Sietse Bosgra dramt door met argumenten

AMSTERDAM, 9 febr. - Het stroomt van de regen. Door de schaars verlichte straten van Maputo lopen op de avond van 24 juni 1975 twee Nederlanders in de richting van het stadion. De een is staatssecretaris van buitenlandse zaken, de ander full-time activist. Even na middernacht wordt in het stadion de onafhankelijkheid van Mozambique uitgeroepen. Meteen daarna klinken geweerschoten. Jonge Mozambikanen schieten van vreugde in de lucht. De aanwezigen zoeken een veilig heenkomen. De latere Angolese president Agostinho Neto blijft als een van de weinigen in het stadion achter, samen met die onvermoeibare activist uit Amsterdam: Sietse Bosgra.

Vijftien jaar later. Hij woont al lang niet meer boven het kantoor van het Komitee Zuidelijk Afrika (KZA). En anders dan vroeger werkt hij niet meer alle nachten door. 'Ik kan er makkelijker een punt achter zetten, maar je neemt natuurlijk wel stukken mee naar huis als dat zo uitkomt.'

Gebleven is de strijdbaarheid. Kees de Pater, sinds vijf jaar medewerker van het KZA: 'Hij is geen Draufganger, dat is een te zware term. Hij stelt hoge eisen en kan ook weleens doordrammen. Maar niet zo dat hij zegt: dit moet nu gebeuren. Dat zal hij nooit doen, hij overtuigt met argumenten.'

Marjo Pannemans, die na vijf tropenjaren begin jaren tachtig bij het KZA kwam werken: 'Sietse was en is de motor van het KZA, de blijvende en soms ook de overheersende factor. Hij had altijd net even sneller dan een ander door waarom iets wel of juist niet moest gebeuren. Hij wist een sfeer te scheppen waarin je niet anders kon dan hard werken. Als je even zat te kletsen over je vakantie, had je het gevoel dat je zondigde. Je werkte 60 tot 80 uur per week en had dan nog het gevoel: ik moet meer doen.' Ze bleef ongeveer drie jaar bij het KZA: 'Een sinaasappel raakt uitgeperst. ' Gebleven is ook de verbazing. Over de Nederlandse regering bijvoorbeeld die volgens Bosgra nog steeds niet lijkt te willen inzien dat de opstelling van het ANC de enig juiste is. 'Het ANC wil een gemengde economie en een meer-partijenstelsel. Van den Broek zou die kant moeten kiezen, maar je proeft bij hem wantrouwen jegens het ANC. Nederland heeft zich op een aantal terreinen veel te terughoudend opgesteld en loopt achterop. Het sanctiebeleid is volstrekt onvoldoende uit de verf gekomen.

Wanneer Mandela vrijkomt sluit ik niet uit dat er stemmen op zullen gaan om nieuwe sancties tegen Zuid-Afrika achterwege te laten, terwijl de apartheid blijft voortbestaan. Het zal moeilijk voor ons worden tegen die stemming op te boksen.'

Desinteresse

Maar hij heeft ervaring. Toen hij in 1961 met een groepje mensen het Angola Comite oprichtte, stuitte hij op een muur van desinteresse en onwetendheid over wat zich in deze toen nog Portugese kolonie afspeelde. 'Er waren mensen die dachten dat Angola een poezensoort was.'

Weinigen stonden in die jaren ook stil bij de vraag hoe het mogelijk was dat een zo arm land als Portugal in staat was tot het voeren van een koloniale oorlog in Angola, Guinee-Bissau, Mozambique en de Kaap Verdische eilanden. Dat de NAVO daar achter zou kunnen zitten was een gedachte die velen, van PvdA tot VVD ver van zich wierpen. De NAVO-bondgenoten verklaarden eensgezind dat de wapens die zij aan Portugal leverden slechts bestemd waren voor 'verdedigingsdoeleinden binnen het raam van de NAVO.'

En daar vielen de Portugese kolonien in Afrika buiten, volgens artikel vijf van het NAVO-verdrag. Dus? Dus ging Bosgra op onderzoek uit. Samen met Chris van Krimpen, toen officier van de Koninklijke Marine, schreef hij in het voorjaar van 1969 het rapport 'Portugal en de NATO'. Een Kamerdebat volgde en voor het eerst vroegen vrijwel alle partijen om maatregelen die een einde moesten maken aan de levering van NAVO-wapens aan Portugal. Wat niet gebeurde overigens. Hun zomervakantie besteedden Bosgra en Van Krimpen aan verder onderzoek. Met een aanbevelingsbrief van onder andere de Rijksuniversiteit Groningen op zak ('Genoemde heren houden zich bezig met een vergelijkende studie naar militaire publikaties in de NATO-landen') bezochten ze gedurende drie weken niet alleen militaire bibliotheken in een groot aantal Westerse landen maar ook die van een aantal kazernes. Alleen de bibliotheek van de SPD in Bonn kwamen ze niet in.

Straatcollectes

Begin jaren zeventig volgden de activiteiten ter ondersteuning van de bevrijdingsbewegingen in de Portugese kolonien elkaar in rap tempo op. Er waren straatcollectes en er werden acties georganiseerd zoals: 'Dekens voor Angola'(1971), de koffieboycot-actie (1972), 'Voedsel voor Angola' en 'Morgen moet Angola beter zijn' (eind '72). De laatste door het Medisch Komitee Angola, dat begin '71 was opgericht.

Voor het Angola Comite braken begin jaren zeventig nieuwe tijden aan. Er kwamen drie full-time medewerkers in dienst, er kwam een eigen pand met daarin een heus adresseerapparaat, zodat de gepensioneerde zuster Knieze niet langer elke twee maanden alle tienduizend adressen van de abonnees van het Angola Bulletin hoefde uit te tikken. Inmiddels had Bosgra zijn baan als onderzoeker verruild voor een bestaan als fulltime activist, een beslissing die werd vergemakkelijkt toen hij na een sprong uit zijn brandende woning, eind jaren zestig, zijn been brak en lang arbeidsongeschikt was waardoor hij zich thuis helemaal aan 'de zaak' kon wijden.

Hoogtepunt

Bosgra: 'Een hoogtepunt was voor mij de Anjerrevolutie in Portugal in '74. Het stond voor mij vast dat die gebeurtenis het begin vormde van de omwenteling in Angola. Maar het was ook duidelijk dat we daarna door moesten gaan met ons werk.'

Het Angola Comite werd in '76 omgedoopt in Komitee Zuidelijk Afrika, alle energie ging zitten in de strijd tegen het apartheidsregime van Zuid-Afrika. Het KZA zocht toenadering tot Kairos (de werkgroep Christenen tegen Apartheid) en de Boycot Outspan Aktie. Er werd gezamenlijk aktie gevoerd en er kwam een blad: Amandla. Cor Groenendijk, voorzitter van de werkgroep Kairos: 'Z'n soberheid had wel iets. Ik herinner me dat we half jaren zeventig in Londen waren voor een conferentie. We hebben geen restaurant van binnen gezien. We aten van die overlevingsbiscuits. Sietse stond daar absoluut niet bij stil.'

'Ik kon hem niet bijhouden, die feitenkennis! Ik liep achter en dat hinderde mij in mijn werk, dus ben ik gestopt.'

Na een verblijf van drieeneenhalf jaar als ontwikkelingswerkster in Bourkina Fasso, het voormalige Opper Volta, keerde Magda Oude Stegge begin '82 naar Nederland terug. Zij werd kort daarna stafmedewerkster op het bureau van het 'VN-comite sancties tegen Zuid-Afrika.' Haar taak was politici en maatschappelijke organisaties te mobiliseren tegen het apartheidsregime. Dat betekende: praten, overtuigen, diplomatiek opereren. 'Dat ging een paar maanden goed. Maar ik merkte dat ik na mijn ervaringen in Afrika niet het geduld meer had om te wachten op die politieke partij die zich nog aan het bezinnen was. Sietse was daarin gepokt en gemazeld, hij wist precies wie je moest benaderen en hoe, maar hij manipuleerde nooit. Als ik dacht: dit lukt niet of het duurt te lang, zei hij: we moeten die mensen over de brug zien te krijgen. Hij heeft met zijn opstelling gelijk gekregen. De internationale druk op Zuid-Afrika is door de jaren heen steeds groter geworden. Dat proces is begonnen met de kietelpartijen van Sietse Bosgra.'