Dag van Mandela's vrijlating is een dag van verzoening

KAAPSTAD, 12 febr. - 'Daar komt hij, daar komt hij', roepen de honderden mensen die al uren in de brandende hitte voor de poort van de Victor Verster gevangenis staan te wachten. In de verte, op een geasfalteerde weg van het complex tussen de wijngaarden van Parel komt de lange kolonne auto's in zicht. De mensen beginnen te trillen en te schudden van spanning als uit de eerste auto een grijze, rijzige gestalte stapt en rustig op de slagboom toeloopt. 'Viva Nelson, Amandla', schreeuwen ze zwaaiend met vlaggen en spandoeken van het ANC voor de poort waardoor hun leider Nelson Mandela naar de vrijheid loopt. Hand in hand met echtgenote Winnie overschrijdt hij een witte streep. Voor het eerst in 27 jaar zien de mensen in levenden lijve de man die tijdens zijn gevangenschap een legende is geworden, het symbool van zwart Zuid-Afrika: met glanzend grijs haar, lang, slank en vitaal, lachend en zwaaiend met gebalde vuist, erudiet en bejaard. Nelson Mandela, de man die in 1964 tot levenslang werd veroordeeld wegens hoogverraad, die werd opgesloten als 'de gevaarlijke revolutionair, de oproerkraaier en de onruststoker', wordt als een held binnengehaald. Voor de Victor Verster gevangenis wordt gebroederlijk de wacht gehouden door de Zuidafrikaanse politie en de zogenoemde marshalls, die de ordedienst van het ANC vormen - mensen die enkele weken geleden nog genadeloos zouden zijn neergeknuppeld door de agenten. De ANC-kleuren zwart-groen-goud, tot voor kort nog aanstootgevend voor de politie, sieren de lantarenpalen, bomen en auto's bij de uitgang van het gevang. Mandela wordt onder politie-escorte naar Kaapstad gereden, langs de wijngaarden en de Blauwbergen die zo lang zijn uitzicht bepaalden.

Bevrijding

De dag van Mandela's vrijlating lijkt voor Zuid-Afrika een dag van bevrijding te zijn, een dag van verzoening en verbroedering tussen mensen die elkaar tot voor kort nog als vijanden bekeken, Zuid-Afrikanen die elkaar bestreden, haatten en vertrapten. Deze dag is een mijlpaal in Zuid-Afrika's geschiedenis: voor het eerst reiken zwarten en blanken elkaar de hand, voor het eerst erkent de blanke minderheid dat de zwarte meerderheid deel moet worden van het politieke proces. Niet alleen de president en 's werelds bekendste gevangene beseften dat vrijdag tijdens het gesprek waarin Mandela te horen kreeg dat hij voor de laatste keer de celdeur achter zich kon sluiten. Ook de mensen in het centrum van Kaapstad, de tienduizenden, staan soms hand in hand te wachten op hun leider, op de man die zij nog nooit hebben gezien. 'Waar is hij, wanneer komt hij toch', vraagt een groep vrouwen die met een krakkemikkige bus uit Umtata is gekomen, de hoofdstad van Transkei en de geboorteplaats van Mandela. Op oude, afgetrapte sandalen, tussen gescheurde tassen met eten en met ANC-vlaggetjes in de hand roepen ze zijn naam. 'Nelson Mandela, onze leider, Nelson Mandela, kom bij ons'.

De ANC-leider personifieert het gevoel van de zwarten voor het hardnekkige verzet tegen het systeem dat hen tot tweederangs burgers degradeert. Met de vrijlating van Mandela herwinnen zij hun zelfrespect, hun gevoel deel te zijn van Zuid-Afrika en niet slechts een goedkope arbeidskracht, een menselijk wegwerpartikel. Maar de vrouwen krijgen hun geliefde leider voorlopig nog niet te zien. De hele morgen is een steeds groter wordende stroom van mensen naar het centrum van Kaapstad getrokken, de moederstad van Zuid-Afrika.

Van Riebeeck

De volgeladen Toyota's komen uit de woonoorden Jujuletu, Kayelitsha en het krakerskamp Crossroads, met de armzalige onderkomens van de honderdduizenden zwarten die de afgelopen jaren hun dorpen op het platteland hebben verlaten om op de droge, onvruchtbare Kaapse vlakte bij Kaapstad hun geluk te beproeven, en meestal zonder succes. De 'toyi-toyi' dansend komen ze uit alle straten. Vanuit de Heerengracht, de Strandstraat en de Nieuwe Marktstraat naar de Grand Parade, bij het historische kasteel van Jan van Riebeeck, de Hollander die Zuid-Afrika de eerste blanken bracht. De mensenmassa zwelt aan, en de toegangswegen slibben dicht, zodat ook de autokolonne van Mandela, omstuwd door aanhangers, beklemd raakt. De mensen willen hem aanraken, hem zien. 'Nelson, we willen bij je zijn, we horen bij je', schreeuwen sommigen, bonkend op de auto's. Het ongeduld van de mensen is groot en de spanning te snijden als een aantal jongeren met stenen de ruiten ingooit van de 'Gouden Akker', een winkelcomplex met diverse verdiepingen aan de Adderleystraat. Meteen na het sneuvelen van de ruiten springen politieagenten uit gereedstaande busjes en rennen, begeleid door overvalauto's met sirene, naar de Gouden Akker. Ze houden hun geweren in de aanslag en proberen de plunderaars te verdrijven. De vreedzame, hoopvolle bijeenkomst dreigt te eindigen in chaos. Mensen lopen verschrikt de zijstraten in en de agenten achtervolgen vermeende plunderaars. In het portiek van de winkel ligt een zwarte man die is getroffen door een schot hagel. Plotseling zijn de scherpe kanten van Zuidafrika's rassenconflict weer zichtbaar, is de grimmigheid weer voelbaar, vloeit het bloed weer in de straten. De schietpartijen kosten ten minste een man het leven, terwijl tientallen mensen met schotwonden naar het Groote Schuurziekenhuis worden vervoerd.

De opgetogen en uitgelaten stemming onder de mensen die chaotisch door elkaar lopen is in een keer gedrukt. Maar hoeveel gewonden ook worden afgevoerd, hoe hard het politie-optreden ook is, de mensen willen Mandela zien, na al die jaren van afwezigheid. Ramaphosa is de regisseur van de welkomstbijeenkomst. Hij baant zich een weg uit het stadhuis om te overleggen met de Anglicaanse aartsbisschop Desmond Tutu, die er op staat dat Mandela spreekt. 'De mensen worden gek als ze hem niet zien. Dan komen we echt in de problemen', zegt hij.

Krachtige taal

Met moeite klautert de 71-jarige Mandela daarna toch nog op het spreekgestoelte voor het stadhuis, vier uur later dan gepland. Hij wordt omringd door zijn vroegere celgenoot Walter Sisulu en door Ramaphosa. 'Viva, viva', klinkt het uit de menigte als hij in het donker de mensen toespreekt. In zijn woorden klinken strijdbaarheid, vastberadenheid, de leider van zwart Zuid-Afrika is bejaard, maar nog lang niet uitgespeeld. 'Lang leve het ANC, lang leve de Umkhonto we Sizwe', roept hij de gewapende tak van het ANC prijzend toe. Hij leest zijn toespraak door kleine brilleglazen en spreekt krachtige taal voor een 71-jarige: 'Het ANC had geen andere keuze dan de gewapende strijd, en sommige van de redenen waarvoor die strijd werd ontketend, bestaan nog steeds.' Mandela houdt vast aan de gewapende strijd en bepleit ook economische sancties tegen Zuid-Afrika te handhaven. 'We moeten het apartheidsregime isoleren. Als we onze inspanningen nu verslappen, zullen latere generaties ons dat niet vergeven'.

De peptalk voor de hardere gelederen van het ANC wordt echter ook gevolgd door wat meer verzoenende taal. 'President De Klerk is een integer man, hij heeft meer gedaan dan al zijn nationalistische voorgangers bij elkaar', aldus Mandela. Voor de mensenmassa's staat dan eindelijk de man voor hen die inmiddels in zijn gevangenschap een bijna onmeetbare invloed heeft gekregen op de Zuidafrikaanse politiek. Maar Mandela heeft de gevangenis verlaten, hij moet onderhandelen met de regering, met de blanke partijen, met zwarte groepen. En met zijn eigen ANC. Drukke dagen staan hem te wachten met persconferenties, buitenlandse bezoeken en overleg met een lange rij mensen die bij hem voor de deur staan. Mandela is weer deel van het dagelijkse leven, terug op aarde tussen de mensen voor wie hij altijd opkwam, en tussen de blanke politici die hij altijd bestreed. Met zijn terugkeer verliest hij ook de bovenmenselijke proporties die zijn persoon omhulden.