Obligatiemarkten zien in monetaire unie inflatiegevaar

UTRECHT, 10 febr. - De financiele markten waren gisteren nog niet bekomen van de schrik die eerder dinsdag was veroorzaakt toen Bondspresident Kohl het idee van een spoedig te realiseren inter-Duitse monetaire unie lanceerde.

De consequenties van een dergelijke unie werden in eerste instantie door de markt opgevat als een toenemend inflatiegevaar, zonder dat zulks de waarde van de D-mark in gevaar zou behoeven te brengen. De gevolgen waren immers een fors stijgende kapitaalmarktrente en een tegenover de dollar en gulden sterk blijvende mark. De in Londen verhandelde Bund-futures zetten daarbij de toon.

Pas in de loop van donderdag trad enige bezinning op. Een zekere bemoediging zou gevonden kunnen zijn in het feit dat de Duitse centrale bank daags ervoor aan de banken speciale beleningen had toegekend met een vast tarief. Hieruit kon immers een zelfverzekerde houding van de Bundesbank worden afgeleid. Echt overtuigend kon dit echter moeilijk worden genoemd aangezien deze centrale bank een eerdere verzet tegen de plannen van Kohl min of meer opgaf door aan te geven dat de politiek beslist. Gisteren werd vervolgens nogal uitvoerig uit de doeken gedaan dat voor een expanderende inflatie niet hoefde te worden gevreesd. De markt begreep eruit dat de rente door het beleid van de Bundesbank eerder zou stijgen dan dalen. Dit temeer toen bleek dat in januari het prijsniveau niet 0,5 maar 0,6% boven het decemberpeil bleek te zijn uitgestegen.

Alhoewel De Nederlandsche Bank koelbloediger bleef en een 0,1% stijging van de speciale beleningsrente doorvoerde, stegen de tarieven op de geldmarkt deze week met ruim 0,3 procent.

Op de kapitaalmarkt bleek, inclusief een zwakke vrijdag, de stijging minstens zo groot. Het verschil met de Duitsers binnen het segment van 10-jarige staatsleningen nam echter af tot ruim 40 basispunten doordat de Duitse obligaties een forsere aderlating moesten ondergaan.

Eurokapitaalmarkt

De meeste koersen buiten het dollarsegment van de eurokapitaalmarkt hadden te lijden onder de explosieve stemming die ontstond nadat de plannen voor de inter-Duitse monetaire unie bekend waren gemaakt. In een klimaat dat gekenmerkt werd door een hoge mate van onzekerheid verkozen de meeste (potentiele) emittenten een plaats op de tribunes en concentreerde de handel zich op de binnenlandse (staatsleningen) markten.

Debiteuren die het toch waagden de eurokapitaalmarkt, en in het bijzonder het euro-DM-segment, aan te boren konden in de meeste gevallen dan ook rekenen op een slecht onthaal van hun leningen. Een uitzondering werd dinsdag gemaakt voor twee Japanse debiteuren, waarbij opgemerkt dient te worden dat zij hun leningen voorzien hadden van een aandelenwarrant.

Overigens hadden de lange looptijdsegmenten meer te lijden onder de koersdalingen dan de korte segmenten, waardoor de inversiteit van de meeste Europese yieldcurves de afgelopen week afnam.

In de Verenigde Staten vond deze week de kwartaalveiling plaats van drie-, tien- en dertigjaars staatsleningen voor een totaalbedrag van 30 miljard dollar. Deze veiling werd de afgelopen weken met zorg tegemoet gezien en gevreesd werd dat het papier slechts ten koste van lagere koersen geplaatst zou kunnen worden. Gedurende de dagen voor de veiling werd, middels rentestijgingen, reeds een voorschot genomen op deze lagere koersen. Achteraf bleek de vrees ongegrond, en konden de leningen zonder noemenswaardige problemen worden geplaatst. Hoewel de Japanse belangstelling voor de veiling naar alle waarschijnlijkheid afnam, werd deze afname gecompenseerd door de toegenomen interesse van de binnenlandse institutionele en particuliere beleggers. Per saldo daalde afgelopen week (tot vrijdag) het effectief rendement op Amerikaanse 10-jaars leningen met 8 basispunten tot een niveau van 8,51% en stabiliseerde het rendement op leningen met een looptijd van 30 jaar zich op een niveau van 8,44%. De Engelse vastrentende markt werd meer bepaald door de Amerikaanse dan door de Duitse waardoor de koersen redelijk stabiel bleven.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek