Finse bedrijven wenden blik van Moskou af

HELSINKI, 10 febr. - Finland staat al sinds jaar en dag bekend als een land dat nauwere banden met de Sovjet-Unie onderhoudt dan welk ander Westers land ook. Ook op economisch gebied. Vandaag de dag nog is de Sovjet-Unie goed voor zo'n dertien procent van de Finse uit- en invoer. Finland is daarmee nog steeds Moskou's grootste handelspartner in het Westen.

Minder bekend is echter dat Finland ongeveer tweederde deel van zijn buitenlandse handel met de Skandinavische landen (zo'n twintig procent) en de Europese Gemeenschap (ruim veertig procent) bedrijft.

Het Finse bedrijfsleven is op het ogenblik dan ook aanmerkelijk meer geintereseerd in de economische ontwikkelingen binnen de Europese Gemeenschap dan in de nieuwe mogelijkheden in Oost-Europa. Dit blijkt onder andere uit de vestiging van een groeiend aantal Finse bedrijven in de EG, speciaal in Denemarken.

Bengt Jansson van de grote Finse constructie-firma Partek (13.000werknemers): 'De tijd is er niet rijp voor om op grote schaal operaties in de Sovjet-Unie en de Oosteuropese landen te beginnen. De toekomst is te onzeker. Niemand weet wat voor regels daar van toepassing zullen zijn, en op wat voor voorwaarden daar zaken kunnen worden gedaan', meent hij.

Vooral de ambitieuze plannen van de EG-staten voor een vrije binnenmarkt hebben tot enige bezorgdheid in Helsinki geleid. Maar samen met de overige vijf staten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) denken de welvarende Finnen hiervan weinig te duchten te hebben. Ze verwachten dat de EG bereid zal zijn om een verdrag met de EVA, de belangrijkste handelspartner van de EG-staten, te sluiten, waarin de voorwaarden voor de wederzijdse handel adekwaat worden geregeld.

De Finse regering heeft haar hoop in dit verband vooral gevestigd op het concept van de zogeheten Europese Economische Ruimte (EES), waarbij de gebieden van de huidige EG en EVA tot een grote interne markt zouden worden. Minister van buitenlandse handel Pertti Salolainen stelt dat er een 'osmose' moet komen tussen de twee blokken.

Een jaar geleden verklaarde de president van de Europese Commissie, Jacques Delors, dat de EG van haar kant zou streven naar het bereiken van een overeenkomst met de EVA, die nauwe samenwerking zou inhouden zonder dat de EVA-staten lid van de EG zouden worden.

Deze uitlating van Delors werd met grote instemming begroet in Helsinki. Zo zou Finland immers zijn lang gekoesterde neutraliteit kunnen bewaren en tegelijkertijd volop kunnen profiteren van een vermoedelijk nog toegankelijker markt. Voor een echt lidmaatschap van de EG voelt de Finse regering niets. 'De huidige ontwikkeling past ons zeer', geeft Salolainen ruiterlijk toe. De minister voegt er aan toe dat hij nog maar twee jaar geleden niet gerust was op de onderlinge saamhorigheid van de EVA-landen. De laatste tijd is de samenwerking echter boven verwachting goed verlopen. 'De EVA is nu meer verenigd dan we ooit tevoren zijn geweest', meent hij.

Ook Ingvar Melin, vice-voorzitter van de commissie voor buitenlandse zaken van het Finse parlement, hoopt vurig dat het tot een akkoord over de EES zal komen. Maar hij stelt vast dat het enthousiasme over dit concept in EG-kringen veel minder groot is dan in landen als Finland. Hij citeert de opmerking van een Fransman die de vrees uitsprak dat zo'n EES slechts zou leiden tot weer een nieuwe laag bureaucraten. Bij een recent bezoek aan Brussel merkte hij bovendien dat ook een aantal leden van het Europese parlement er met de nodige scepsis tegenover staat. Melin zelf vindt eveneens dat het nog veel te onduidelijk is hoe EES in de praktijk zou kunnen werken.

Er bestaan op het moment nog twee grote struikelblokken in de onderhandelingen tussen EG en EVA: ten eerste zijn beide zijden het er niet over eens hoe de bestaande EG-wetgeving in de toekomstige EES moet worden toegepast en ten tweede bestaat er onenigheid over de wijze van besluitvorming in de nieuw te creeren EES. Vast staat al dat een aantal terreinen buiten een eventueel akkoord zullen blijven. Zo zal de overeenkomst geen bepalingen omvatten omtrent de landbouw. Hierdoor kunnen de Finnen, die hun boeren nog ruimer steunen dan de EG, hun beleid van rijkelijke subsidies ongestoord voortzetten. Wanneer de komkommers en de tomaten uit de Finse kassen rijp zijn, sluit de regering thans de facto de grenzen voor soortgelijke produkten uit andere landen. De op dat gebied al heel wat gewende Finse consumenten worden zo gedwongen de meest exorbitante prijzen te betalen voor allerlei groentes. De Finse regering acht het evenwel wenselijk dat het land zo veel mogelijk zelfvoorzienend is in zijn voedselvoorziening.

Een andere uitzondering, die de Finnen voorlopig niet willen opgeven, betreft het verbod voor buitenlanders om onroerend goed in Finland tebezitten. Tot elke prijs lijken de Finnen vooral hun bossen te willen vrijwaren van buitenlandse ondernemers.

In Brussel bestaat er naar verluidt ongenoegen over het feit dat het welvarende Finland (volgens een recent rapport van de Wereldbank achtste op de lijst van rijke landen) te veel zou profiteren van de lusten van de handel met de EG zonder te delen in de lasten. Genoemd wordt in dit verband onder andere het dure herstructureringsfonds voor de armere landen in Zuid-Europa, waaraan Finland niet voldoende zou bijdragen. Salolainen verwerpt deze kritiek echter: 'We proberen niet een gratis ritje te krijgen. We willen best meebetalen aan projecten, zoals we bij voorbeeld in het verleden bij Eureka-projecten ook al hebben gedaan.'

De minister geeft overigens grif toe dat Finland veel baat zou hebben bij een vrijere concurrentie en het meer openstellen van het land. Tot ergernis van sommige bedrijven en vooral de vakbonden maakt de minister zich hier ook sterk voor.

Dat een flink aantal Finse bedrijven in ernstige moeilijkheden zou geraken bij een vrijer toegankelijke markt lijkt wel zeker. Het prijsniveau in Finland is zo hoog dat menig bedrijf in de EG al verlekkerd moet kijken naar de Finse markt om Finse concurrenten te verdringen. Een pak sinaasappelsap kost omgerekend f. 4, -, een krant f. 2,50 en een eenvoudige ansichtkaart f. 3,-. Voor het verplicht afgeven van een jas in een cafe of restaurant dient f. 2,50 te worden neergeteld, terwijl boeken van beneden de f. 50, - nauwelijks zijn te verkrijgen en de prijs van een biertje f. 10, - bedraagt.

In vakbondskringen is men bezorgd dat het meer openstellen van het land zou leiden tot werkloosheid. Salolainen houdt echter vol dat het gezond zou zijn voor de Finse economie. 'Ik lig in elk geval niet wakker van die kritiek', zegt de minister zelfverzekerd.