Onder de dreiging van 1992 rukt het Nederlands op in Frankrijk; 'Wat voor kleur is dat? Kroen!!'

WERVICQ-SUD, 10 febr. - De Nederlandse taal rukt op in Frankrijk. Uiteraard gaat het om betrekkelijke aantallen, maar toch... Op de lagere school Louis Pasteur van Wervicq-Sud, een half uur rijden van Lille, krijgen alle 230 kinderen een uur Nederlands per dag. Jean Delobel, de burgemeester van Bailleul, Belle op zijn Vlaams, gelegen in de zogenaamde Westhoek die bij Duinkerken begint, is nog steeds verbolgen dat hij het experiment van Wervicq-Sud niet gekregen heeft, maar door zijn geduldig drammen start volgende maand ook in Bailleul een aantal middelbare scholen met lessen Nederlands en vanaf het nieuwe schooljaar volgt een lagere school. De burgemeester, een stevig gebaarde socialist, tijdens de lunch in het bejaardentehuis: 'Nederlands wordt aan de andere kant van de grens gesproken en daar valt geld te verdienen. In deze streek varieert de werkloosheid van acht tot zeventien procent, in Belgie van drie tot vijf.'

Op de nieuwe chauffeursschool in Marcq-en-Baroeul is Nederlands een verplicht vak. Leraar Georges Deverrewaere: 'Hier in de transportwereld zijn negentig van de honderd bedrijven in Belgische of Nederlandse handen. Nederlandse bedrijven kopen kleine Franase transporteurs. Wil je een baan krijgen als chauffeur dan moet je Nederlands spreken. De mensen zijn bang voor 1992.'

Ook op de binnenschippersscholen van Douvay en Lille is Nederlands een verplicht vak. Vrijersvoeten leidden vroeger de cursisten naar het Institut Neerlandais in Parijs, maar nu zijn het vooral bedrijven die leerlingen sturen. Jos Simons, die al zes jaar Nederlandse lessen geeft: 'Voorheen kwam zestig procent onze taal leren vanwege een liefde voor een Nederlander, nu schat ik die mensen nog maar op twintig a dertig procent. Onze cursisten komen nu van bedrijven. Ik heb een verkoopster van Habitat die alleen maar telefoneert met Nederland, maar meent door een gesprek in het Nederlands beter te kunnen verkopen.' Het Institut Neerlandais is in 1983-84 de cursus Nederlands begonnen met 130 leerlingen, in '86-'87 waren het er 173 en dit jaar zullen 220 cursisten Nederlands leren. Simons verwacht dat na de geplande verbouwing het Institut 300 cursisten kan ontvangen.

Marie Kurek-Strobbe geeft onder meer Nederlands op de Hogere handelsschool van Duinkerken. 'Nederlands wordt hier nog wel in de buurt gesproken, vooral door oudere mensen, maar de leerlingen leren het tegenwoordig voor hun beroep. In de haven van Duinkerken moet je echt een minimum aan Nederlands spreken.' Dat niet alleen cultuurbewustzijn, regionalisme of de liefde de krachten achter het leren van Nederlands zijn, bewijst de taalcursus op de minitel, de Franse informatietelefoon-met-scherm. Linguatel, op nummer 3615, biedt cursussen voor acht talen aan, waaronder Nederlands. Dit minitel-talenprogramma is niet een initiatief van een slim taleninstituut, maar van de verenigde Kamers van koophandel. In de klas's Ochtends om half negen word ik in de Louis Pasteur-school van Wervicq-Sud door Cindy naar de klas van juf Sylvia van Leeuwarden geleid. Het meisje van tien jaar spreekt zo slecht Nederlands dat we maar overgaan op Frans. Juf Sylvia neemt me eerst mee naar de kleuters van 5 jaar. In de klas articuleert ze het Nederlands heel langzaam en duidelijk. 'Welke kleur is dit?'.

De hele klas: 'Kroen!!' Enthousiast zingen we met zijn allen: 'Een, twee, drie, vier, oetje van, oetje van papier.'

Juf Sylvia weigert een woord Frans in de klas te spreken. 'De oudere kinderen spreken slecht Nederlands omdat de vorige onderwijzeres soms dingen in het Frans uitlegde. Daar worden de hersenen lui van', is haar stelling. Inderdaad wordt in haar eerste klas accentlozer en beter Nederlands gesproken dan in de vijfde.

Het schoolhoofd, Lucien Poret, spreekt uitsluitend Frans, maar is een fervent aanhanger van de lessen Nederlands. Zijn school is nog de enige lagere school in heel Frankrijk waar Nederlands gegeven wordt. Staatssecretaris Ginjaar-Maas vereerde de school in 1988 met een bezoek en geregeld komen onderzoekers van Franse en Nederlandse universiteiten langs om de vorderingen van de kinderen te bestuderen. Porets school is opeens een bijzondere school geworden door een vreemde taal, waarop de meesten van zijn landgenoten neerkijken als een volkse taal, een boerentaal, een taal van patateters of een dialect van het Duits. De bovenmeester vindt het vroeg leren van een vreemde taal belangrijk: 'Het opent de geest. ' Op de middelbare school in het naburige Comines kunnen zijn leerlingen hun Nederlandse lessen blijven volgen. 'De leraren daar hebben mij verteld dat de kinderen van mijn school ook de besten in andere talen zoals Engels en Duits zijn', zegt hij niet weinig trots. Volgens hem sturen ouders uit de regio hun kinderen naar de Louis Pasteurschool, speciaal vanwege het onderwijs in de Nederlandse taal.

Half miljoen

Naast Sylvia van Leeuwarden geeft nog een Belgische onderwijzeres les op de Louis Pasteur-school in Wervicq-Sud. Ieder wordt door zijn eigen regering betaald. Ruud Halink, die namens het Nederlandse ministerie van onderwijs het experiment begeleidt, becijfert de totale kosten voor Den Haag van het stimuleren van de Nederlandse taal in Frankrijk op een half miljoen gulden voor leerkrachten, lesmateriaal en schooluitwisselingen. Volgens hem bestaat een project als in Wervicq-Sud in geen ander land. 'We zien langzamerhand dat het Nederlands vorderingen boekt, vorig jaar waren er nog 700 schoolleerlingen in Frankrijk die Nederlands leerden, dit jaar zijn het er zo'n duizend.'

Halink vertelt ook dat de Franse regering een heuse inspecteur voor het Nederlands heeft benoemd, die lesprogramma's vaststelt, examineert, coordineert. 'De Fransen zijn zelf ook vrij enthousiast', zegt hij. Wervicq-Sud is een onderdeel van een groot experiment van het Franse ministerie van onderwijs om het talenonderwijs te stimuleren. Het gaat om drieduizend lagere schoolkinderen en om vijf verschillende talen. Tot 1982 was het Nederlands een verboden taal in Frankrijk, evenals het Elzas en het Corsicaans. Georges Deverrewaere, een volbloed Fransman, weet te melden dat de Franse volksvertegenwoordiging vlak na de oorlog 'de Nederlandse taal tot vijandig aan de Franse taal had verklaard als zijnde verwant met het Duits'.

Niet onschuldig hieraan was de pro-Duitse opstellingen van de Franse en Belgische Vlaamse regionalistische bewegingen. Hoewel noch het Vlaams noch het Nederlands ooit op een Franse school werd onderwezen schat men dat vijf jaar geleden toch nog 30 a 40.000 mensen in de Franse Westhoek een soort Vlaams spraken. Dit aantal loopt echter door sterfgevallen snel achteruit.

Dank zij het militante regionalisme van de jaren zestig (Bretonnen vooral) en de socialistische wetgeving op de decentralisatie zijn vanaf 1982 de talen weer vrij. Het Nederlands is doorgaans op de middelbare school de derde taal, na het Engels en het Duits. Dat betekent dat de leerlingen de Nederlandse taal buiten de schooluren om moeten leren. Toch zo'n duizend kinderen op zo'n vijftien middelbare scholen zijn daartoe bereid, een gemotiveerde prestatie.

In Parijs groeit het aantal scholen met Nederlands als vak. Het Lycee Stephane Mallarme en het Lycee International in Saint-Germain-en-Laye bieden Nederlands al een paar jaar aan, maar dit jaar is ook de Amerikaanse Internationale school ermee begonnen in de hoop meer leerlingen te trekken.

Afgezien van het middelbare onderwijs wordt ook op veertien Franse universiteiten Nederlandse taal en literatuur gedoceerd. Lille biedt de meest volledige opleiding, Bordeaux heeft vorige jaar een sectie Neerlandistiek geopend.

Ook kan men avondcursussen Nederlands volgen, vooral in de 'Maisons de la jeunesse' in Noord-Frankrijk. Eric Duvoskeldt, leraar Nederlands en Engels, lid van het genootschap 'Ons Volk Zijn Taal', zegt dat daarvoor vier jaar geleden nauwelijks belangstelling bestond. 'Tegenwoordig moeten we de groepen, die bestaan uit mensen van 20 tot 70 jaar, splitsen.'

Zijn verklaring voor de toegenomen belangstelling luidt: 'Velen hier hebben natuurlijk Vlaamse wortels, maar belangrijker is toch de angst voor de concurrentie in 1992.'

Het magische jaartal 1992 blijkt de motor achter vele veranderingen in Frankrijk.

Nederlandse les op de lagere school Louis Pasteur in Wervicq-Sud. (Foto Peter Hilz)

    • Peter van Dijk