'De Toverberg' van Thomas Mann is plotseling hoogst actueel; Het gebod van de tijd

Gisteren was het 85 jaar geleden dat Thomas Mann in het huwelijk trad met Katharina (Katja) Pringsheim, een huwelijk dat het ontstaan van een van de belangrijkste werken van 'De Tovenaar', De Toverberg, tot gevolg had. Maart 1912 werd Katja opgenomen in een sanatorium in Davos vanwege een longcatarre. Thomas Mann zocht zijn vrouw op en bleef drie weken. Het verblijf in het bossanatorium dr. Jessen leverde het decor op van de grote roman, die ten slotte in 1924 verscheen. In De Toverberg gaat Hans Castorp op ziekenbezoek in het sanatorium Berghof bij zijn neef Joachim Ziemszen, een bezoek dat - als zich ook bij de hoofdpersoon een longaandoening heeft geopenbaard - uiteindelijk zeven jaar van zijn leven zal beslaan. 'De Toverberg' speelt zich af aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog en wordt beschouwd als een verhandeling over het Europa in de periode 1907-1914, een lappendeken van staten onder het bewind van koningen, hertogen en tsaren. De 'Bildungsroman' beschrijft de bewustwording van de 'zevenslaper' Castorp temidden van de tegengestelde, door medepatienten vertegenwoordigde, politieke belangen. Maar ook gaat de roman over de 'verboden liefde', die de hoofdpersoon opvat voor 'de jonge Russin met de Kirgiezenogen' Claudia Chauchat.

Ik moest aan De Toverberg denken bij het lezen van het artikel op 8 februari in deze krant van Jana Beranova die een bezoek brengt aan de Praagse Burcht waar Vaclav Havel sinds kort resideert. Er is niet een klok in het presidentiele gebouw te vinden, constateert Beranova, 'Havel ziet dit als een symbool voor de jarenlange stilstand van de geschiedenis'.

Voor die symboliek is Havel aan Thomas Mann rechtstreeks schatplichtig. Want het derde thema dat aan De Toverberg ten grondslag ligt, is de betekenis van de tijd: hoe verhoudt het voortgaan van minuten, uren en dagen zich tot de historische ontwikkelingen. Aan het slot van De Toverberg raakt Hans Castorp verwikkeld in een dispuut tussen de humanist Settembrini en de jezuiet Leo Naphta. Ze staan respectievelijk een democratische en een communistische staatsinrichting voor. Niet alleen protagonist Hans Castorp weet zich geconfronteerd met een queeste naar de heilsleer, ook de auteur zelf zag zich bij het schijven van de roman geconfronteerd met een politiek dilemma. Eerst na het schrijven van Betrachtungen eines Unpolitischen (1918) kon hij het in 1912 begonnen werk voltooien. Uit zijn dagboekaantekeningen in 1919 (Munchen, 17 april) blijkt dat Mann nog neigde naar het gelijk van Leo Naphta, die hij aanvankelijk 'Bunge' noemde: 'Het conflict tussen reactie (middeleeuwen-vriendelijkheid) en humanistische verlichting is geheel en al vooroorlogs. De synthese lijkt in de (communistische) toekomst te liggen: het nieuwe bestaat in essentie in een nieuwe conceptie van de mens als zijnde een geestelijk-stoffelijke eenheid (opheffing van het christelijke dualisme van ziel en lichaam, kerk en staat, dood en leven).'

Maar, voegt hij daar even later aan toe: 'Bunge zowel als Settembrini hebben met hun tendens allebei evenzeer gelijk als ongelijk'. De hoofdpersoon, die zich 'daarboven' niet door het lezen van kranten informeert, maar uitsluitend aangewezen is op de analyses van de beide antagonisten, wrijft zich de ogen uit. Naphta predikt dat het gebod van de tijd de terreur is, dat de demonisering van de wereld door het kapitaal wordt veroorzaakt en dat het burgerlijke opvoedingssysteem heeft afgedaan. Settembrini staat de waarde van het individu voor, stelt dat het humanisme en de politiek zich in de literatuur openbaren en dat vrijheid, niet het nihilisme, maar de naastenliefde vertegenwoordigt.

In welke richting het denken en de 'synthese' van Thomas Mann ging, was vijf jaar later in de apotheose van De Toverberg te lezen. In de sneeuw van de Zwitserse Alpen wordt het conflict, onder de ogen van Hans Castorp, in een duel uitgevochten. Settembrini schiet het eerst, maar richt doelbewust in de lucht. De reactie van Naphta in de prachtige vertaling van Pe Hawinkels is als volgt: 'Lafaard!' schreeuwde Naphta, terwijl hij met deze uitbarsting in zoverre aan de menselijkheid tegemoet kwam, dat hij bekende dat er meer moed voor nodig was om te schieten dan op zich te laten schieten, hief zijn pistool op een manier die niets meer met vechten te maken had, en schoot zich door de kop'.

Het derde en laatste deel van de verfilming van De Toverberg (door Hans W. Geissendorfer) zag ik vrijdagmiddag bij de ZDF. Het is altijd een merkwaardige belevenis om personages en decor, die bij het lezen van een geliefd boek in de geest een zelfstandig leven zijn gaan leiden, minutieus uitgebeeld te zien. Maar een wezenlijker vraag deelde zich aan mij mede. Makers van opera en theater schromen er tegenwoordig niet voor klassieke werken in een modern jasje te steken. We zien acteurs in pakken van eigentijdse snit teksten van Shakespeare en Verdi reciteren, gesitueerd in een flatgebouw of makelaarskantoor.

Ook De Toverberg is door de ontwikkelingen in Oost-Europa plotseling hoogst actueel geworden: Het gekrakeel in Berghof, de tijd die daarboven stil staat, de Oost-Europese aristocratie die er in weelde baadt, de politieke dilemma's die worden beslecht. Wie De Toverberg nu leest zou er een groteske afspiegeling in kunnen zien van het Europa niet van zeven jaren, maar van zeventig jaren. Een roman niet alleen over de ondergang maar ook over de moeizame rehabilitatie van het Avondland. De roman geeft een fenomenaal beeld van het Europa zoals het ooit was, met al het onderlinge en nationale gekissebis, de daarop volgende machtsdeling en de wanhopige terugkeer naar de oude waarden. En Naphta, die zich een kogel door de kop schiet, als symbool voor de relatieve vluchtigheid van de communistische heilsleer. Thomas Mann was behalve tovenaar ook een profeet.

TOM ROODUIJN Thomas Mann in mei 1955, tachtig jaar oud Foto ANEFO