OESO richt centrum op voor Oost-Europa

PARIJS, 10 febr.- De OESO, de Organisatie van economische samenwerking en ontwikkeling in Parijs, heeft vergevorderde plannen om een nieuw centrum voor Oosteuropese landen op te richten. Dit centrum gaat onder meer landenstudies maken, zoals die tot nu toe werden gemaakt over westerse landen. De OESO-landenrapporten hebben veel gezag in de economische en politieke wereld.

De doorbraak voor dit plan kwam begin deze week toen in een speciale OESO-zitting de Amerikanen bereid bleken 6 miljoen franc (2 miljoen gulden) bij te dragen. Het centrum kan al draaien met een extra jaarlijkse bijdrage van de 24 OESO-leden ter grootte van 20 miljoen franc (rond 7 miljoen gulden). De verwachting is dat alle OESO-leden zullen meebetalen, ondanks de afspraak dat het Oeso-budget niet mag groeien. De Amerikanen zouden, volgens diverse bronnen in de OESO, spijt hebben van het gemak waarmee ze vorig jaar juli op de top van de zeven grote industrielanden in Parijs, de coordinatie van de westerse hulp aan Oost-Europa gegund hebben aan de Commissie van de EG. Via de OESO zouden de Amerikanen zich meer willen bemoeien met de economische liberalisatie van Oost-Europa. Ook de Japanners, die eigenlijk overal buiten staan en in Moskou niet gewenst zijn door meningsverschillen met de Russen die uit de laatste oorlog dateren, zouden via de OESO inzicht willen krijgen in de economische ontwikkeling van Oost-Europa.

De Oosteuropese landen zelf zijn erg enthousiast over een actieve rol van de OESO. Zij zouden de objectiviteit en deskundigheid van de Parijse organisatie kunnen gebruiken om de conservatieve oppositie en het volk te overtuigen van het nut van markteconomische principes. Het centrum, dat in het Engels 'Centre for economies in transition' (Centrum voor economieen in overgang) gedoopt is, zou als taken krijgen landenstudies te maken, seminars te organiseren en als sluis voor de Oosteuropeanen te fungeren naar de speciale commissies van de OESO. Er zijn onder meer speciale commissies voor de scheepsindustrie, de milieuproblematiek, de financiele markten en destaalindustrie. In de Parijse organisatie wordt openlijk gefilosofeerd over een Oosteuropees lidmaatschap of waarnemerschap van deze commissies. Seminars en workshops worden door OESO-bronnen een doelmatig middel genoemd, omdat dan deskundigen van zes landen tegelijk geschoold kunnen worden in, bijvoorbeeld, statistische technieken. 'Daar hebben ze in het oosten absoluut niets van begrepen', stelt men bij de OESO. Na de zomer zou het centrum van start kunnen gaan. Geaarzeld wordt nog binnen het secretariaat van de OESO of het centrum een semi-onafhankelijke status moet krijgen, zoals het Internationale energie agentschap, of nauwer aan de OESO zelf verbonden moet worden door bijvoorbeeld de secretaris-generaal van de OESO ook voorzitter van het centrum te maken. De OESO heeft 25 januari jl. een missie van drie man naar Joegoslavie gestuurd voor het maken van een zogenaamd landenrapport. Men zegt dat de gesprekken 'bijzonder openhartig' waren. De Oeso-experts prijzen de Joegoslaven die zonder bezwaren meegewerkt hebben aan een indringende rontgenfoto van de Joegoslavische economie. Ook in Polen heeft een maand geleden een team van 15 OESO-experts uitgebreide gesprekken gevoerd met Poolse beleidsmakers. Binnen de OESO denkt men een methodiek ontwikkeld te hebben om de Oosteuropese economieen grondig te analyseren en beleidsadviezen aan de regeringen te kunnen geven.

Alle landen van Oost-Europa staan bij de OESO in de rij voor samenwerking. De Polen en Joegoslaven vooraan. De Russen waren vorige maand met een zware missie onder leiding van onderminister Obminsky van buitenlandse zaken op bezoek. Zij voerden vier dagen lang intensieve gesprekken over statistiek, ecologie, energie en fiscale hervormingen. De Russen zeiden tegen hun gesprekspartners dat ze alles goed willen voorbereiden en pas vanaf 1992 zullen beginnen met de geleidelijke invoering van vrije-marktprincipes.

De Bulgaren hebben de OESO per brief uitgenodigd voor gesprekken, maar de Turken houden die tegen, vanwege de ethnische problemen tussen beide landen. Met de Tsjechen is onlangs contact gelegd in Parijs en tenslotte hebben ook de Oostduitsers schriftelijk om samenwerking gevraagd. De OESO heeft de eis van democratie en een vrije markt als voorwaarde voor hulp laten vallen. Binnen de OESO stelt men dat de verschillen tussen de diverse landen het hanteren van een harde standaard verhinderen en dat dergelijke eisen in feite overbodig zijn na de strenge voorwaarden van Wereldbank en IMF. De Oeso prefereert een gedifferienteerde aanpak van ieder land.

Door de toenemende economische contacten tussen Oost en West, zoals ook deze week bleek op de conferentie in Davos, wordt de komende Helsinki-conferentie over economische samenwerking in Bonn (van 19 maart tot 11 april) interessanter. Voorheen bleef deze zogenaamde tweede mand van de Conferentie over Europese samenwerking en veiligheid (CVSE, ook wel aangeduid als de Helsinki-conferentie) voornamelijk leeg.

De Westduitsers hebben het initiatief voor een nieuwe bijeenkomst gehouden en er wordt met enige spanning naar uitgekeken. Op de agenda staan drie economisch-politieke doelstellingen: bevordering van het hervormingsproces in Oost-Europa, stimulering van de betrokkenheid van het Westerse bedrijfsleven, aanhalen van banden tussen beide blokken en drie puur economische doelstellingen: het creeren van een goed ondernemingsklimaat (behoorlijke private wetgeving), convertibiliteit van de valuta en samenwerking op het gebied van milieu en transport.

De Amerikanen, maar ook de Japanners en Australiers, die willen voorkomen dat de toenadering tot het Oostblok een puur Europees onderonsje wordt, willen graag dat de OESO een eventuele vervolgconferentiein het kader van deze tweede mand organiseert. Het Westduitse initiatief heeft hen kortom verrast. De andere OESO-landen hebben daar ook wel oren naar, want alles wat er toe bijdraagt om de herenigde Duitsers in een westers kader te houden, wordt verwelkomd.