Vernieuwing, kan het zijn sociaal

AFGEZIEN VAN een regeerakkoord heeft een kabinet een Leitmotiv nodig. Bij het kabinet Den Uyl was het spreiding van inkomen, kennis en macht. Het eerste kabinet Lubbers profileerde zich met de woorden 'no nonsense'. Over de rode draad van het huidige CDA-PvdA kabinet kan ook geen misverstand bestaan: sociale vernieuwing. In bijna alle regeringsstukken duikt deze term wel ergens op, zelfs in de stukken die gaan over ontwikkelingssamenwerking. 'Het begrip sociale vernieuwing heeft de afgelopen jaren vleugels gekregen', zei premier Lubbers vorig jaar november in zijn regeringsverklaring. De relativering kwam van D66-leider Van Mierlo die naar aanleiding van Lubbers' enthousiaste uitspraak zei: 'Dat is mooi meegenomen, nu de handen en voeten nog'.

Het kabinet Lubbers/Kok zat er afgelopen woensdag exact drie maanden. De inwerkperiode van de voor het overgrote deel nieuwe ministers loopt zo'n beetje ten einde. Voor een afgerond oordeel is het vanzelfsprekend nog te vroeg, maar wel moet worden gevreesd dat het zo pretentieuze begrip sociale vernieuwing zich tegen het kabinet gaat keren. Door de opeenstapeling van vaagheden en verschillende definities dreigt het kabinet op dit punt nauwelijks meer serieus te worden genomen. De aankondiging deze week van PvdA-voorzitter Sint dat de partij een 'meldpunt' voor sociale vernieuwing zal instellen om te inventariseren wat er onder valt, kan toch nauwelijks als steun worden uitgelegd. Het gaat om het integreren van mensen in de samenleving, zei Lubbers in de regeringsverklaring. Dat kan alleen als ook het Haagse beleid wordt geintegreerd - en dat lijkt nu te mislukken. De ministeriele Commissie Sociale Vernieuwing is tot nu toe niet veel verder gekomen dan preluderen op de uiterst vage werkdefinitie van coordinerend minister Dales van binnenlandse zaken. De commissie zou ook vandaag weer praten. Het persbericht van het ministerie van binnenlandse zaken dat hierover vanmorgen verscheen spreekt boekdelen: 'Het gaat om ingewikkelde zaken die tijd vragen'.

DE DISCUSSIE wordt niet alleen in het kabinet gevoerd, maar ook op de departementen waar speciaal voor dit doel de Interdepartementale Commissie Sociale Vernieuwing is opgericht. Daar gaat het gesprek niet over wat er moet gebeuren, maar vooral over wat de gevolgen zijn voor het eigen departement. Er is veel geld mee gemoeid en dus staat de bekende departementale stammenoorlog met alle verlammende verschijnselen van dien voor het beleid weer op punt van uitbreken.

Het kabinet staat nu voor de keuze doormodderen of knopen doorhakken. Dat laatste zou betekenen dat de minister-president een hoofdrol in het geheel zal spelen. De poging van het kabinet de verantwoordelijkheid voor de voortgang van de discussie over sociale vernieuwing te verdelen tussen een coordinerend minister (Dales) en de voorzitter van de ministeriele commissie (Lubbers) mag als mislukt worden beschouwd. Daar moet het kabinet dan ook zo snel mogelijk een eind aan maken.

Het begrip sociale vernieuwing, overgewaaid uit de gemeente Rotterdam, was bedoeld om een 'meerwaarde' te geven aan het beleid van het derde kabinet-Lubbers. Maar zoals de discussie tot nu toe is gelopen, belasten de woorden 'sociale vernieuwing' het beleid van het kabinet zonder veel burgers iets van die vernieuwing te laten merken. Teveel 'samenhang' is ook niet goed, want dat zou betekenen dat iedereen op iedereen wacht. De intentie van sociale vernieuwing is goed, maar een iets meer bescheiden benadering van het begrip zal de haalbaarheid ervan aanzienlijk vergroten.