Vrijspraak farmaceuten in tariefzaak

UTRECHT, 9 febr. - De rechtbank in Utrecht heeft vandaag de Onderlinge Pharmaceutische Groothandel (OPG) vrijgesproken van betrokkenheid bij overtreding van de Wet Tarieven Gezondheidszorg door apothekers.

Volgens de rechtbank zijn de wet en de daarop geente tariefsbeschikkingen van het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg (COTG) te onduidelijk om te bepalen of de OPG ontoelaatbare kortingen aan apothekers heeft gegeven.

De Economische Controle Dienst (ECD) heeft tegen de OPG en een aantal andere farmaceutische groothandels proces-verbaal opgemaakt wegens het berekenen van tarieven die zich niet verdragen met de nieuwe richtlijn voor vergoedingen. De Wet Tarieven Gezondheidszorg bepaalt dat apothekers kortingen van de groothandel moeten doorberekenen in hun prijzen. De groothandels zouden volgens de ECD de wet omzeilen door een bedrag van 11,5 miljoen gulden als rente op obligaties en dividend over aandelen uit te keren aan hun vaste afnemers onder de apothekers. Volgens de OPG gaat het om een marktconforme vergoeding aan die apothekers die risicodragend kapitaal aan de cooperatie ter beschikking hebben gesteld.

Vorige maand heeft de rechtbank in Breda in een civiele procedure bepaald dat rente en dividend niet als korting beschouwd hoefden te worden, tenzij die de geldende marktrente overstijgen.

Tegen de OPG was een boete van 100.000 gulden geeist. Tegen de directeur en de bestuurssecretaris van de OPG had de officier voorwaardelijke geldstraffen van 25.000 gulden geeist. Ook zij zijn vrijgesproken.

Het COTG heeft nog niet bepaald wanneer en hoe eventuele kortingen moeten worden doorberekend. De officier had bij de behandeling van de zaak zelf al aangegeven dat de onderhandelingen daarover nog steeds niet zijn afgerond.