Italie: zelfbediening voor kunstrovers

ROME, 10 febr. - Toen de zes bewakers bij de opgravingen in Ercolano, het Romeinse Herculaneum, zich hadden weten te bevrijden en de stukken tape van hun mond hadden getrokken moesten zij naar een telefooncel om alarm te slaan: in het gebouw waar de schatten werden bewaard was geen bruikbare telefoon te vinden. Het is maar een detail van de geruchtmakende roof, vorig weekeinde, van 223 kunstschatten: beeldjes, juwelen en munten die in 79 na Christus onder het lava van de Vesuvius werden bedekt en de afgelopen jaren waren opgegraven. Er zijn meer van die details: de bewakers waren niet gewapend; de voorwerpen werden bewaard achter een stevige stalen deur, maar de muur waarin die stond bezweek onder een paar slagen van een houweel; plannen voor verbetering van de beveiliging waren blijven liggen; de overvallers hebben waarschijnlijk tips gehad van een lid van de bewakingsdienst. Italie geeft niet om zijn kunstschatten, is de algemene conclusie.

Het land is een grote zelfbedieningszaak voor kunstrovers, een veilinghuis waar je niets hoeft te betalen. De kerken worden bewaakt door een oude priester en zijn huishoudster. De dienst die toezicht houdt op de oude gebouwen kan dat alleen vanuit kantoor doen, want geld voor benzine in de dienstauto is er niet. De bewakers bij de opgravingen worden aangenomen zonder goed onderzoek naar een eventueel crimineel verleden. Kolonel Emidio Napolitano hoort het gelaten aan. 'Het is allemaal waar', zegt hij. 'Maar mensen vergeten wel eens dat Italie volgens de Unesco het land is met de meeste kunstschatten ter wereld. Er kan natuurlijk veel worden verbeterd, maar het is nauwelijks mogelijk alles goed te bewaken.' Bij kolonel Napolitano zoemt de telefoon als het weer eens fout is gegaan, zoals in Ercolano. Hij is commandant van de 'kunstpolitie', een speciale eenheid van de carabinieri die in 1969 is opgericht. Het is een task force van tachtig man: politie-agenten die het 'liceo classico' hebben gedaan, een equivalent van het oude gymnasium, en behalve de normale rechercheursopleiding cursussen kunstgeschiedenis en restauratietechnieken volgden. 'Wij weten evenveel van opsporingstechnieken als van de verschillende manieren om een madonna met kind af te beelden', zegt een van de onderofficieren uit het team, die net als zijn collega's anoniem wil blijven. 'De mogelijkheden om kunst het land uit te smokkelen kennen we net zo goed als de trucs om er wat bij te schilderen, zodat het gestolen doek een ander lijkt.'

Pag.6: Vervolg

In witte jassen zitten zes carabinieri achter de computers in een oud palazzo aan de Piazza Sant'Ignazio, in het hartje van Rome. Een druk op de knop levert een overzicht op van de kunstdiefstallen in Nederland die zijn doorgegeven aan Interpol. Een andere druk op de knop laat een foto zien van een schilderij dat een paar jaar geleden is gestolen in Genua. Even later volgt een lijst van alle ruim 1600 madonna's met kind die zijn ontvreemd. 'Geen enkele politiemacht heeft zulke geavanceerde apparatuur en software om kunstdiefstallen op te lossen, ' zegt een van de agenten. Trots roept hij allerlei gegevens te voorschijn op zijn computer en speelt hij met de kleurenfoto's op een grote laserplaat, die behalve zichten op Venetie ook blote dames blijkt te bevatten - alles naar wens te vergroten. Vanwege hun geavanceerde apparatuur en speciale training worden deze culturele speurders internationaal gerespecteerd. Italie let misschien niet altijd even goed op zijn kunst, maar gaat er wel hard achteraan. En regelmatig kan de task force weer een hoofdstukje bijschrijven in het succesboek. Dat verklaart waarom het zo'n warboel is in het palazzo. De bezoeker struikelt bijna over vier oude stenen leeuwtjes die pas zijn teruggevonden, en de gang naar de kamer van kolonel Napolitano is een klein eclectisch museum waar de buit van het politiewerk is opgeslagen: antieke Franse meubels uit de zestiende eeuw, acht eeuwen oude manuscripten, schilderijen uit alle eeuwen en in alle stijlen. 'Er wordt veel gestolen in Italie, maar we weten ook veel terug te vinden, ' zegt een lid van het kunstkorps. 'Vroeger of later kunnen we ongeveer de helft van de aangegeven kunstwerken weer teruggeven aan de eigenaar.'

De cijfers spreken voor zichzelf. Tussen 1970 en eind 1989 zijn er in Italie 244.403 kunstvoorwerpen gestolen: vooral antieke en religieuze voorwerpen (ruim 95.000) en schilderijen (bijna 61.000). Hiervan zijn er 117.378 teruggevonden. Gezien de discussie over de kwetsbaarheid van musea en opgravingen is het opvallend, dat meer dan de helft van de kunstwerken is geroofd uit huizen van particulieren. Een kwart is weggehaald uit kerken.

Wat er wordt gestolen is aan mode onderhevig. 'Een paar jaar geleden waren religieuze voorwerpen erg in trek, ' zegt een van de agenten. 'Maar nu heeft de markt vooral belangstelling voor schilderijen uit de dertiende en veertiende eeuw.'

'De markt', dat is het samenspel van rovers en inbrekers, smokkelaars, bemiddelaars en helers, en kopers. In een groot internationaal netwerk van kunstsmokkelaars gelooft kolonel Napolitano niet, al zijn er wel vaste patronen te ontdekken. Dezelfde kanalen die worden gebruikt om drugs en olie binnen te krijgen, benut men bij voorbeeld om kunstvoorwerpen het land uit te smokkelen.

Frau Helene

Degenen die op deze clandestiene kunstmarkt een rol spelen lopen sterk uiteen. Er zijn figuren als de goed-georganiseerde Frau Helene, die een paar jaar geleden rondtoerde langs de kerken van Noordoost-Italie en precies opschreef wat ze in Wenen thuis bezorgd wilde hebben. Even nauwkeurig werkten de overvallers van vorige week in Ercolano, die met de catalogus in de hand hun buit uitzochten. Maar er is ook de naieve dief die twee weken geleden in Rome werd betrapt bij een kerk waar twee Caravaggio's hangen: de goede man had zich niet gerealiseerd dat voor dergelijke schilderijen geen markt is, omdat ze te bekend zijn. Kolonel Napolitano hoopt dat er snel betere internationale regels komen die het moeilijker maken gestolen kunstvoorwerpen te verkopen. Italie maakt zich binnen de Europese gemeenschap sterk voor een strenge uitleg van de regel dat een koper te goeder trouw moet zijn: hij zou een aantal stappen moeten doen om er zeker van te zijn dat zijn aanwinst niet is gestolen of clandestien is geexporteerd. Daarom geeft Napolitano's korps vrijwel ieder jaar een eigen 'Opsporing verzocht' uit, een boekje met foto's van de belangrijkste gestolen kunstwerken. Dit gaat in een oplage van 90.000 exemplaren naar andere politiekorpsen, veilinghuizen, de douane, Italiaanse ambassades in het buitenland en critici. Komen het beroemde beeldje van Bacchus en de andere voorwerpen die in Ercolano zijn gestolen in het jaarboek van 1990? Niemand wil er iets over zeggen, om het onderzoek niet in gevaar te brengen. Maar het eerste succes is al geboekt. Op aanwijzing van het kunstkorps ging de politie kijken bij een 'bekende' handelaar. Uit Ercolano had deze niets, maar hij bleek wel drieduizend oude munten in bezit te hebben die eerder waren gestolen uit het muntenmuseum in Imola.