Haast met OV-jaarkaart kost Ritzen geld

ROTTERDAM, 12 febr. - Er kan nu weinig meer misgaan. Op 1 januari krijgt iedereen met een studiebeurs een jaarkaart voor het openbaar vervoer. Of hij wil of niet. De Eerste Kamer moet zich nog wel over het wetsvoorstel uitspreken, maar verder uitstel is vrijwel uitgesloten. De komst van de kaart is nadrukkelijk in het regeerakkoord vastgelegd.

Het aanvullende contract dat minister Ritzen (onderwijs) vrijdagavond sloot met vertegenwoordigers van de NS en het stads- en streekvervoer vormt het sluitstuk van onderhandelingen die al begonnen in het voorjaar van 1988. Toen kwam prof. dr. R. J. in 't Veld, bezig met de sanering van de studiefinanciering, met het idee van de OV-jaarkaart als alternatief voor de huidige ingewikkelde reiskostenregeling in het beurzenstelsel. Minister Deetman wilde de kaart al op 1 september 1989 invoeren, maar de val van het kabinet haalde daar een streep door. De Eerste Kamer verklaarde het wetsvoorstel 'controversieel'. De Nederlandse Spoorwegen, weinig gelukkig met het contract dat zij inmiddels met Deetman hadden gesloten omdat dit te weinig geld opleverde, zagen hun kans schoon en wilden het contract opzeggen.

Het Nederlands Arbitrage Instituut bepaalde begin januari echter dat de NS zich aan het contract dienden te houden. Een uitspraak die werd gevolgd door vijf weken van hektische onderhandelingen tussen de nieuwe minister, Ritzen, en de ruim zestig vervoersbedrijven. Het bleek onmogelijk goed zaken te doen met zoveel verschillende rechtspersonen. Het nieuwe contract is dan ook met een beperkt aantal vertegenwoordigers gesloten. Die hebben tot taak alle afzonderlijke bedrijven bij de les te houden, want hun instemming is nodig om de kaart te kunnen gebruiken.

De vervoersbedrijven zijn nu min of meer elkaars gevangenen. Als er bedrijven afhaken, vervalt zowel de bonus van 18,5 miljoen gulden die hen in het vooruitzicht is gesteld indien de OV-kaart probleemloos op 1 januari wordt ingevoerd, als ook de verhoging van het contract met 35 miljoen gulden per jaar. Op dat punt begeven de ondertekenaars zich op glad ijs. In een aantal grote steden is de gemeente eigenaar van het plaatselijke vervoersbedrijf en heeft de gemeenteraad dus het laatste woord. Het is de vraag of de minister de gemeenten op deze wijze aan zich mag binden.

De 405 miljoen gulden die Ritzen de vervoersbedrijven nu per jaar biedt, komt overeen met het bedrag (407 miljoen) dat de bedrijven eerder bij Deetman als prijs van de OV-kaart op tafel legden. Deetman onderhandelde toen hard, liet zich niet opjagen en kwam ten slotte uit op 370 miljoen. Ritzen had minder tijd, ook al omdat elke maand uitstel hem 13 miljoen 'kost', het bedrag dat de kaart hem oplevert door de verlaging van de basisbeurs. Bovendien, Ritzen zou van de minister van financien dit jaar niet alvast zo'n vijftig miljoen extra in het hoger onderwijs mogen steken als niet zeker is dat de OV-kaart er op 1 januari ook inderdaad komt.

De behoefte om nu snel spijkers met koppen te slaan kost de overheid geld. Eigenlijk vormen zowel de bonus als de verhoging van de prijs van het contract het 'smeergeld' waarmee Ritzen de medewerking van de vervoersbedrijven heeft gekocht. Strikt genomen was opnieuw onderhandelen over de prijs niet nodig, alleen over de invoeringsdatum moest worden overlegd. Toen de handtekeningen vrijdag gezet waren stapten de vertegenwoordigers van de vervoersbedrijven dan ook zeer tevreden in hun auto.

Plotseling bleken ook de capaciteitsproblemen van de baan. Waar Ritzen zelf nog problemen voorzag, meenden de NS vrijdag dat er niets aan de hand was. Alle berichten over gebrek aan treinwagons en autobussen konden de prullenmand in. Zij dienden kennelijk alleen om de tegenpartij onder druk te houden. Toch had men ook in Zoetermeer zelf wel kunnen bedenken dat de invoering van de kaart niet onmiddellijk tot een grote reizigerstroom hoeft te leiden. Hooguit zal er wat ruimte komen op de riante parkeerterreinen van universiteiten en hogescholen. Maar daarbij gaat het om kleine aantallen studenten. Misschien zal de fietsende student op een regenachtige dag eerder de bus nemen. Verder zal voorlopig alles bij het oude blijven: studenten die nu al moeten reizen, zullen blijven reizen. En waarom zouden de anderen nu plotseling 's morgens vroeg in de spits in trein of bus willen stappen?

    • Onze Quirien van Koolwijk