'Uit dat licht! Zo kunnen we niks zien'

AMSTERDAM, 10 febr. - Een totale maanverduistering aan een heldere hemel trok gisteravond honderden mensen naar het Zeiss Planetarium in Artis. Tegen zevenen leek het er even op dat, door een lichte bewolking in het oosten, de verduistering niet kon worden waargenomen. De bewolking trok echter snel voorbij en liet een bijna geheel verduisterde, roestrood gekleurde maan achter, die inmiddels boven de boomtoppen uit gestegen was.

Het Zeiss Planetarium had, voor het eerst, leden van de Nederlandse vereniging voor weer- en sterrenkunde gevraagd hun telescopen in de tuin van het planetarium op te stellen. Achter drie lenzenkijkers en twee spiegelkijkers stonden aanzienlijke rijen mensen op hun beurt te wachten. Voorzitter van de Amsterdamse kring Wim Nobel vond de verduisterde maan overigens niet zo 'dieprood' als anders; de verduistering bleef naar zijn mening 'wat nevelig'. Student John Jonge Poerink, toevallig in de buurt en daarom het planetarium maar eens binnengelopen, had het verschijnsel 'nog nooit eerder zo bewust gezien' - wat volgens hem alles te maken had met het ongunstige tijdstip waarop het zich doorgaans voordoet. De laatste maanverduistering was in augustus vorig jaar, middenin de nacht. De tienjarige Inge-Laura, hier met haar familie aanwezig, zei 'de planeten en de sterren en het heelal' heel boeiend te vinden. De vraag wat er zo boeiend is aan die dode dingen, leverde als antwoord op: 'Ze zijn niet dood, ze bewegen toch!' Temidden van de toeschouwers bevinden zich ook cameramensen, radiojournalisten en fotografen, die nu en dan irritatie wekken. 'Uit dat licht!' wordt er geroepen als een ploeg van de NOS zijn camera op de telescopen richt, 'zo is er niets te zien!' Als een fotograaf een groepje mensen vraagt 'omhoog te kijken' wordt hij vreemd aangestaard. 'U bent van de sterren?' informeert een wat oudere man die klaarblijkelijk met een specifieke vraag zit, bij een argeloze bezoeker.

Volgens Marc Spoelstra, medewerker van het planetarium, is er de afgelopen maand veel gebeld. Men wilde weten of het planetarium iets deed, zo ja wat, en hoe laat. Enige drukte was dus wel verwacht, maar op de honderden belangstellenden die nu gekomen waren, had men niet gerekend.

    • Kees Beekmans