Militaire doctrines gaan in Wenen op de mestvaalt

Afgelopen dinsdag eindigde na drie weken het seminar tussen Oost en West over militaire doctrines. Aan het einde van deze eerste, op dit gebied historische, conferentie, stegen de oordelen van diplomaten en militairen over het seminar zo ver uit boven de toon van plichtmatig optimisme - die iedere diplomaat als wezenlijk onderdeel van zijn beroep dient te beheersen - dat de bijeenkomst boven het niveau van een publiciteitsshow lijkt te zijn uitgegroeid. Drie weken lang discussieerden de leden van de NAVO en het Warschaupact en alle andere Europese staten (exclusief Albanie) over de militaire doctrines van beide zijden, de structuur van hun strijdkrachten, hun bewapeningssystemen, de militaire opstelling, staat van paraatheid en de plaats van het militaire budget in de nationale begroting. 'De discussies waren vaak zo direct en open dat de deelnemers er zelf verbaasd van stonden', concludeerde de Amerikaanse delegatieleider John Maresca afgelopen dinsdag.

De nieuwe houding van veel Warschaupactlanden, die voor het eerst hun nationale militaire beleid presenteerden en zonder uitzondering grote bezuinigingen in hun militaire uitgaven aankondigden, beschreef hij als bijzonder fascinerend. Verder toonde Maresca zich blij verrast door de openheid waarmee de Sovjet-delegatie kritische vragen over hun nieuwe defensieve militaire doctrine beantwoordde.

De Westduitse delegatieleider Joetze ging zelfs zover te beweren dat de Russen in hun uitleg over de structuur van hun militaire begroting een dermate open inzicht in de bestaande verhoudingen hadden gegeven (ook over weggestopte militaire uitgaven op andere begrotingen) dat die informatie ook voor Westerse experts volstrekt nieuw was.

Vernietigend

En het verhaal van de Tsjechoslowaakse luitenant-generaal Josef Vincenc was ook niet bepaald oud en versleten toen hij verklaarde dat het Westen zich terecht jarenlang zorgen had gemaakt over de offensieve strijdkrachtenstructuur van het 'oude' Warschaupact en dat er tot voor kort wel degelijk sprake was geweest van een Oostelijke doctrine, die uitging van het concept van 'de vernietigende nederlaag' die het Westen toegebracht zou worden. Volgens dat concept zou het Warschaupact ook zelf die strijd beginnen om de boze opzet van de Westerse imperialisten een slag voor te zijn.

Maar de omwentelingen in Oost-Europa en de zieltogende economieen hebben ook dit concept op de mestvaalt van de geschiedenis doen belanden. Langzamerhand kan men zich niet meer aan de indruk onttrekken dat het Warschaupact nu alleen nog maar een papieren bondgenootschap is. Papier dat na de verkiezingen van 1990 in Oost-Europa misschien voor goed in rook opgaat. Zo wordt in conferentiekringen gemeld dat de delegatie van de DDR eigenlijk in de praktijk heeft opgehouden te bestaan. De delegatie is stuurloos, zo wordt gezegd, en alleen nog gefixeerd op de verkiezingen in de DDR, volgende maand, waarna de DDR-diplomaten een plotseling en weinig eervol einde van hun carriere vrezen.

De gezaghebbende Poolse delegatieleider Konarski zei afgelopen dinsdag op een persconferentie: 'Intern hebben we een kritisch en zeer pluralistisch debat over de diepgaande wijze waarop het Warschaupact hervormd moeten worden. Het Warschaupact heeft nog niet opgehouden te bestaan.'

Het woord 'nog' werd daarbij met enige nadruk uitgesproken. Konarski gaf weer een nieuw staaltje van Poolse zelfbewustheid te zien, met de opmerking dat een aantal Warschaupactlanden nog een flink stuk te gaan had op de weg naar meer openheid. De NAVO verweet hij dat men weliswaar de bestaande militaire doctrine van 'flexible response' en voorwaartse verdediging uitvoerig had toegelicht, maar dat over nieuwe doctrines, die nodig zijn geworden door de diepgaande veranderingen van 1989, niets werd opgemerkt. Hij weet dat aan onenigheid binnen de NAVO zelf.

Mestvaalt

Er is in Wenen heel moeilijk een Westerse diplomaat te vinden die dat wil ontkennen en die niet inziet dat ook de Westerse militaire doctrines, na de 'Oosterse', snel hun weg naar dezelfde mestvaalt van de geschiedenis zullen vinden. Want het Warschaupact moge dan misschien binnenkort in rook opgaan, wie de redevoeringen van de NAVO-leden leest, merkt al snel dat het met de eenheid in dat bondgenootschap allesbehalve florissant is gesteld.

De voorbeelden liggen voor het opscheppen. Terwijl de Westduitse ambassadeur Holik spreekt over 'het ont-ideologiseren van het veiligheidspolitieke denken' en 'het opruimen van de laatste relicten van vijandbeelden', heeft de Britse vice-chefstaf Sir Richard Vincent het over 'een zorgvuldige evaluatie van potentiele dreigingen en niet alleen een evaluatie van afgekondigde politieke intenties, die met het uur of met de dag kunnen veranderen'. Terwijl de Nederlandse chef defensiestaf generaal Graaff zegt dat de zeestrijdkrachten waarschijnlijk binnen twee jaar ook onder de conventionele onderhandelingen in Wenen zullen vallen, verklaart de Amerikaanse voorzitter van de verenigde chefs van staven Powell een dag eerder dat daarvan vooralsnog geen sprake is. Wanneer Sir Richard het heeft over het gevaar dat wapenreductie tot het foute denkbeeld kan leiden dat oorlog weer een mogelijke en rationele optie wordt, roept Hans Dietrich Genscher een week later in Wenen op bezwerende toon, dat we nu ook de muur van tanks en raketten tussen Oost en West zo snel mogelijk moeten afbreken.

Een van de dieper liggende problemen is dat Frankrijk en Groot-Brittanie, ondanks hun status van ex-wereldmacht, in hun toespraken onbekommerd op hun veel wijdere, buiten Europa gelegen, geo-strategische verantwoordelijkheden en belangen blijven hameren: 'Ik heb', aldus de Franse chef staf Schmitt manhaftig tegen een lichtelijk verbijsterde schare van niet-Franse journalisten, 'in mijn persoonlijk onderhoud met chef staf Moisejev van de Sovjet-Unie gezegd dat ook Frankrijk met zijn marine mondiale aanspraken heeft.'

Verdeeldheid

Hoe dichter het spook van de ontwapeningsspiraal nadert, des te harder beginnen Fransen en Britten op het aambeeld van hun mondiale aspiraties te slaan. Het Warschaupact ziet er vooral een schijnbeweging in om de conventionele ontwapening in Europa tegen te houden. En de Bondsrepubliek begrijpt de Franse en Britse positie niet omdat zij geen aspiraties buiten Europa heeft.

Het interne NAVO-overleg bij de CFE-besprekingen over conventionele ontwapening, waar een gemeenschappelijke lijn ten opzichte van het Warschaupact wordt uitgezet, heeft als gevolg van deze interne gelijkgestemdheid ernstig aan slagvaardigheid ingeboet, zo is in de wandelgangen te horen.

Het feit dat het nieuws van de unilaterale terugtrekking van de Nederlandse en de Belgische troepen uit de Bondsrepubliek via de krant de delegaties in Wenen bereikte, zegt alles over de deplorabele communicatie en coordinatie binnen de NAVO. Met elke nieuwe maatregel richting democratie in Oost-Europa wordt zo tegelijkertijd, langzaam maar gestaag, het fundament van het Westerse bondgenootschap verder aangetast. Dat hoeft geen enkele reden tot zorg te zijn, het nodigt immers uit tot nieuwe intellectuele uitdagingen en het bedenken van nieuwe oplossingen. Het enige probleem is dat het erop lijkt dat politici en diplomaten vooralsnog sprakeloos van verbazing naar dit ondermijningsproces staan te kijken. Dat is op zichzelf geen schande in tijden van zulke snelle veranderingen, maar het wordt nu onderhand toch tijd dat iemand het woord neemt, al was het maar om de discussie te openen. De druk om in de herfst van dit jaar met een afgerond CFE-akkoord te komen neemt immers met de dag toe.

De enige in het zwijgende gezelschap die in welgeformuleerde zinnen van zich laat horen, is Hans Dietrich Genscher. Maar als hij wat zegt kijken de anderen op, zien ineens de nieuwe contouren van een nooit verwachte staat en slaan vol schrik de handen voor de ogen.

De Sovjet-troepen trekken zich uit Oost-Europa terug. Wat antwoordt de NAVO? (Foto: AP)

    • Chris van Esterik Correspondent NRC Handelsblad in Wenen