Afspraken over werk voor kansarmen moeten reeel zijn

DEN HAAG, 10 febr. - Heeft de vakbeweging zich door de werkgevers met een kluitje in het riet laten sturen? In de CAO-afspraken is steeds een deel van de loonruimte gereserveerd voor maatregelen die de werkgelegenheid voor kansarme groepen moeten bevorderen. Nu blijkt uit een onderzoek van de Loontechnische Dienst dat werkgevers zich daar in de praktijk weinig van aantrekken. Zo' n tachtig a negentig procent van de werkgevers die volgens CAO-afspraken zich extra zouden moeten inzetten voor de kansarmen, doet dat niet.

Een bedroevend resultaat, zo geven de bonden toe. Maar van opgeven willen zij niet weten. Zelfs de Industriebond FNV niet, die in haar CAO-eisen loon net iets meer prioriteit gaf dan werkgelegenheidsmaatregelen. Ook deze bond zal het rapport niet aangrijpen om haar looneisen in de toekomst verder op te schroeven. 'We kijken er niet van op dat werkgevers te weinig doen. Maar je zult ons niet horen zeggen dat we geen afspraken meer maken', zegt een woordvoerder van de Industriebond FNV. En de Voedingsbond FNV zegt: 'Je kunt als bond niet zeggen dat je je hier bij neerlegt. Want dan gebeurt er niets meer'. De bonden zijn zelfs zeer terughoudend om vast te stellen dat ze zijn beetgenomen en geld hebben ingeleverd voor niets. 'Je kunt niet alle bedrijven over een kam scheren. Veel bedrijven doen weldegelijk wat', zegt de woordvoerder van de Industriebond FNV verzoenend. En de Voedingsbond herinnert er aan dat veel afspraken nog maar kort lopen. 'Het staat nog te veel in de kinderschoenen om te zorgen dat alle regels al nageleefd worden', aldus de woordvoerster.

Maar minister De Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt wel dat een zorgvuldig oog moet worden gehouden op de toekomstige ontwikkelingen. Niet in de laatste plaats omdat het kabinet zwaar leunt op de medewerking van werkgevers en werknemers om de langdurige werkloosheid te bestrijden.

In een brief aan de Kamer zegt de minister dat hij zich met de sociale partners zal beraden over 'nader te treffen maatregelen', als blijkt dat ook op de langere duur werkgevers zich niet aan de afspraken houden. Aan welke maatregelen hij daarbij denkt maakt hij niet duidelijk.

Uit het onderzoek van de Loontechnische Dienst is echter gebleken dat veel bedrijven niet aan hun verplichtingen voldeden, eenvoudigweg omdat er geen vacatures waren. Vooral kleine bedrijven kampten met dit probleem. Een ander knelpunt waren de moeilijk vervulbare vacatures in de metaal. Werkgevers zeiden daar vaak al blij te zijn iemand te kunnen krijgen. Een voorkeursbeleid voor moeilijk plaatsbare groepen was daardoor onmogelijk.

In dat opzicht is het begrijpelijk dat werkgevers tijdens de metaalonderhandelingen niet door de knieen zijn gegaan voor eisen van de vakbeweging zich vast te leggen op het aannemen van duizenden nieuwe werknemers om de werkloosheid te bestrijden. Dat zou slechts tot nieuwe schending van afspraken hebben geleid.

Afspraken over het scheppen van werk voor kansarme groepen moeten dus goed zijn afgestemd op de realiteit in de diverse bedrijfstakken. Tegelijkertijd moeten al die ondernemers die nu nog opgaven geen doelgroepenbeleid te voeren omdat ze gewoon de beste man op de beste plaats willen, meer onder druk worden gezet.

Als het aan de vakbeweging ligt zijn sancties niet uitgesloten. Werkgeverszouden eventueel een quotum opgelegd kunnen krijgen, net als nu het geval is voor het in dienst nemen van gehandicapten. 'Maar dat heeft niet onze voorkeur', zo benadrukt een woordvoerder van de vakcentrale CNV. 'Zoiets brengt weer nieuwe problemen mee. Dan moet je weer controleren of de quota worden volgemaakt. Ook dat is een moeilijke zaak'. Volgens het PvdA-Kamerlid Leijnse is het vooral belangrijk dat de vage termen uit de cao-afspraken worden vertaald in concrete toezeggingen binnen ondernemingen. Volgens hem hebben teveel ondernemers niks tegen de afspraken die hun branche-organisatie voor hen heeft gemaakt in de CAO, maar hebben zij niet het gevoel dat deze hunzelf betreffen. Zij verwachten dat de collega-concurrent het wel zal doen. 'CAO-afspraken is een ding, maar uitvoering is een tweede', aldus Leijnse. Hij is er voorstander van dat de nieuwe Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening, waarin werkgevers, werknemers en gemeenten zitting hebben, zich actief bemoeien met de toepassing van CAO-afspraken. Zij moeten met de bedrijven in de regio conrete afspraken maken over het aantal kansarmen dat zij kunnen plaatsen.

Daarnaast zouden de ondernemingsraad en de vakbeweging binnen de bedrijven zich actief kunnen inzetten voor navolging van de CAO-afspraken. Nu is het aannemen van personeel nog hoofdzakelijk een zaak van de werkgever. Ook de bonden vinden dit een goede weg, al waarschuwt de Voedingsbond: 'Of je druk kan uitoefenen op die manier, hangt af van de leden in de bedrijven. En daar zijn vaak ook al veel andere problemen. Het zal niet altijd meevallen de mensen daarvoor op de been te brengen.'