Joegoslavie glijdt af naar desintegratie

BELGRADO, 10 febr. - Terwijl de omringende landen in Oost-Europa met grote moeite proberen zich uit het politieke en economische moeras te bevrijden waarin 45 jaar communisme ze tot stikkens toe deed verzinken, lijkt Joegoslavie steeds verder af te glijden naar een toestand van verbrokkeling, nationalisme en halve anarchie.

Tijdens de gezamenlijke zitting, de afgelopen twee dagen, van de twee Kamers van het Joegoslavische parlement over de situatie in Kosovo werd het beeld bevestigd van de toenemende desingratie die Joegoslavie boven het hoofd hangt. Nadat woensdag de Joegoslavische president, de Sloveen Janez Drnovsek, een dringend beroep op de republieken had gedaan hun geschillen bij te leggen, werd gisteren duidelijk dat de afgevaardigden van die republieken zich nauwelijks iets gelegen laten liggen aan de presidentiele vermaningen.

Exact volgens de republikeinse scheidslijnen verwoordden alle sprekers de standpunten die hun respectieve republieken hebben ingenomen over de politiek van Servie in Kosovo: terwijl de Sloveense afgevaardigde Janez Lukac veroordeelde dat demonstrerende Albanezen het etiket 'terroristen' krijgen opgeplakt, verweet de Servische delegatieleider, Milos Aleksic, de Joegoslavische president dat hij de situatie in Kosovo volkomen verkeerd beoordeelt. Volgens Aleksic is daar niet zozeer sprake van etnische botsingen, maar veeleer van georganiseerde pogingen van Albanese chauvinisten om Kosovo los te koppelen van Joegoslavie en zich bij Albanie aan te sluiten.

Aleksic vindt dat het Joegoslavische presidium waarvan Drnovsek de voorzitter is, besluiteloos heeft gereageerd. 'Het zou goed zijn als wij tegenover terroristen dezelfde houding zouden aannemen als in sommige Europese landen', zo vond Aleksic.

Slachtoffer

Servie, dat bleek gisteren wel duidelijk, voelt zich steeds meer geisoleerd in de Joegoslavische federatie. 'Milosevic (de Servische president) is het slachtoffer geworden van de geesten die hij zelf heeft opgeroepen', zegt een Servier die zich heeft aangesloten bij de Democratische Partij, een partij die nog in oprichting verkeert en waarin vooral de intellectuele elite van Belgrado zich thuisvoelt. Aanvankelijk, zo geeft hij toe, zag hij wel wat in de charismatische Milosevic, maar al gauw zag hij in dat de Servische populist een demagoog was die de verhoudingen in Servie en in Joegoslavie alleen maar kon vergiftigen. 'Milosevic regeert bij de gratie van de chaos', meent een Westerse diplomaat, 'maar ik weet niet hoelang dat nog kan duren. Kosovo is een molensteen om de nek van Servie en als straks de Slovenen en Kroaten zouden weigeren nog langer geld te storten in het solidariteitsfonds voor Kosovo, dan staat het veel armere Servie daar alleen voor.' Milosevic heeft al een poging gedaan een lening van 1 miljard dollar bij elkaar te krijgen onder de Servische bevolking, maar de Serviers hebben daarop voor niet meer dan 2 procent ingeschreven. Zoveel vertrouwen hebben ze dus kennelijk niet in het welslagen van de ondernemingen van hun president. De lening wilde Milosevic vooral gebruiken om tegenover de andere republieken te kunnen dreigen met afscheiding van Servie uit de Joegoslavische federatie wat zijn positie zou hebben versterkt. 'Er zijn in Europa wel kleinere landen dan Servie', zei een Servier dezer dagen, 'we kunnen heel goed op onze eigen benen staan.' Met de toenemende isolatie van Milosevic over de kwestie-Kosovo zal dat dreigement waarschijlijk steeds vaker worden gehoord. 'Montenegro hebben ze al haast aan hun kant, als ze Macedonie meekrijgen en de delen van Bosnie en Kroatie waar Serven wonen (gebieden die na de oorlog bij die republieken zijn gevoegd, red.), dan zou Servie binnenkort wel eens uit de federatie kunnen breken', voorspelt een waarnemer in Belgrado. 'En dan zijn we ongeveer terug in 1914.'

Overspeeld

Of Milosevic een dergelijke stap op dit moment zou durven nemen moet overigens worden betwijfeld. Er zijn duidelijke tekenen dat hij zijn hand heeft overspeeld en bovendien wordt zijn machtspositie van uiterst rechts en vanuit het centrum (de Democratische Partij) bedreigd. Milosevic' marxistisch nationalisme wordt met name aangevochten door een partij als de Srbska Narodna Obnova (Servische Volksvernieuwing) onder leiding van de schrijver Vuk Draskovic, die vooral veel aanhang heeft onder rechtse studenten.

Die nationalistische rivalen willen een volledige breuk met het socialisme dat Milosevic nog steeds aanhangt en scandeerden vorige week, tijdens een demonstratie van vijfduizend mensen voor de parlementsgebouwen in Belgrado, leuzen als 'Weg met de communisten' en 'Jullie hebben het volk uitgeleverd aan de Rode Duivel!'Alle nationalistische, jarenlange opgekropte emoties en haatgevoelens van de Serviers kwamen bij die gelegenheid los. 'Titograd, Titograd, wie heeft je die naam gegeven', werd er bijvoorbeeld gezongen. 'Laten we de naam Podgorica teruggeven opdat je niet de naam van het verraad hoeft te dragen', kregen de Montenegrijnen te horen wier hoofdstad ooit zo heette.

Het opkomen van dit soort bewegingen voorspelt weinig goeds voor de toekomst van Joegoslavie. En behalve tussen de Serviers en Albanezen in Kosovo zijn er in Joegoslavie nog heel wat andere rekeningen uit een verder verleden, met name van voor en in de Tweede wereldoorlog, te vereffenen. De Kroaten - en in mindere mate de Slovenen - stonden toen immers aan de kant van de Duitse bezetters. Het was in Kroatie dat tienduizenden Serviers werden vermoord in het concentratiekamp Jasenovac.

Tot dusver is echter alleen uit Kroatie het initiatief gekomen een echt Joegoslavische partij te stichten. De UJDI, de Verenigde Joegoslavische Democratische Iniatieven. Oprichter is prof. Branko Horvat, een econoom wiens ideeen over de toestand van de Joegoslavische economie tien jaar geleden al groot opzien baarden maar toen niet zijn opgevolgd.

De huidige Joegoslavische premier, Ante Markovic, ook een Kroaat, heeft dat echter met grote voortvarendheid wel gedaan. De Joegoslavische economie staat er, sinds de dinar per 1 januari werd gekoppeld aan de Duitse mark, plotseling veel rooskleuriger voor. Markovic, een vroegere directeur van de machinefabriek Rade Koncar in Zagreb, heeft de zaken aangepakt volgens het recept waarmee ook de hyperinflatie in andere landen is bedwongen: salarissen werden bevroren, prijzen vrijgelaten, de dinar werd convertibel gemaakt en met een herschikking van de Joegoslavische buitenlandse schuld - naar schatting nu 16 miljard dollar - kreeg hij de beschikking over voldoende geld om tot een serieuze sanering van de economie over te gaan. 'Als Markovic erin slaagt de economische situatie te verbeteren, dan neemt hij daarmee Milosevic de wind uit de zeilen en dan wordt hij dit jaar zeker herkozen als premier voor een periode van vier jaar', zo menen ingewijden. 'Markovic is Joegoslavie's laatste en beste kans', zei dezer dagen een Amerikaanse diplomaat in Belgrado.

Rechtsstaat

Markovic zou echter zeer voorzichtig moeten manoeuvreren. Enerzijds heeft hij de Slovenen tegen zich in het harnas gejaagd met zijn voorstellen voor uniformering van het fiscale systeem - de enige manier waarop de centrale regering geld in handen kan krijgen - anderzijds heeft hij te maken met de grillen van Milosevic' nationalisme. Markovic wil het arbeiderszelfbestuur verder inkrimpen waardoor een einde kan worden gemaakt aan allerlei bizarre en geldverslindende toestanden in Joegoslavische bedrijven. Ook wil hij Joegolavie omvormen tot een rechtsstaat door de regel in de grondwet op te nemen dat rechters voor onbepaalde worden benoemd en niet meer voor enkele jaren, zoals nu het geval is.

De koers van Markovic kan echter nadelig worden beinvloed door de ontwikkelingen in de kwestie-Kosovo. Hij vermijdt nu al duidelijk Milosevic al te zeer tegen zich in het harnas te jagen maar hij mag tegenover de andere republieken niet de indruk wekken dat hij Milosevic steunt. 'Op een langzame manier krijgen we in Joegoslavie heus wel een democratie', gelooft de eerder genoemde Servische aanhanger van de Democratische Partij. Maar een dergelijk optimisme wordt niet door iedereen gedeeld. Zoals Joegoslavie na de breuk van Tito met Stalin in 1948 nooit een echt communistisch land is geworden, zo zou het - als het tenminste als federatie of confederatie zou blijven bestaan - ook wel eens nooit een echt democratisch geregeerd land kunnen worden.