Foetaal weefsel helpt Parkinsonpatient

ROTTERDAM, 10 febr. - Een Zweedse patient die lijdt aan de ziekte van Parkinson is gedeeltelijk hersteld na een operatie waarbij zenuwweefsel van vier geaborteerde foetussen in zijn hersenen werd gebracht.

De behandelende Zweedse neurochirurgen schrijven in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science dat ze voor het eerst hebben aangetoond dat geimplanteerd foetaal hersenweefsel in leven kan blijven en kan groeien in de hersenen van een donor. Ze onderstrepen dat hiermee nog geen algemeen bruikbare therapie tegen de ziekte van Parkinson is ontwikkeld. De chirurgen hebben de operatie inmiddels bij nog drie andere patienten uitgevoerd, maar ze konden hen nog niet lang genoeg volgen om resultaten te melden.

Eerdere pogingen in 1987 van hetzelfde Zweedse team bij twee Parkinsonpatienten brachten nauwelijks verbetering. Uit Mexico werden toen ook successen gemeld met een methode waarbij cellen van de eigen bijnieren bij patienten in de hersenen werden geplaatst. Die ingreep werd in de Verenigde Staten en Canada bijna 200 keer herhaald, maar steeds met teleurstellende resultaten.

De mogelijkheid om Parkinsonpatienten met hersenimplantaten te helpen werd door veel deskundigen uitgesloten geacht. Nu de ingreep is uitgevoerd en resultaat lijkt af te werpen, doemen politieke en ethische vragen op. In de VS mag geen regeringsgeld worden gebruikt voor onderzoek naar het transplanteren van foetaal weefsel. In sommige staten is het zelfs geheel verboden.

De geholpen patient is een 49-jarige man met een zeer ernstige vorm van de ziekte van Parkinson. Hij werd begin 1988 voor de operatie uitgekozen, waarna zijn ziekteverloop elf maanden lang nauwkeurig werd geregistreerd. Vijf maanden na de transplantatie, in oktober vorig jaar, leed hij nog onmiskenbaar aan de ziekte maar was zijn toestand sterk verbeterd.

De ziekte van Parkinson kenmerkt zich door vaak periodiek optredende spierstijfheid en trillende bewegingen van de handen. De patienten worden uiteindelijk vaak dement. De oorzaak van de ziekte is de afbraak, in een bepaald deel van de hersenen, van cellen die dopamine maken, een stof die in de hersenen zenuwprikkels doorgeeft. Het geimplanteerde foetusweefsel was afkomstig uit de middenhersenen van vier foetussen. Daar zitten veel cellen die dopamine maken. Als dat weefsel in de hersenen van de ontvanger dopamine produceert, is daarmee de ziekte te bestrijden.