onafhankelijke status van het wetenschappelijke instituut. Impliciet werd er door de top van de partij wel degelijk gereageerd op deze diagnose. 'Deelname aan het kabinet maakt het eerder meer dan minder nodig visie en ideeen te hebben en de partij een eigen positie te geven naast die van bewindslieden en fractie. De luiken mogen niet alleen aan de kant van het Binnenhof openstaan', had het partijbestuur al geschreven in het voorbereidende document voor de partijraad. Maar aan navelstaarderij is volgens voorzitter Marjanne Sint geen behoefte. 'Eerlijk gezegd geloof ik niet zo in het psychologische zelfonderzoek dat sommigen ons proberen op te dringen. Er is vooral behoefte aan een zichtbare en duidelijke opstelling van de sociaal-democratie in de praktijk.' Vice-voorzitter Frans Leijnse van de Tweede-Kamerfractie zei het explicieter. 'Er is een grote makke: er wordt in de PvdA veel nagedacht, maar wel in gescheiden circuits. De Wiardi Beckmanstichting zou de dagelijkse politieke discussie en de intellectuele discussie bij elkaar moeten brengen', betoogde Leijnse.

Zelfs de socioloog Bart Tromp gaf lucht aan het dubbele gevoel. Ook hij, die de afgelopen jaren tot zichtbaar genoegen zijn grote gelijk mocht incasseren, gaf toe dat de PvdA nog niet weet waar ze aan toe is. Het opstellen van een nieuw beginselprogramma - het recentste uit 1977 is een produkt van het decennium der polarisatie - had op dit moment volgens hem dan ook geen 'zin'.

Heldere lijnen

Geen treffender voorbeeld zaterdag om dit te illustreren dan het fenomeen 'sociale vernieuwing', het uithangbord waarmee vooral de PvdA het nieuwe kabinet heeft behangen. Minister Hedy d'Ancona van WVC deed 's middags in een groepsdiscussie haar uiterste best om uit te leggen wat het begrip, dat voor zoveel hilariteit zorgt, zou moeten behelzen. Maar Kok draaide de zaak gewoon om. 'Kijk, ieder heeft natuurlijk het volste recht om het kabinet aan te sporen tot het uitzetten van heldere lijnen. Van opbouwende kritiek word je groot. Maar laat niemand bij mij aankomen met het verhaal dat men zich bij sociale vernieuwing niets kan voorstellen. Ik heb de neiging om te zeggen: laten we wat minder energie steken in discussies over definities en wat meer werk maken van onze dagelijkse strijd voor sociale rechtvaardigheid. Sinds Plato is toch wel bekend dat er weliswaar geen sluitende definitie van een stoel is te geven maar dat je toch prima op een stoel kunt zitten.' Waarmee de partijleider niet alleen terloops een eeuwig filosofisch dilemma leek op te lossen, maar vooral ook zijn actieve achterban een hart onder de riem stak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart. De partijtop is op het ergste voorbereid. Op vele procenten verlies. Het kader moet echter weten dat de PvdA zich dit keer door zo'n tegenslag niet zal laten opjuinen. Het jaar 1982, toen tussentijdse Statenverkiezingen aanleiding waren voor het forceren van een breuk in het kabinet-Van Agt/Den Uyl, mag zich niet herhalen.

Vice-premier Kok zaterdag tijdens zijn toespraak op het partijcongres van de PvdA. (Foto ANP)