Wereldtitel hockeyteam in 1973 'n historische gebeurtenis; Hitchcock-thriller was er niets bij

Maandagmorgen vroeg begint in Lahore het wereldkampioenschap hockey waar het Nederlands team van bondscoach Jorritsma een serieuze gooi naar het goud wil doen. Oranje staat al vele jaren in de wereldtop, maar veroverde tot nog toe toch slechts een keer een wereldtitel. Dat gebeurde in 1973, bijna zeventien jaar geleden, op gewoon gras in het Wagenerstadion in Amstelveen. Het was een historische gebeurtenis. Een terugblik.

Het Nederlandse hockey teert nog steeds op dat onverwachte succes van 1973. Na de Olympische Spelen van Munchen en vooral het WK in Amstelveen leek iedereen ineens geinteresseerd in het spel met stick en bal. Vijf jaar later waren er ruim 30.000 hockeyers en hockeysters bijgekomen en in 1980 had de KNHB voor het eerst meer dan 100.000 leden. Momenteel behoort hockey met ongeveer 130.000 beoefenaars tot de 'grote' sporten in Nederland. 'Door het WK', zegt Ties Kruize, destijds als 20-jarige speler topscorer van het toernooi, 'kwam het hockey in een heel ander daglicht te staan. De mensen zagen dat het zeker niet alleen door rijkeluiszoontjes werd gespeeld.' De belangstelling voor het WK'73 was bijzonder groot in Nederland. Vrijwel alle wedstrijden van Oranje waren uitverkocht en toen de finale tegen India direct op tv werd uitgezonden was het, zoals de toenmalige bondscoach Ab van Grimbergen het zich herinnert, 'muisstil op straat'.

Het Wagenerstadion puilde bij de eindstrijd werkelijk uit. Er stonden in die tijd nog geen hekken rondom het veld en daarom zaten de mensen bijna bovenop de lijn. Het publiek bleek een enorme steun voor de thuisploeg. 'Als hetzelfde toernooi in een ander land zou zijn verspeeld waren we waarschijnlijk geen wereldkampioen geworden', realiseert Ties Kruize zich zeventien jaar later.

Heldenrol 'Een dergelijk gigantisch publiek beinvloedt de scheidsrechters. Het kan net de doorslag geven of je wel of geen strafcorner krijgt', aldus Maarten Sikking, die als doelman een heldenrol vertolkte. De keeper spreekt zonder schroom van 'een volkomen onterechte titel. We speelden helemaal niet zo goed', bekent Sikking. 'We hadden echt alle geluk van de wereld. Dat was bijna abnormaal. Ik heb laatst de beelden nog aan mijn kinderen laten zien. India had in de finale makkelijk afstand van ons kunnen nemen; en eerder waren we de poule al bijna niet doorgekomen.' Nederland startte het toernooi heel teleurstellend, 0-0 tegen Argentinie. In de tweede wedstrijd werd met 2-1 van Pakistan verloren. De Aziaten waren weliswaar de regerende kampioenen, maar zij misten bijna hun hele basisploeg door schorsingen die werden opgelopen tijdens de Spelen van Munchen. Na deze nederlaag kroop het Nederlandse team op initiatief van speler Andre Bolhuis bij elkaar in het tijdelijke onderkomen, motel De Witte Bergen in Laren, en werd besloten de speelwijze te veranderen. In de voorbereiding hadden met name coach Van Grimbergen, trainer Cees Tania en de gebroeders Spits veelvuldig naar het 'totaalvoetbal' van Ajax gekeken. Ze bezochten wedstrijden en trainingen van de Amsterdamse club en daar rolde toen het 'totaalhockey' uit. 'Maar', aldus Van Grimbergen ' iedereen was het er na de wedstrijd tegen Pakistan over eens dat we die tactiek overboord moesten gooien.' Het spel van Oranje werd behoudener en een aantal spelers wisselde van plaats. Zo kwam Bolhuis dominant op het middenveld te staan, een doorslaand succes. Paul Litjens, tot dan slechts een wisselspeler, kreeg een basisplaats en speelde volgens Van Grimbergen het toernooi 'als een leeuw' uit. Belgie (4-1) en Maleisie (4-0) werden vervolgens overtuigend verslagen, maar in de laatste wedstrijd van poule B kwam Oranje weer in de problemen. Het moest ten minste gelijk spelen tegen Engeland dat echter halverwege de tweede helft op 0-1 kwam. 'Gelukkig', herinnert Van Grimbergen zich, 'waren de Engelsen zelf nog het meest verrast door die voorsprong.'

Door treffers van Kruize en uitblinker Jeroen Zweerts werd alsnog met 2-1 gewonnen en de halve finale bereikt.

Hitchcock

De laatste twee WK-wedstrijden van Oranje waren ongekend spannend. 'Een thriller van Hitchcock was er niets bij', weet Sikking. De keeper speelde zowel in de halve finale tegen West-Duitsland (0-0) als in de eindstrijd tegen India (2-2) een hoofdrol. Beide duels moesten namelijk worden beslist met strafballen. Nederland scoorde zowel die vrijdag als zondag vier keer van 6.40 meter, terwijl vooral door toedoen van Sikking de tegenstanders het minder goed deden. De Tilburger Bart Taminiau maakte tot twee keer toe de beslissende push. 'We waren beter voorbereid dan de andere ploegen', kan Van Grimbergen achteraf vol overtuiging stellen. Hij zegt dat hij al voor het toernooi 'op karakter-basis' het vijftal voor de strafpushes had samengesteld. 'Ik herinner me nog dat ik een etentje wegens het 75-jarig bestaan van de hockeybond heb laten schieten om daar in alle rust over te kunnen nadenken. Ik wist dat het in zo'n zwaar toernooi om details zou gaan.'

Zelfvertrouwen

Toch had het niet veel gescheeld of het Nederlands team had de finale, op zondag 2 september, verloren. Er werd nog wel een achterstand van 2-0 weggewerkt, maar toen India in de verlenging een strafbal kreeg leek de gouden droom voorbij. Govinda, de hockeymagier van Azie, schoot echter zwak in en Sikking stopte. In de serie na afloop miste de vedette weer. Dit keer pushte hij de bal in de kruising, maar Sikking graaide 'm eruit. 'Internationaal stopte ik altijd veel strafballen', herinnert hij zich. 'Ik had een goed reactievermogen. Dat scherpte ik aan door zaalhockey te spelen. Ik bleef de speler die moest pushen altijd recht in zijn gezicht aankijken. Ik probeerde zelfvertrouwen uit te stralen. Ik maakte vooraf ook altijd een paar zijwaartse bewegingen. Maar ik was niet echt irritant, liep niet mijn doel uit of zo.' Sikking, die na zijn actieve loopbaan nooit meer een stick aanraakte of een hockeywedstrijd bezocht, zwaait alle lof in zijn richting weg. 'De wereldredding van het WK was eigenlijk van Andre Bolhuis', herinnert hij zich nog. De doelman doelt op de bal die de Utrechtse middenvelder in de verlenging van de finale van de lijn haalde na een inzet van Kumar. 'Andre moest er zelfs voor over mijn been springen. Dat zal ik nooit vergeten.'

Ties Kruize maakte de beide doelpunten in de eindstrijd tegen India. Hij bracht daarmee zijn totaal op elf. Een jaar eerder bij de Olympische Spelen had de jeugdige specialist in strafcorners al furore gemaakt met een monsterscore van zeventien treffers.

Bijl

Tijdens dat toernooi in Munchen speelde Kruize met de beroemde 'bijl', een stick met een gewicht van 27 ounce. 'Die had ik toen van Cees Tania geleend, bij wijze van proef. Ik scoorde er bij de corner goed mee, maar hij was eigenlijk te zwaar om mee te spelen. Na de Spelen heb ik 'm ook gewoon aan Tania teruggegeven en heb tijdens het WK met een gewone stick gespeeld. Bij de Spelen had ik een gemiddelde score met de corner van vijftig procent, bij het WK, denk ik, zo'n 30 a 35 procent.'

Kruize vormde met Frans Spits als aangever en Kranenburg als stopper een uitstekend trio. Litjens kwam als 'schaduwschutter' niet aan de beurt. 'We hebben in de voorbereiding op het WK duizenden ballen geslagen', aldus Kruize. Het geeft aan dat er ook toen al hard werd getraind, op Papendal, in Amstelveen en voor het loop- en krachtwerk op Kraantje Lek. 'Ik was in de maanden voor het WK misschien een avond in de week thuis en dan lag ik nog om half tien op bed', verduidelijkt aanvoerder Nico Spits.

Het was opvallend dat de Nederlandse selectie destijds uit spelers van liefst elf verenigingen was samengesteld. Na de Olympische Spelen van '72, waar een vierde plaats werd bereikt, waren maar twee hockeyers uit het team verdwenen, de geblesseerde Pieter Weemers en Kick Thole. Niet een ploeg leverde drie spelers aan Oranje, Amsterdam (Frans en Nico Spits), HHYC (Kruize en reservedoelman Doyer), HTCC (Kaanders en Sikking), Kampong (Bolhuis en Litjens) en Victoria (Steens en Zweerts) elk twee.

Oranje vormde ook zeker geen volledige vriendengroep. Er waren zelfs spelers die elkaar gewoon niet mochten. Frans Spits en Paul Litjens bijvoorbeeld, nu samen lid van het bondsbestuur. 'Daar moesten we soms als scheidsrechters tussen gaan staan om ze uit elkaar te houden', weet Nico Spits nog. Hij heeft zich altijd verbaasd over de totaal verschillende types in de groep. 'Ikzelf hield van het lezen van een boek bij klassieke muziek, terwijl er uit de kamer van Kruize, Leefers en Steens keiharde pop klonk.'

Sikking: 'Coen Kranenburg was een echte keurige heer, een hele aardige ook, en ik liep gewoon in een spijkerbroek en hoge laarzen rond.'

Volgens Nico Spits had iedereen echter respect voor elkaar en liet men de anderen met rust. 'En', aldus de captain van het gouden team van '73, 'op het veld bleek deze samenstelling veel succes te hebben. Ik ben er nooit achtergekomen hoe dat nu eigenlijk kwam.'

    • Hans Klippus