Staat kan kosten 'oude' saneringen vorderen

DEN HAAG, 9 febr. - De Staat kan ook de saneringskosten van oudere bodemvervuilingen terugvorderen. Dit zegt de Hoge Raad vanmorgen in een principieel arrest over de werking van de interimwet bodemsanering die op 1 januari 1983 in werking is getreden. Volgens het hoogste rechtscollege kan de Staat ook schades van voor 1983 verhalen op de vervuilers, zij het niet onbeperkt. Als criterium noemt de Hoge Raad de ontwikkelingen in de maatschappelijke opvattingen over de ernst van bodemverontreiniging. Vanaf het tijdstip dat 'het aan de veroorzaker voldoende duidelijk was of had behoren te zijn dat de overheid zich de zorg voor de bodem zou gaan aantrekken' neemt de Hoge Raad aansprakelijkheid aan. Opmerkelijk is dat de Raad niet heeft gekozen voor het moment dat de overheid daadwerkelijk geld is gaan uitgeven voor bodemsanering. Nu de meer onbepaalde ontwikkelingen in de publieke opinie mede beslissend zijn, is het voor de Staat gemakkelijker om ook oudere bodemvervuilingen alsnog via de civiele rechter aan te pakken. De rechtbank Rotterdam in de zaak Gouderak en de rechtbank Amsterdam in de zaak Volgermeerpolder namen al eerder aan dat bodemvervuilingen uit de jaren vijftig nog tot aansprakelijkheid kunnen leiden. Al kort na de Tweede Wereldoorlog heeft het Rijk, bijvoorbeeld in de Rivierenwet, 'de zorg voor de bodem' tot uitdrukking gebracht.

De Hoge Raad maakt in het arrest van vanmorgen ook een einde aan de juridische discussie over de strekking van het arrest Limme-Houtkoop (HR 9-11-73). Daarin werd het de overheid onmogelijk gemaakt om burgers die algemene belangen schonden wegens een onrechtmatige daad aansprakelijk te stellen. De Hoge Raad zegt nu dat indien de Staat schadevergoeding vordert wegens een onrechtmatige daad 'het afzonderlijk eisen van een door artikel 1401 beschermd belang niet op zijn plaats is'.

In de toekomst behoeft de Staat in civiele procedures tegen bodemvervuilers alleen nog onrechtmatig handelen aan te tonen. Ook moet het moment aannemelijk worden gemaakt waarop het de overheid ernst werd met de bodemverontreiniging.