Wandeling door binnenstad is een bizarre ontdekkingstocht; Babylon-syndroom nekt Heerlen

HEERLEN, 10 febr. - Naast het gemeentehuis van Heerlen liggen enige hardstenen resten ingegraven van wat eens het arbeidsbureau was. Het is als een monument bedoeld, maar heeft de uitwerking van een memento mori. Enkele jaren geleden moest het karakteristieke gebouw in de Uilestraat wijken voor een parkeergarage. De Heerlense beeldend kunstenaar Michel Huisman (33), in 1987 winnaar van de Edmond Hustinxprijs en op dit moment bezig met het paradijsvogelproject in de Amsterdamse Stopera, staat er bij en kijkt er naar. Voor deze 'echte Heerlenaar', zoals hij zich noemt, is het 'kerkhof' het symbool van het stedebouwkundige beleid van de gemeente. 'Hier slopen ze werkelijk alles. Alle plaatsen waar ik vroeger gespeeld heb, zijn weg. Heerlen is net als Babel en Troje verwoest'. Volgens Huisman zal het nog erger worden. Heerlen wil tussen nu en tien jaar veranderen in wat wordt genoemd 'de modernste stad van Zuid-Nederland'.

Kosten 460 miljoen gulden, waarvan de gemeente zelf 93 miljoen moet opbrengen. Op 20 februari zal het ontwikkelingsplan door de gemeenteraad worden vastgesteld.

Oneindig niets

Een wandeling met Huisman door de binnenstad is een bizarre ontdekkingstocht. Hele straten, zoals de Geerstraat, zijn afgebroken en lopen uit op een oneindig lijkend niets. Voor zover wel opgevuld, staan er nieuwe, hoekige flatgebouwen. Tussen oude huizen is nieuwbouw gepropt, die op geen enkele wijze harmonieert met de omgeving. Bij een bouwwerk in de Akerstraat, waarop de naam Ruyters voorkomt, een van de twee projectontwikkelaars, die de gemeente in de arm nam voor het nieuwe stadshart, zegt Huisman: 'Dat zijn dezelfde mensen, die straks het plan zullen verwezenlijken. Wat moet je daar in vredesnaam van verwachten?' De oude bebouwing rond de romaanse Pancratiuskerk moest wijken omdat men vond dat het godshuis weer zichtbaar moest worden. Toch bouwde men er later opnieuw winkels en horecabedrijven omheen. Het 'glaspaleis' Schunck, een schepping van architect Peutz sr. uit 1932, werd danig verminkt. In de nieuwe stadsplannen zou het weer in de oude staat worden teruggebracht. Het monumentale hoofdkantoor van DSM in de Van der Maesenstraat viel onder de slopershamer.

Wie Heerlen op oude ansichten ziet, krijgt tranen in de ogen. Alles wat eigen en gezellig was, is nagenoeg verdwenen. Wat er voor in de plaats kwam is een allegaartje waarin nauwelijks een stedebouwkundige visie valt te ontdekken.

Een 65-jarige Heerlenaar: 'Er wordt hier maar wat aangerotzooid: gesloopt, herbouwd en weer gesloopt. Daardoor raak je je eigenheid kwijt. Maar als gewone burger heb je er niks in te vertellen.' Na de bekendmaking vorige maand van het ontwikkelingsplan voor de binnenstad ontstond er onder dat deel van de Heerlense bevolking dat nog niet ten onder ging aan apathie, grote opschudding, die haar weerslag vond in tientallen ingezonden stukken in de krant. Een briefschrijver vergeleek de plannen met de grootheidswaan van Ceausescu.

Nieuw stadshart

Tijdens een van de voorlichtingsavonden, die de gemeente aan het plan besteedde, sprak Huisman zijn bezorgdheid uit. Die werd alleen nog maar groter toen hij in het bezit kwam van het contract, dat de gemeente voor de verwezenlijking van het nieuwe stadshart heeft gesloten met twee projectontwikkelaars, het Bouwfonds Woningbouw en MBO-Ruyters. 'Ze krijgen een monopoliepositie zonder dat de capaciteiten van mogelijke andere partners zijn onderzocht. Ze krijgen gegarandeerde rechten op alle in het plan opgenomen projecten. Een ontwikkeling, die in meer plaatsen in Nederland aan de gang is. Ze is het gevolg van wat ik het Babylonsyndroom noem. De ene gemeente wil de andere in grootsheid overtreffen. Beleggers en projectontwikkelaars maken de dienst uit met uitsluiting van elke concurrentie. Bij hun prevaleert economische rendement boven schoonheid. De middelmatigheid zegeviert.'

In een brief aan de gemeenteraad schreef Huisman: 'Bindt u niet aan deze partners voordat ze een uitgewerkt stedebouwkundig en architectonisch plan met begroting hebben geleverd. In het ontwikkelingsplan staan alleen maar fantoomtekeningen.' Volgens hoofd N. Kentgens van de economische afdeling van de gemeente wordt de kwestie van de architectuur geregeld in de mantelovereenkomst, die Heerlen met de twee private partners zal sluiten. 'De invulling kan lopen via de welstandsprocedure. Of de partners gaan met elkaar om de tafel zitten en maken een voordracht van architecten. De architecten uit de regio krijgen daarbij volop kansen.'

Volgens de Heerlense docent in de architectuurgeschiedenis Nic. Tummers zit er in de plannen nog teveel 'middenstandscosmetica' en te weinig visie op wat er in de toekomst in een stedelijke structuur bepalend wordt. Tummers organiseert op 17 februari een excursie voor stedebouwkundigen en architecten uit het hele land, die hun oordeel zullen geven hoe de binnenstad er het best kan gaan uitzien. 'Te laat is het zeker nog niet', aldus Tummers.

Verplichtingen

Huismans zorgen over het contract worden gedeeld door de fraktievoorzitter van de Socialistiese Partij in de gemeenteraad, de advocaat mr. J. de Wit. ' Er zitten wat akelige verplichtingen in voor de gemeente. Zo is er een clausule opgenomen dat de projectontwikkelaars zich kunnen terugtrekken als blijkt dat onderdelen van het plan financieel niet haalbaar zijn. De gemeente verplicht zich de benodigde grond bouwrijp aan de partners over te dragen. Als de partners het laten afweten, zit de gemeente met die grond in de maag met alle renteverliezen van dien.'

Ketgens: 'Dan kun je gaan denken aan het inschakelen van andere partners dan de twee in het contract. Daarin is ook voorzien.'

De Wit stelt vast dat hij een roepende in de woestijn is. 'De overige raadsleden leven in een roes. Je kunt er nauwelijks meer reeel over praten, want dat zou het grote plan kunnen aantasten.' Veel Heerlenaren maken zich zorgen over de vraag of de gemeente niet al haar beschikbare fondsen zal moeten aanspreken voor de binnenstad waardoor een wijk als de Vossekuil en het stadsdeel Hoensbroek niet meer aan hun trekken zullen komen. Daar hebben verloedering en verpaupering ernstig toegeslagen. Kentgens van de gemeente: 'In het stadsvernieuwingsfonds zit voor de komende tien jaar 60 tot 70 miljoen. Niet meer dan 18 miljoen daarvan gaat naar het centrum. Er blijft dus genoeg geld over voor het oplossen van de andere knelpunten. Bovendien gaan we er van uit dat het aanpakken van het centrum een positieve uitstraling heeft naar de rest van de stad, waardoor de problemen daar ook vanzelf minder zullen worden.'