Onzichtbaarheid gaf Mandela aureool van Messias

KAAPSTAD, 12 febr. - Toen hij onlangs uit de Victor Verster gevangenis bij Kaapstad naar buiten kwam, zag dominee Allan Boesak eruit als iemand die zojuist de berg is afgedaald waar hij God heeft gezien. 'Ik heb daarnet een van de rijkste ervaringen uit mijn leven gehad', vertelde hij de verzamelde verslaggevers, die als een troep uitgehongerde gieren bij de poort stonden te wachten op zelfs maar het geringste nieuws over de beroemdste politieke gevangene ter wereld, die nog steeds door een groot, grijs stuk muur aan het gezicht werd onttrokken.

Daarmee werd eens te meer aangetoond hoe groot de invloed was die de gisteren, vijf maanden voor zijn tweeenzeventigste verjaardag, in vrijheid gestelde Nelson Mandela had op iedereen die hem ooit heeft opgezocht in de naargeestige omgeving waarin hij een groot deel van zijn volwassen leven heeft moeten doorbrengen.

De mythen die zich om zijn persoon hebben gevormd, hebben in de 27 jaar dat hij van de buitenwereld afgesloten is geweest zulke enorme proporties aangenomen, dat het onmogelijk is geworden de man van het idool te scheiden en te bepalen hoe hij nu werkelijk is.

Hij is de beroemdste man die Zuid-Afrika vandaag de dag kent - misschien zelfs wel die Zuid-Afrika ooit heeft gekend - en toch wisten maar een paar mensen tot het moment waarop hij werd vrijgelaten en op de televisie verscheen, hoe hij er in werkelijkheid uitzag. De enige afbeeldingen die in de kranten verschenen waren foto's van een reus van begin veertig met een fris gezicht en, meer recent, een tekening die was gemaakt aan de hand van beschrijvingen van bezoekers, en die eruit zag als een compositietekening van iemand die door de politie wordt gezocht.

Door niemand herkend

Absurd genoeg zou deze nationale held, wanneer hij zich in de afgelopen tien tot vijftien jaar op straat zou hebben vertoond, door werkelijk niemand zijn herkend. Er doen zelfs verhalen de ronde - die mogelijk ongegrond zijn maar wel duidelijk illustreren waar het om gaat - dat zijn gevangenbewaarders hem het afgelopen jaar verscheidene keren mee uit hebben genomen in het centrum van Kaapstad, zodat hij zich een beeld zou kunnen vormen van de wereld waarin hij spoedig zou worden vrijgelaten. Ook wordt gezegd dat hij in december zelf zijn eigen kerstkaarten heeft mogen uitzoeken een in grote kantoorboekhandel waar niemand zich realiseerde wie hij was.

Zijn onzichtbaarheid vormt een onderdeel van de mystiek die van Mandela zo'n politieke factor van gewicht heeft gemaakt. Zij verschafte hem het aureool van een Messias waarvan jonge zwarten tijdens hun opgroeien geloofden dat hij eens zou verschijnen om hun volk van al zijn lijden te bevrijden.

Het zijn overigens niet alleen de jongeren die deze Messiaanse verwachtingen koesterden, ze werden gedeeld door alle leeftijdsgroepen. 'Mandela is het symbool van ons volk geworden', zei onlangs nog aartsbisschop Desmond Tutu. 'Door zijn gevangenschap wordt de onderdrukking van ons volk gesymboliseerd. Zoals hij zich heeft opgeofferd zouden wij ons allemaal willen opofferen in ons verzet tegen die onderdrukking, en zijn vrijlating symboliseert de bevrijding waar ons volk naar smacht.' Zijn biografe, Fatima Meer, stelt dat hij de dromen en verlangens van alle zwarte Zuidafrikanen is gaan belichamen. 'Hij is de leider geworden van de rechtelozen, die in hem hun eigen mogelijkheden om de onderdrukking te overwinnen zien geillustreerd.'

'Zij zien hoe de regering in zijn aanwezigheid in het niet verzinkt en zij zien zijn verheerlijking als die van henzelf', aldus Meer.

Werkelijk kaliber

Het spreekt vanzelf dat een dergelijk aureool het gevaar met zich meebrengt dat Mandela's werkelijke kwaliteiten worden vertekend en de zwarte leider zelf verwordt tot louter een politieke mythe en object van persoonsverheerlijking. Toch zijn er door de jaren heen steeds weer berichten geweest van medegevangenen en, meer recent, van bezoekers zoals Boesak die lange tijd met hem van gedachten hebben kunnen wisselen, die duidelijk de indruk wekken dat de man achter de legende werkelijk iemand van uitzonderlijk kaliber is. 'Hij is een staatsman', hield Boesak de verslaggevers bij de poort voor, 'werkelijk zeer intelligent, en een groot politiek strateeg. Maar hij is ook een bijzonder vriendelijk man, zorgzaam en bedaard. Het is prettig met zo'n politicus te mogen spreken - zo vaak kom je die tenslotte niet tegen.' Zes jaar geleden maakte Mandela een soortgelijke indruk op de Amerikaan Samuel Dash, een lid van de Internationale Organisatie voor de Mensenrechten, die toestemming had gekregen om hem op Robbeneiland te bezoeken. 'Gedurende onze hele ontmoeting', schreef Dash later, 'had ik het gevoel dat ik mij in de aanwezigheid bevond van een staatshoofd, en niet in die van een guerrillastrijder of een radicale ideoloog'. Het meest opmerkelijk is nog dat Mandela zoveel respect heeft afgedwongen bij zijn eigen bewakers. Blanke Zuidafrikaanse gevangenbewaarders staan bepaald niet om bekend om hun gevoeligheid, en al helemaal niet wanneer het om zwarte gevangenen gaat. Toch zijn er legio berichten over de blijken van waardering voor Mandela van de kant van de bewakers.

Mister Mandela

Fikele Bam, die tien jaar met hem op Robbeneiland heeft gezeten, zegt dat de bewakers hem altijd aanspraken als Mister Mandela - een wel zeer ongebruikelijke vorm van beleefdheid - en dat hij hen op zijn beurt altijd uiterst correct behandelde en hen aansprak met hun rang en naam en nooit van enige vijandschap blijk gaf.

Een enkele keer groeide het respect uit tot vriendschap. Een bewaker, 'Greg' Gregory, is de hele tijd bij Mandela gebleven, vanaf diens eerste dagen op Robbeneiland, en zelfs met hem in 1982 overgeplaatst naar de Pollsmoor gevangenis in Kaapstad, en later in december 1988 naar de Victor Verster gevangenis. Gregory ving de bezoekers op wanneer zij aankwamen en bracht hen naar het voormalige huis van de hoofdbewaarder op het terrein van de Victor Verster gevangenis waar Mandela de afgelopen veertien maanden was ondergebracht. Hij was zo goed als Mandela's huisbediende.

George Bizos, een van de drie advocaten die Mandela regelmatig hebben bezocht, signaleerde een merkwaardige invloed die de zwarte gevangene ongemerkt op zijn blanke bewakers leek uit te oefenen. Als zij hem ergens naar toe begeleidden, twee voor hem uit en twee achter hem aan, bepaalde Mandela het tempo, niet de bewakers. Bizos herinnert zich hoe, op een dag, Mandela in gezelschap van vier bewakers met kwieke tred de bezoekersruimte in de Pollsmoor-gevangenis kwam binnenmarcheren en met een brede lach tegen hem zei: 'George, mag ik je mijn erewacht voorstellen?' Waarna hij de bewakers keurig aan hem voorstelde.

Onder de indruk

Gevangenbewaarders van een hogere orde werden eveneens getroffen door de krachtige persoonlijkheid van hun ongewone gevangene. Vier ministers uit het kabinet die meer dan twee jaar in alle stilte regelmatig contact met hem hadden in de gevangenis, zeiden eveneens dat zij diep onder de indruk waren geraakt. Mede hierdoor heeft de regering zich laten overhalen een begin te maken met hervormingsinitiatieven.

Twee van deze ministers hebben zich daar ook publiekelijk over uitgelaten. 'Hij is een man van formaat, en zijn kwaliteiten zijn duidelijk voor iedereen die met hem in gesprek komt', verklaarde Gerrit Viljoen, de minister van grondwetszaken en na president De Klerk de machtigste man in de regering, vorige week op een persconferentie. Kobie Coetsee, die in zijn hoedanigheid van minister van justitie fungeert als 's lands hoofdcipier, liet zich zo mogelijk nog lovender over Mandela uit. In een toespraak tot het parlement zei hij woensdag dat wanneer de geschiedenis van dit tijdsgewricht wordt geschreven Mandela daarin een plaats zal krijgen als de man die een hoofdrol heeft gespeeld in de totstandkoming van een nieuw Zuid-Afrika.

Hoe komt het toch dat deze man zo'n indruk maakt, zelfs op de mensen die hem zo lang hebben gekweld? Volgens Bizos komt het door zijn indrukwekkend gevoel voor waardigheid. 'Hij windt zich nooit op en is altijd voorkomend', aldus de advocaat, 'en hij straalt een groot zelfvertrouwen uit' - iets waar het bij veel zwarten in Zuid-Afrika, generaties lang gekleineerd, aan ontbreekt. Sommigen zijn van oordeel dat Mandela's zelfvertrouwen gedeeltelijk het gevolg is van zijn opvoeding als lid van de koninklijke familie van zijn stam, waardoor hij niet belast raakte met de emotionele en intellectuele kluisters van het tweederangs burgerschap.

Maar Bizos geeft een eenvoudiger verklaring. 'Ik denk dat zijn zelfvertrouwen voortvloeit uit de wetenschap dat hij het morele gelijk aan zijn kant heeft en uiteindelijk wel moet winnen', zegt hij. 'Daardoor verkeert hij in een positie waarin hij het voor het zeggen heeft en verkeren zijn tegenstanders in het nadeel.'

Intelligent

Bovendien is er ook nog de kwestie van zijn grote intelligentie. Dullah Omar, ook een van de advocaten, vindt dat Mandela een genie is: een man met een begenadigd gevoel voor strategie entiming, iemand die het nota bene voor elkaar heeft weten te krijgen dat hij in zijn onderhandelingen met de regering vanuit zijn gevangeniscel de baas kon spelen. De derde advocaat, Ismail Ayob, is het daar evenwel niet mee eens. 'Mandela is inderdaad bijzonder intelligent, maar een genie is hij niet', vindt Ayob. 'Hij beschikt over wat ik een bezonnen oordeel zou willen noemen.' Daarmee wil Ayob aangeven dat Mandela gewoonlijk zorgvuldig luistert en een vraagstuk eerst goed doordenkt voordat hij tot een weloverwogen beslissing komt. 'Hij is werkelijk een uitmuntend advocaat, die de zaken van alle mogelijke kanten bekijkt.

'

aldus Ayob. Natuurlijk zijn er ook zaken die minder geweldig zijn. Weliswaar heeft Mandela altijd heel veel gelezen en volgt hij het nieuws op de voet, maar hij heeft jaren lang geen wezenlijke intellectuele contacten met anderen kunnen onderhouden, en dat heeft, volgens Ayob, zijn sporen nagelaten.

Naast de incidentele ontmoetingen met bezoekers, die altijd kort waren en steeds werden geremd door de aanwezigheid van bewakers, was er geen prikkel van buitenaf. Maar het afgelopen jaar, toen heel veel mensen hem vaak lange tijd aan een stuk mochten bezoeken, is dat veranderd, en volgens Ayob is Mandela daardoor weer aanzienlijk aangescherpt. 'Hij is een totaal andere man dan degene die een jaar terug in de gevangenis zat.'

In zijn omgang met mensen vertoont Mandela trekjes die de geboren politicus verraden. Zo vertelt Popo Molefe, die net als Boesak deel uitmaakt van de nieuwe generatie zwarte Zuidafrikaanse leiders, dat Mandela hem in december bij hun eerste ontmoeting, nog voordat zij aan elkaar waren voorgesteld, bij zijn naam aansprak en allerhartelijkst begroette. Daarna informeerde hij hoe het met zijn vrouw en kinderen ging, en ook van hen bleek hij de namen te kennen. Vervolgens herhaalde zich dit bij elk van de bezoekers die hij daarna nog verwelkomde.

Volgens vrienden van hem beschikt Mandela ook over een scherp gevoel voor wat zijn toekomstige rol van nationaal verzoener van hem vraagt, met name wanneer het erom gaat de angsten van de blanken voor een zwart bewind te temperen. Om zich op die rol voor te bereiden heeft hij vloeiend Afrikaans leren spreken, een taal die slechts heel weinig zwarte politici beheersen. 'Hij is zich scherp bewust van wat de geschiedenis en de toekomst van hem vragen', zegt Bizos.

Koninklijke opvoeding

Nelson Rolihlahla Mandela werd op 18 juli 1918 geboren als prins in het koninklijk geslacht van Tembuland, dat nu binnen het zogenaamde thuisland Transkei valt. Op twaalfjarige leeftijd werd hij door zijn ernstig zieke vader, stamleider Henry Gadla Mandela, toevertrouwd aan de hoede van zijn oom, het stamhoofd, die hem verder heeft opgevoed. Als onderdeel van zijn koninklijke opvoeding moest hij vele uren doorbrengen bij de zittingen waarin stamhoofd David Dalindyebo voor de stam rechtsprak, waaraan hij voor de rest van zijn leven een grote belangstelling voor juridische zaken heeft overgehouden.

In zijn studieperiode aan de zwarte universiteit van Fort Hare raakte hij er echter steeds meer van overtuigd dat voor hem het leven als stamhoofd niet was weggelegd. Hij sloot zich aan bij het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), samen met een andere student, Oliver R. Tambo. Dat vormde het begin van een vriendschap voor het leven met de man die in de dertig jaar dat het ANC was verboden de partij vanuit zijn ballingsoord in leven heeft gehouden, en die nu in een Zweedse kliniek herstelt van een hartaanval. Zowel Tambo als Mandela werden van de universiteit verwijderd nadat zij studentenprotesten hadden georganiseerd, en Mandela keerde voor enige tijd naar de koninklijke kraal in Tembuland terug. Op zijn drieentwintigste liep hij echter weg naar Johannesburg om te ontkomen aan een door de stam geregeld huwelijk met een vrouw die hij nog nooit had gezien.

Hij zou daarna twee keer trouwen. Nadat hij van zijn eerste vrouw, bij wie hij drie kinderen had, was gescheiden, trouwde hij met een beeldschone verpleegster uit de Transkei, Winnie Madikizela, die zelf ook een belangrijke, zij het controversiele, politieke figuur is geworden. Ze kregen twee dochters.

Toen hij voor het eerst in Johannesburg aankwam vond hij werk bij een goudmijn - bizar genoeg als politieman in het mijnwerkersdorp, die, uitgerust met een fluitje en een stok, de toegang tot het blok van de zwarte migranten-arbeiders moest bewaken - maar spoedig daarop liep hij Tambo weer tegen het lijf, en samen vonden zij een baan op een advocatenkantoor.

Alle twee volgden zij naast hun werk een rechtenstudie, bekostigd door Walter Sisulu, die daardoor, hoewel hij niet veel ouder was, voor alle twee zoiets als een mentor werd. Nadat zij waren afgestudeerd vestigden zij hun eigen gezamenlijke advocatenpraktijk.

Carriere in het ANCMandela en Tambo maakten snel carriere binnen de gelederen van het ANC, dat in die tijd nog een gematigde organisatie waarvan de leiders de blanke regering beleefd verzochten om enige verbetering van hun omstandigheden, maar die er niet van durfden dromen een meerderheidsregering te eisen.

Toen in 1948 de Nationale Partij aan de macht kwam en de rassenscheiding op basis van haar apartheids-ideologie verder werd aangescherpt, vormden de beide jonge advocaten samen met Sisulu een militante vleugel die zij de Jongeren Organisatie noemden en die al snel haar stempel op de oude organisatie drukte. 'Al in een vroeg stadium liet Mandela zien dat hij over een scherp verstand beschikte en dat hij een geslepen strateeg was', vindt Tom Lodge, auteur van tal van boeken over zwarte Zuidafrikaanse politiek. Hij voorzag dat het ANC wel eens ondergronds zou moeten gaan. Daarom ontwierp hij in de jaren vijftig een programma (het zogenaamde M-plan) dat voorzag in de vorming van cellen in elke straat in de zwarte woonwijken die de organisatie in staat zouden stellen te blijven functioneren, mochten de landelijke leiders en afdelingshoofden gevangen worden gezet. 'Als het ANC erin geslaagd zou zijn het M-plan goed uit te voeren, dan zou het voor de regering veel moeilijker zijn geweest de structuur van de organisatie na het verbod in 1960 te vernietigen', aldus Lodge.

Het verbod kwam ten tijde van een nationale crisis, die was ontstaan nadat op 21 maart 1960 de politie in het zwarte woonoord Sharpeville 69 demonstranten had doodgeschoten. Het ANC, dat tot dan toe een strategie had gevolgd van geweldloze acties naar analogie van Gandhi, om de regering aan te zetten tot het bijeenroepen van een conferentie waaraan alle rassen zouden moeten deelnemen, besloot dat vreedzame methoden niet langer tot de mogelijkheden behoorden.

Nadat hij had bekendgemaakt dat het ANC het idee van een conferentie verder liet varen en zou overgaan tot guerrillastrijd, dook Mandela, indertijd provinciaal voorzitter van het ANC, onder en richtte een militaire vleugel op onder de naam Umkhonto we Sizwe, oftewel Speer der Natie in de taal van de Zulu's.

Waaghalzen-bestaan

Als eerste opperbevelhebber van de Speer wist Mandela het land uit te glippen om in Algerije opleidingsfaciliteiten te arrangeren en zelf ook een korte gevechtsopleiding te ondergaan. Daarna keerde hij naar Zuid-Afrika terug, waar hij een waaghalzen-bestaan leidde. Ongetwijfeld hebben de verhalen daarover veel bijgedragen tot zijn romantisch imago.

Achtien maanden lang wist de Zwarte Pimpernel, zoals hij in de Zuidafrikaanse pers werd genoemd, uit handen van de politie te blijven, terwijl hij steeds maar verklaringen aflegde en in het geheim interviews gaf. Uiteindelijk werd Mandela gegrepen en tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens het illegaal verlaten van het land.

Een jaar later stond hij opnieuw in de rechtszaal, deze keer als hoofdverdachte in een zaak waarbij het hele oppercommando van Umkhonto we Sizwe terecht stond: alle zwarten, Indiers en blanken die bij een politie-inval in een kleine boerderij in de buurt van Johannesburg waren gearresteerd.

Dit schijnproces, waarbij hij werd beschuldigd van sabotage - waarop de doodstraf stond - heeft waarschijnlijk nog het meest bijgedragen aan Mandela's imago. Ten overstaan van de drommen mensen die dagelijks de rechtszittingen bijwoonden gedroeg hij zich, in de woorden van een van zijn verdedigers, 'op een manier die bijna koninklijk was'.

Hij besloot zijn optreden voor het hof met een redevoering a la Socrates, die een vast onderdeel is gaan vormen van het repertoire van het zwarte verzet.

Mandela sprak over het visioen dat hij had van een democratische en vrije maatschappij, waarin alle mensen dezelfde kansen zouden hebben en met elkaar in harmonie zouden kunnen samenleven, en hij verklaarde: 'Dat is het ideaal dat ik hoop te bereiken en waarvoor ik wil leven. Maar het is ook het ideaal waarvoor ik, mocht dat nodig zijn, bereid ben mijn leven te geven.' Sedertdien is hij aan het gezicht onttrokken geweest en veranderd in een soort godheid, die wel bestaat maar een onzichtbaar bestaan leidt, en die het aan anderen overlaat zijn boodschap te verkondigen terwijl zijn volk wacht op de wederkomst van deze Messiaanse figuur.

Gisteren is hij dan weergekeerd, terug in de gewone wereld, als een gewoon mens van vlees en bloed. Zijn invloed zal nog steeds geweldig zijn, ook al is hij dan niet langer een god.