'Sorry jongens, hier is de Border Patrol, terug naar Mexico'

NUEVO LAREDO, 10 febr. - Op zo'n twintig kilometer ten westen van de Amerikaanse stad Laredo, langs de grens met Mexico, gooit agent Daniel Melendez van de Amerikaanse Border Patrol met zijn werphengel een dobber en een stuk aas in de Rio Grande. Melendez is vandaag under cover - gekleed in jeans, een zeiljack en een basketbalpet. Hij heeft nauwelijks aandacht voor de dobber en tuurt onafgebroken naar de Mexicaanse overzijde van de rivier. 'Beet', sist hij tegen me, als hij aan de overzijde zeven mannen met drie autobinnenbanden uit het droge struikgewas schieten, naar de oever lopen en hun illegale oversteek beginnen. Met een walkie talkie waarschuwt Melendez twee collega's die wat landinwaarts verscholen wachten in een terreinwagen.

Als de zeven opgewonden het beloofde land opklauteren, komt agent Melendez aansprinten en roept: 'Sorry jongens, hier is de Border Patrol, we gaan weer terug naar de andere kant'.

Seconden later komt de jeep aanhobbelen en mogen de zeven - afkomstig uit de 400 kilometer zuidwaarts gelegen Mexicaanse stad Saltillo - instappen. Zij worden even later zonder administratieve plichtplegingen afgezet bij de internationale brug over de Rio Grande in Laredo, waar zij weer naar hun vaderland mogen lopen. 'Gaan jullie het weer proberen?', vraag ik een van de weglopende Mexicanen. 'Wie weet', roept hij schaterlachend terug, terwijl de Amerikaanse agenten grijnzen. Daniel Melendez zegt: 'Dit is voor ons dagelijkse routine. Vanavond of vannacht komen ze weer en waarschijnlijk met meer succes'.

Forse boetes

Het is nu bijna twee jaar geleden dat een in 1986 gelanceerde Amerikaanse immigratiewet voluit van kracht werd, die een einde wilde maken aan de massale migrantenstroom vanuit het arme zuiden, die had geleid tot het illegale leger van naar schatting zeven miljoen mensen in de Verenigde Staten. Anders dan voorgaande Amerikaanse immigratiewetten, die mikten op massale deportaties, bleek de nieuwe wet een mengsel van humanitaire en restrictieve maatregelen. Zo konden alle illegalen die al voor 1 januari 1982 in de Verenigde Staten werkten en dat konden aantonen, hun verblijf legaliseren wat binnen een jaar of vijf uitzicht biedt op een Amerikaans staatsburgerschap. Tegelijk werden Amerikaanse werkgevers met forse boetes bedreigd als zij nog illegale migranten in dienst zouden nemen.

Nu wordt aan beide zijden van de grens met hartstocht gedebatteerd over de gevolgen van de wet. En de conclusies lopen zeer uiteen. In kringen van de Amerikaanse Immigratie- en naturalisatiedienst (INS) wordt op jubeltoon gesproken over een daling van de illegale migrantenvloed van veertig procent over de laatste drie jaar. Oscar Martinez, chef informatie van de INS in de 300 kilometer lange 'sector Laredo', beaamt dat optimisme aan de hand van een zelf vervaardigde grafiek. Werden in 1986 nog 145.000 illegalen in 'zijn' sector gepakt en teruggestuurd, in 1987 waren dat er 77.000, in 1988 65.000 en vorig jaar 75.000. Een vermindering met bijna vijftig procent. Maar vooral vanuit academische kringen aan beide zijden van de grens wordt het officiele optimisme van de INS bestreden. In Laredo's Mexicaanse 'zusterstad' Nuevo Laredo zegt de socioloog Manuel Cheballos, directeur van het 'Colegio de la Frontera Norte', dat grensproblemen bestudeert: 'De INS-cijfers vertekenen de werkelijkheid. De Amerikaanse grensbewakers geven zelf toe dat zij zich de laatste jaren meer concentreren op het onderscheppen van drugstransporten, zodat zij minder tijd hebben om migranten tegen te houden.' De Mexicaanse socioloog ziet nog een simpele verklaring voor het dalende verloop van de INS-statistiek: 'Ruim drie miljoen illegale migranten, die al voor 1982 in de Verenigde Staten werkten, konden hun verblijf daar met hulp van de nieuwe wet legaliseren. Zij kunnen de grens nu dus legaal oversteken. Maar ons onderzoek wijst erop dat het aantal migranten dat een eerste oversteekpoging waagt, eerder toe dan afneemt. Daarom is het mogelijk dat het totale aantal Mexicaanse en Middenamerikaanse migranten in de Verenigde Staten nog steeds toeneemt. Volgens Cheballos is het migrantenprobleem onoplosbaar, zolang er zulke dramatische welvaartsverschillen bestaan tussen de Verenigde Staten en hun zuiderburen. 'Zij blijven komen, zelfs als wij de Rio Grande volstoppen met krokodillen.'

Aanmoediging

Sociaal onderzoeker Nestor Rodriguez, van de Universiteit van Houston, vermoedt dat de nieuwe immigratiewet op onbedoelde wijze een aanmoediging betekent voor meer illegale migratie. Hij meent: 'De wet heeft de migrantengemeenschap in de Verenigde Staten gesplitst in een legaal en een illegaal deel. Vroeger zocht een illegale nieuwkomer meestal hulp bij eveneens illegale vrienden of familieleden, die al langer in de Verenigde Staten verbleven. Nu kan hij die hulp waarschijnlijk krijgen van legale vrienden of familieleden, wat de migratieroute meer solide maakt.' Blijft het feit dat Amerikaanse werkgevers nu volgens de nieuwe wet tegen een stevige geldboete of zelfs een gevangenisstraf van zes maanden kunnen aanlopen als zij goedkope illegalen in dienst blijven nemen. Wordt het daarmee niet moeilijk een baan in de Verenigde Staten te vinden en ontmoedigt dat de illegale oversteek niet? Mike Herrera, eigenaar van de krant Laredo Today, laat weten: 'Het huishoudelijke personeel van de andere kant blijft gewoon komen. De INS heeft onvoldoende middelen en mensen om daar achteraan te gaan. Maar vooral de grotere ondernemers kunnen nu inspecties van INS-agenten verwachten.'

Toch ziet Herrera een duidelijke leemte in de nieuwe immigratiewet, waar de Amerikaanse werkgevers en de zuidelijke migranten hun voordeel mee kunnen doen. Hij vertelt: 'De wet eist weliswaar dat de werkgever nagaat of een aspirant-employee de vereiste papieren heeft, maar eist niet van hem dat hij controleert of die papieren ook echt zijn.'

Deze merkwaardige situatie geeft de laatste tijd aanleiding tot een nieuwe 'boom'-industrie: de vervalsing van documenten - van geboortebewijzen en verblijfsvergunningen, tot groene kaarten, sociale verzekeringspapieren en bewijzen dat men al voor 1 januari 1982 in de Verenigde Staten werkte. Sommige vervalsingen staan bekend als fifty-footers, omdat al op vijftig voet afstand zou zijn te zien dat het om vervalsingen gaat. Zij kosten maar enkele tientallen dollars. Er zijn al betere creaties voorhanden die honderden dollars moeten opbrengen.

Mike Herrera toont mij een artikel in zijn krant van 25 januari jongstleden. Het gaat om Alejandro Castro en Eufenio Gonzalez, afkomstig uit het Mexicaanse Nuevo Laredo, die in 1987 illegaal naar Laredo kwamen en daar een imposante vervalsingsindustrie opzetten met dependances in San Antonio en Houston. Op 24 januari werd de hele organisatie opgerold door federale agenten die 25.000 vervalste documenten buitmaakten met een geschatte waarde van vijf miljoen dollar. Soortgelijke ondernemingen werden het laatste jaar ook opgerold in Los Angeles en Washington. 'Ik denk dat dit een farce kan maken van de immigratiewet', sprak de arbeidseconoom Vernon Briggs onlangs tijdens een conferentie over de Zuid-Noord-migratie die door de Universiteit van San Diego werd georganiseerd. 'Als een werknemer papieren toont die er op het eerste gezicht een beetje redelijk uitzien, kan de werkgever zijn handen in onschuld wassen.'

Een eigenaar van een restaurant die ook op de conferentie was uitgenodigd, sprak: 'Er zijn karweitjes die Amerikanen simpelweg niet meer willen opknappen. Ik heb weken uitgekeken naar vaatwassers, maar zij kwamen niet. Dus als er iemand uit Mexico binnenstapt, om werk vraagt en mij papieren toont, wat word ik dan geacht te doen? Ik drijf een eethuis, geen politiebureau.'

    • Ferry Versteeg