In Oost-Timor ontstaat een 'intifadah'

AMSTERDAM, 10 feb - Het zwaartepunt van het verzet in Oost-Timor verplaatst zich de laatste tijd van het dichte oerwoud in de bergen naar de steden en krijgt steeds meer het karakter van een 'intifadah'. Dit is de indruk van buitenlandse diplomaten in Jakarta en van onafhankelijk waarnemers die de hoofdplaats Dili regelmatig bezoeken. Antonio Maria de Araujo, vertegenwoordiger van de Oosttimorese bevrijdingsbeweging Fretilin in Europa, deze week even in Nederland, bevestigt de berichten uit eigen ervaring. Vorig jaar april kregen de Araujo en zijn gezin door tussenkomst van het Internationale Rode Kruis na jaren wachten toestemming van de Indonesische autoriteiten Timor te verlaten. In Portugal, dat Oost-Timor eeuwenlang koloniseerde, kreeg de Araujo als voormalig Portugees ambtenaar politiek asiel. Na de Anjer-revolutie in Portugal ontstond in Oost-Timor de links-georienteerde bevrijdingsbeweging Fretilin. Dit was voor grote buur Indonesie, dat een fel anti-comministisch bewind kent, onaanvaardbaar. In november 1975 viel het Indonesische leger Oost-Timor binnen en werd het als 27ste provincie van de Republiek Indonesie ingelijfd. Tot op de huidige dag voeren gewapende leden van het Fretilin in het dichte oerwoud van de bergen in het oostelijke deel van het gebied een guerrilla-oorlog.

De Araujo schat het aantal verzetsstrijders op 3.000, maar onafhankelijke waarnemers achten dit aantal sterk overdreven. Volgens hen gaat het om groepen strijders die nooit lang op een bepaalde plaats blijven en door onverwachte aanvallen trachten de Indonesische 'bezetter' afbreuk te doen en wapens te veroveren. Volgens de Araujo schoot een groep Fretilin-strijders vorige maand bij de stad Bacau, op het meest oostelijke puntje van het eiland, twee Indonesische legerhelikopters uit de lucht, waarbij zestien officieren omkwamen. In onofficiele kringen in Jakarta spreekt men over een mechanisch defect als oorzaak van het ongeluk. Onafhankelijk getuigen zijn er niet.

De Araujo: 'In heel Oost-Timor bestaat een ondergronds net van Timorezen die actie voeren in het belang van de onafhankelijkheidsstrijd. Ik maakte daar deel uit van dat net. We onderhielden directe lijnen met de mensen in de bergen en zorgden dat het nieuws over onze strijd de buitenwereld bereikte. Hoewel ik van oorsprong verpleger ben, heb ik in 1980, nadat ik wegens mijn Fretilin-sympathieen drie jaar gevangen gezeten had en gemarteld werd, gekozen leraar te worden op een middelbare school. Zo had ik meer invloed op de jeugd.' Inderdaad blijkt dat in steden als Dili jongeren, die zich de Indonesische inval nauwelijks kunnen herinneren en geen Portugees maar Indonesisch spreken, de laatste tijd steeds openlijker hun acties richten tegen wat zij zien als de Indonesische kolonisatie van hun land. Pantserwagens en politie worden regelmatig met stenen bekogeld. Dat nieuws komt per uitzondering naar buiten. Slechts af en toe verschijnen er berichten over in de Indonesische pers.