'Versoepelen dioxinenorm stap terug'

ROTTERDAM, 9 febr. - 'Het zou droevig zijn als de milieunormen onder druk van de bedrijven die zich met afvalverbranding bezighouden worden afgezwakt.'

Met deze uitlating distantieertdirectie-woordvoerder H. Swinkels van de Vuilafvoermaatschappij VAM zich nadrukkelijk van de oppositie die de afvalverbranders op dit moment voeren tegen de milieu-eisen waaraan hun bedrijven moeten voldoen.

De VAM bouwt samen met het energiebedrijf IJsselmij in Wijster een grote afvalverwerkingsfabriek. 'De milieunormen zijn streng, maar het is pertinent onjuist dat ze technisch niet haalbaar zouden zijn. Ook voor dioxinen en stikstofoxyden voldoet onze installatie straks ruimschoots aan de nieuwe milieu-voorschriften', aldus medewerker ing. J. van Dommelen van het VAM/IJsselmij-project. Dinsdag overleggen de afvalverbranders, verenigd in de VEABRIN, met milieuminister Alders over de Richtlijn Verbranden die zijn voorganger Nijpels vorig jaar augustus invoerde. Dan moet duidelijk worden of Alders vasthoudt aan de richtlijn of tegemoetkomt aan de versoepeling die de VEABRIN eist. Aanleiding voor de nieuwe richtlijn was de vondst van hoge concentraties dioxinen in zuivelprodukten van boeren uit de buurt van enkele vuilverbrandingsinstallaties. In de richtlijn, door Nijpels destijds 'de strengste ter wereld' genoemd, staat aan welke milieu-eisen de twaalf afvalverbrandingsinrichtingen uiterlijk november 1993 moeten voldoen. Dat vergt van de afvalverbranders een investering van naar schatting twee miljard gulden, wat doorberekend voor een doorsnee-huishouden neerkomt op veertig gulden extra aan reinigingskosten. De VEABRIN heeft zich van begin af aan gekant tegen onderdelen van de richtlijn.

Excursie

Na een excursie eind vorige maand naar drie vrij moderne afvalverbrandingsinstallaties in Zuid-Duitsland en Zwitserland zei VEABRIN-voorzitter P. Hoogendoorn dat de dioxinennorm uit de richtlijn 'absoluut onhaalbaar' was en dat de stikstofoxydenorm de afvalverbranders op onnodig hoge kosten joeg. Dat geld kon beter aan andere maatregelen worden besteed, dan zou het 'milieurendement' groter zijn, aldus Hoogendoorn.

Bijval kreeg de VEABRIN vorige maand van de Werkgroep Richtlijn Verbranden, die de minister moest adviseren over de uitvoering. De normen voor de uitstoot van stof, zoutzuur, fluoriden, zwaveldioxyde, zware metalen en cadmium leveren volgens de werkgroep geen problemen op. Maar voor dioxinen, stikstofoxyden en kwik leidt 'het onverkort toepassen van de richtlijn verbranden 1989 tot technische en economische knelpunten'. De werkgroep stelde de minister voor de dioxinennorm te versoepelen tot een 'inspanningsverplichting' en de kwiknorm gedeeltelijk afhankelijk te maken van de kwikconcentratie in het ongereinigde rookgas van de betreffende installatie. De norm voor de uitworp van stikstofoxyden is wel haalbaar, maar volgens de werkgroep is dat zo duur dat wordt geadviseerd te wachten tot ervaring is opgedaan met goedkopere technieken.

Garantie

Het advies van de werkgroep wekt onbegrip bij Swinkels van het VAM/IJsselmij-project. De nieuwe richtlijn, die in Wijster tot een extra investering van ongeveer 180 miljoen gulden leidt, kwam enkele maanden voordat de fabrikanten hun offertes moesten inleveren. 'Ik zal niet beweren dat ze er blij mee waren, maar drie leveranciers bleken toch bereid zwart op wit te garanderen dat met hun installaties aan de nieuwe normen zal worden voldaan', aldus Swinkels. Binnenkort maakt de projectleiding de definitieve keus.

VAM/IJsselmij-medewerker ir. H. Hulshof heeft wel een verklaring voor de aanval van de VEABRIN op de richtlijn. 'Zij zijn al jaren vuilverbranders. Wij zijn nieuwkomers met een andere achtergrond. Wij kijken er vanuit de elektriciteitswereld tegenaan en in die sector is al heel wat meer ervaring met rookgasreiniging opgedaan dan bij afvalverbranding.' De verbazing bij VAM/IJsselmij over de oppositie tegen de richtlijn wordt gedeeld door de stichting Natuur en Milieu. 'Een inspanningsverplichting ten aanzien van de dioxinennorm is verwerpelijk, nauwelijks controleerbaar en daardoor in feite boterzacht', zegt medewerker drs. A. Klingenberg van de milieu-organisatie. Versoepeling van de richtlijn voor dioxinen, kwik en stikstofoxyden betekent volgens hem 'een stap terug'. De gang van zaken bij de vergunningverlening voor de nieuwe afvalverwerkingsinstallatie in Amsterdam (AVI-west) heeft bij Natuur en Milieu de vrees versterkt dat 'de afvalverbranders uit zijn op uitholling van de richtlijn'.

De nog te bouwen AVI-west wordt door de provincie, die de milieuvergunning verleent, beschouwd als een reeds bestaande fabriek. Daarvoor gelden minder strenge milieu-eisen dan voor nieuwe inrichtingen.

    • Joop Meijnen