De Duitser Ludwig Erhard heeft het gewonnen van de Duitser Karl Marx; De opmars van het monetarisme

Het monetarisme verovert stormenderhand Oost-Europa. Politici en generaals, ex-partijleden en oppositionele professoren hebben de nieuwe leer omarmd. De economische orthodoxie, verguisd en belachelijk gemaakt in het Westen, is onstuitbaar in opmars. In de jaren tachtig begonnen de Westerse landen een economische sprint, die gebaseerd was op de herwaardering van 'gezond geld'. Met de terugdringing van de inflatie en vermindering van structurele verstarringen van de markt, zetten de Westerse industrielanden hun concurrenten in Oost-Europa en de Sovjet-Unie op een beslissende achterstand. Na de omwentelingen van eind vorig jaar beginnen deze landen aan een wanhopige inhaaloperatie, waaronder de sanering van hun geld.

Drie maanden na de opening van de Berlijnse Muur beginnen de uiteenlopende sporen naar de economische toekomst van Oost-Europa zichtbaar te worden. Polen is dringend aangewezen op Westerse hulp. Tsjechoslowakije heeft de aloude slogan 'geen hulp maar handel' omarmd en zoekt erkenning als een land waarmee normaal valt te werken. De Bondsrepubliek stelt zich garant voor de economische en monetaire toekomst van de DDR. De Sovjet-Unie, gevangen in het onvermogen te hervormen, staat een economische ineenstorting te wachten. Hongarije bezuinigt. In de zuidoostelijke Balkanstaten kunnen ontwikkelingswerkers binnenkort aan de slag.

Het monolitische Oostblok valt uit elkaar, politiek en economisch. De Comecon, de organisatie voor wederzijdse economische bijstand van de Sovjet-Unie en haar voormalige satellietstaten, wordt hervormd. De slachtoffers van die hervormingen zullen de landen in de periferie van het communisme zijn: Cuba en Vietnam. Zodra de Sovjets besluiten om wereldmarktprijzen te betalen voor de Cubaanse suiker, valt Fidel Castro. Tussen de Oosteuropese landen is een prestigeslag uitgebroken over de vraag wie het meest marktgericht is. 'Wij willen een markteconomie. Punt uit', aldus de pas benoemde Bulgaarse premier Loekanov. 'Tsjechoslowakije wordt een markteconomie zonder bijvoeglijke naamwoorden', zei de Tsjechoslowaakse minister van financien Vaclav Klaus afgelopen weekeinde op het managerssymposium in Davos. 'Geen derde weg, geen socialisme met een menselijk gezicht, geen sociale markteconomie.' Tsjechoslowakije heeft een aanhanger van het monetarisme van Milton Friedman als minister van financien. Klaus heeft boeken van Friedman in het Tsjechisch vertaald, hij is voorstander van een monetaire schoktherapie voor Tsjechoslowakije. De omschakeling van een planeconomie naar een markteconomie moet volgens Klaus plaatshebben via beperking van de geldgroei. Tekorten op de begroting mogen niet langer worden gefinancierd door de geldpers te laten draaien, de begroting moet een overschot vertonen.

Klaus: 'Ik lach terwijl ik op de televisie aankondig dat ik de subsidies verminder. Ik vertel de minister van defensie met een vriendelijk gezicht dat ik het mes zet in zijn begroting'. De markt is heilig voor de nieuwe Tsjechoslowaakse minister van financien. Hij zal de prijzen liberaliseren, maar hij weet niet op welk niveau. 'Ik ken de werkelijke prijzen van de goederen niet', zegt hij. 'Ik kan niet als een ouderwetse planbureaucraat de marktprijzen dicteren. We moeten de markt koesteren en de prijsvorming aan de markt overlaten.'

Tsjechoslowakije heeft een voordeel dat andere landen missen: het heeft geen buitenlandse schuld, het heeft geen onderdrukte hyperinflatie. Er is een redelijk aanbod van consumptiegoederen en geen gigantisch monetair probleem. In Tsjechoslowakije hangen geen miljarden kronen boven de markt, waarvoor in de winkels geen produkten zijn te vinden.

Ook de Poolse minister van financien, Leszek Balcerowitz, is een monetarist in zijn aanpak. Polen is een stap verder op de weg naar prijsliberalisatie en markthervormingen. Maar Polen heeft andere problemen, hyperinflatie en een buitenlandse schuld. Polen is straatarm, gaat gebukt onder een buitenlandse schuld van bijna 40 miljard dollar - en vraagt openlijk om hulp. 'Polen heeft de steun van de wereld nodig. Wij willen onze levensstandaard op hetzelfde niveau brengen als dat in West-Europa', zei de Poolse president generaal Jaruzelski. En hij vroeg om vermindering van de Poolse buitenlandse schuld, voor schuldverlichting zoals ook Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse landen aan hun crediteuren vragen. De levensomstandigheden in Polen zijn ondertussen zo gedaald, dat ze Polen kwalificeren volgens de criteria die de rijke landen hanteren voor ontwikkelingshulp, Polen is armer dan menig land dat Westerse hulp ontvangt.

Het andere Oosteuropese land met een grote buitenlandse schuld, nog groter per hoofd van de bevolking, is Hongarije. De Hongaren hebben te lang op grote voet geleefd. In de jaren zeventig, toen Hongarije als enige land met hervormingen experimenteerde en een lieveling was van de Westerse bankiers, kreeg het gemakkelijk kredieten. Veel van die harde valuta verdween weer naar de andere kant van de Donau en werd besteed voor aankopen en consumptieve bestedingen in Wenen. Het Hongaarse probleem is zoals dat van Argentinie: de overbesteding, het leven dat te goed was voor de prestaties van de economie, moet worden teruggedrongen.

Hoe pijnlijk dat ook is, de Hongaarse omschakeling valt in het niet bij de uitdagingen die de Sovjet-Unie te wachten staan. Daar moet nog een begin worden gemaakt met markthervormingen, niet alleen in de economische praktijk van alledag, maar ook in het denkraam van de autoriteiten. Terwijl de nieuwe garde van Oosteuropese ministers uit Tsjechoslowakije, uit Hongarije, uit Polen en de DDR met het grootste gemak de taal van de Westerse markteconomie spreken, zitten de Sovjet-ministers nog met hoofd en voeten vast in het verroeste jargon van de planeconomie. Op het managerssymposium in Davos, afgelopen week, liepen drie Russische eerste vice-ministers verdwaald rond. Ze waren belast met de ministeries van houtbewerking, defensie-industrie en elektrotechnische-industrie. 'Mijn ministerie is verantwoordelijk voor de produktie van 1260 verschillende produkten', zei eerste vice-minister Koerotsjkin. Dat moet letterlijk worden genomen: het ministerie bepaalt welk staatsbedrijf, met opwindende namen als Horizon of Elektron, ijskasten, televisies of radio's maakt. 'Het is heel moeilijk', verzuchtte een andere eerste vice-minister Koeroesjin, 'het is heel moeilijk om van de produktie van pantservoertuigen om te schakelen naar wasmachines.'

'Het ministerie van defensie moet een vredeseconomie creeren', zei Koeroesjin plichtmatig. 'We zoeken joint ventures met Westerse bedrijven, we hebben niet veel te bieden, maar onze bedoelingen zijn goed.' De omschakeling naar een markteconomie is niet gemakkelijk, verzuchtten de Russische ministers. De rebellenclub van Sovjet-economen, professor Bogomolov en professor Sjmelev, had een vernietigend oordeel. 'We hebben de beste problemen van de wereld', zei Bogomolov. 'De herschikking van de investeringen is mislukt. We hebben een overheidstekort van 100 miljard roebel, een inflatie die aan het licht komt door het verdwijnen van produkten uit de markt en een geldoverhang van 400 miljard roebel.' Een Nederlandse oud-hoogleraar monetaire economie rekende voor dat met een gebruikelijke omloopsnelheid van het geld in feite 1.200 miljard roebel in de Sovjet-Unie circuleert zonder dat er goederen tegenover staan. Ondertussen wordt jaar na jaar 100 miljard roebel aan de geldhoeveelheid toegevoegd omdat het Russische overheidstekort wordt gefinancierd door geld te drukken, en niet door geld te lenen op de kapitaalmarkt, want die bestaat niet. 'Ons geld werkt absoluut niet meer', erkende prof. Sjmelev, 'en we moeten beginnen ons geld weer bruikbaar te maken. Dat kan alleen maar door een harde geldsanering.'

In 1947 heeft de Sovjet-Unie dat ook gedaan, dat was pijnlijk, 'maar toen hadden we oom Joseph', zei Sjmelev. De eerste Oosteuropese geldsanering zal plaatshebben in de DDR, waar de harde D-mark binnenkort als betaalmiddel triomfantelijk binnenstormt. De invoering zal de economische hervormingen versnellen in de DDR, want de Westduitse Bundesbank zal niet toestaan dat de kracht van de munt die het na-oorlogse Wirtschafstwunder mogelijk maakte, wordt uitgehold door verdunning met de waardeloze Ostmark. Ludwig Erhard, de architect van de Westduitse geldsanering van 1948, heeft gewonnen van die andere Duitser, Karl Marx.