Tellen van massa's bepaald geen eenvoudige opgave

Hoeveel actievoerende ambtenaren waren er afgelopen maandag bijeen op de Dam in Amsterdam? Het NOS-journaal telde er vijftigduizend, de politie sprak van dertig- tot vijftigduizend en de organisatoren zelf hielden het op dertigduizend. Twee redacteuren van deze krant die bij de manifestatie aanwezig waren, meenden niet meer dan vijf- tot tienduizend demonstranten te zien.

Het aantal actievoerders is van belang omdat de vakbonden met de manifestatie vlak voor het overleg van afgelopen woensdag aan minister van binnenlandse zaken Dales wilden laten zien hoe groot de actiebereidheid onder ambtenaren is. Vooraf verwachtten de bonden twintig- a vijfentwintigduizend mensen, dus de demonstratie was een succes, oordeelde het journaal. Nee, de belangstelling viel juist tegen, dachten de aanwezige journalisten.

Wie telt de demonstranten? 'Zo'n schatting is altijd natte vingerwerk. Sommige agenten zeiden vijfduizend, andere vijftigduizend. Ik heb er op een gegeven moment maar dertig- tot vijftigduizend van gemaakt', zei de Amsterdamse politiewoordvoerder K. Wilting desgevraagd. De getallen die u in deze krant heeft gelezen, kwamen van hem.

Bij demonstratieve optochten kan de politie gedurende een bepaalde tijdseenheid op een bepaalde plaats het aantal mensen tellen dat voorbij komt. Als de agenten dit aantal vermenigvuldigen met de tijd die de optocht op die bepaalde plek duurt, is een redelijke schatting van het aantal demonstranten gemaakt. Deze methode kan niet worden toegepast als de mensen van verschillende kanten op een plein samenkomen, zoals bij de manifestatie van maandag in Amsterdam.

Hoe dan wel? Wetenschappers van de faculteiten wiskunde van de Technische Universiteiten Delft en Eindhoven zeggen dat de vraag hun nog nooit is gesteld. Een antwoord weten ze niet.

De enige die, voor zover bekend, in Nederland serieuze pogingen heeft gedaan om demonstranten te tellen, is de statisticus drs. E. Broeze. Hij werkt bij de Algemene Rekenkamer. Tijdens de vredesdemonstratie in 1983 in Den Haag telde hij met studenten van het Amsterdamse instituut voor andragogie het aantal bussen dat mensen naar Den Haag bracht en vermenigvuldigde dat getal met vijftig (inzittenden). Hierbij werd opgeteld het aantal mensen dat de studenten telden bij de uitgangen van de spoorwegstations. Vervolgens ondervroeg hij demonstranten over de manier waarop ze naar Den Haag waren gekomen. Vier van de tien ondervraagden bleek een ander vervoermiddel dan trein of bus te hebben gebruikt. Het eerder gevonden getal werd daarom vermenigvuldigd met tienzesde en dat leverde het eindaantal van 550.000 op.

Broeze liet bij dezelfde demonstratie tellingen houden op het Malieveld en in het Zuiderpark. Met behulp van stokken en een strak gespannen touw maten de studenten het aantal aanwezigen op een bepaald aantal vierkante meters. Deze oppervlakte werd vermenigvuldigd met de oppervlakte van het hele Malieveld en het hele Zuiderpark. 'Later bleek dat we in het Zuiderpark ongeveer een factor tien te hoog zijn uitgekomen', vertelt Broeze desgevraagd. 'Luchtfoto's toonden aan dat de mensen niet overal in het park zo dicht op elkaar hadden gestaan als op de plek waar wij hadden gemeten.' Broeze is van mening dat een schatting van het aantal aanwezigen bij een demonstratie alleen betrouwbaar is als er echt werk van is gemaakt. Anders bieden de genoemde getallen geen enkele zekerheid. Onduidelijk blijft wie dat werk moet verichten. Ook in het buitenland bestaat volgens de statisticus weinig interesse voor dit soort getallen.

In Amsterdam is van het tellen niet echt werk gemaakt. 'Voor wie van opzij kijkt lijkt de Dam helemaal vol, terwijl dat natuurlijk niet zo hoeft te zijn', relativeert politiewoordvoerder Wilting de waarnemingen van aanwezige agenten. Vanuit een gebouw aan de Dam was te zien dat het plein voor ongeveer de helft was gevuld met mensen. Bij het podium stonden ze dicht op elkaar, maar rondom het monument konden de aanwezigen rustig heen en weer lopen en voor het paleis was de straat helemaal leeg.

We kunnen dus niet weten of het aantal demonstranten aan de verwachtingen van de organisatoren heeft beantwoord, ondanks de gepubliceerde getallen. De actiebereidheid onder ambtenaren anno 1990 is nog niet gemeten. Het Malieveld in Den Haag vanuit de lucht tijdens de grote vredesdemonstratie van '83. (Foto Ton Poortvliet)