Europese socialisten bijeen in Rijksdag

WEST-BERLIJN, 9 febr. - De Westeuropese sociaal-democratische partijen zijn tevreden. Zij vormen, opgeteld, de grootste politieke kracht in de Europese Gemeenschap en overal in de landen van Oost-Europa kunnen de net ontstane sociaal-democratische partijen zich in een enorme belangstelling verheugen. Bij de vrije verkiezingen die in een aantal van deze landen al zijn voorbereid, wordt verwacht dat de sociaal-democraten de grootste partij worden of zelfs meerderheden verwerven. Men is de christen-democraten en de conservatieve groeperingen duidelijk een slag voor.

Een van de meest ervaren politici uit deze kringen, de 75-jarige Westduitse SPD'er Willy Brandt, waarschuwde er gisteren in West-Berlijn voor om niet al te optimistisch te worden. 'Vertrouw niet te vast op opiniepeilingen; ik heb daar in mijn leven slechte ervaringen mee opgedaan.'

Hij zei dit in het Rijksdaggebouw tegen de Federatie van Sociaal-Democratische Partijen in de Europese Gemeenschap. Hij deed dat echter ook pas nadat hij een enthousiaste schets had gegeven van de boeiende perspectieven voor deze politieke stroming in Europa. Gevaren dreigen volgens Brandt alleen wanneer zich nieuwe nationalistische verwikkelingen voordoen en Oost-Europa ook buiten de Balkan 'balkaniseert'. In de DDR zou de nieuwe Ost-SPD volgens peilingen volgende maand op 54 procent kunnen rekenen. Dit feit heeft ongetwijfeld een rol gespeeld in het proces dat de Westduitse SPD zo snel op een verenigingskoers bracht. Een jaar geleden werden mensen die altijd voorstander van een vereniging waren gebleven nog voor conservatief uitgemaakt, drong de SPD op erkenning van het DDR-staatsburgerschap aan en wilde men de zogenoemde 'herenigingsclausule' in de grondwet schrappen. Een andere belangrijke reden die de SPD van koers deed veranderen is het feit dat de Ost-SPD geen enkele terughoudendheid heeft bij het aandringen op Duitse eenheid. Ibrahim Bohme, de leider van de Oostduitse sociaal-democraten, had voor Westelijke collega's die nog bezorgd waren over het toenaderingstempo van de beide Duitse staten gisteren een bemoedigend woord uit het bijbelboek Prediker paraat: 'Alles heeft zijn tijd. Ja, en die tijd kan voor sommige dingen ook zeer kort zijn'. Dat Bohme en de SPD'ers Brandt en partijvoorzitter Vogel elkaar in het Rijksdaggebouw toespraken onder het dak van de Europese partijfederatie, was niet zonder symboliek. Het is niet uitgesloten dat het parlement van het verenigde Duitsland het Rijksdaggebouw als vast onderkomen krijgt. Niet voor niets is de wijde opgeving van het bouwwerk na de oorlog vrijgehouden van bebouwing: de grond voor een nieuw regeringscentrum ligt als het ware bouwrijp klaar.

In Hongarije, Bulgarije, Polen en Tsjechoslowakije zijn of worden zusterpartijen opgericht, in Joegoslavie worden pogingen ondernomen de bestaande regionale groepen bij elkaar te brengen en zelfs in de Opperste Sovjet in Moskou zit een groep van circa zeventig mensen die zichzelf tot de sociaal-democraten rekenen. De Westeuropese socialisten, die dit met genoegen gadeslaan, besloten om een hulpprogramma voor de zusterpartijen in het oosten op te stellen en om behalve de Oostduitse en Hongaarse partijen ook alle andere uit te nodigen de waarnemerstatus bij de Federatie aan te nemen, in afwachting van een volledig lidmaatschap van de Europese Gemeenschap. De voorstellen daartoe waren afkomstig van een werkgroep onder voorzitterschap van PvdA-leider Wim Kok. Zijn rapport werd met enthousiasme ontvangen. 'Het had niet op een beter tijdstip kunnen uitkomen en de voorstellen hadden niet relevanter of produktiever kunnen zijn', zei de Britse partijleider Neil Kinnock. Overigens is het rapport op een aantal punten nogal kritisch over de gebrekkige samenwerking tussen de sociaal-democratische partijen op dit moment. De besluitvorming moet veel sterker gecoordineerd worden, de relaties met de socialistische groepen in het Europese Parlement verbeterd, de betrekkingen met de vakbonden versterkt. Juist in een tijd dat er een 'groeiend politiek vacuum' ontstaat in de EG als resultaat van de internationalisatie van de economieen, heeft de sociaal-democratie op dat punt wel eens een steekje laten vallen, zo mag men uit het rapport opmaken. 'De liberale ideologie', zo staat er, 'penetreert het publieke bewustzijn en domineert bijvoorbeeld de discussie over de herstructurering van de internationale economische orde.'

Bovendien proberen de liberalen sterke vooroordelen tegen het democratisch socialisme op te bouwen door het te identificeren met het 'reeel bestaande socialisme', de term die de Oosteuropese communisten voor hun socialisme gebruikten. Dat laatste staat er wat klagerig en het punt kwam vaker aan de orde gisteren en vandaag in het Rijksdaggebouw. Dat sociaal-democraten en communisten zich vaak van dezelfde terminologie bedienen, mag niet tot verkeerde conclusies leiden, zo vond men. 'Wij hebben nooit de verantwoordelijkheid gedragen voor dictatuur, onvrijheid en onderdrukking', zei Kok in een toespraak. Kinnock legde er de nadruk op dat democratisch socialisme niet de middenweg is tussen kapitalisme en communisme. De Italiaanse partijleider Bettino Craxi gaf aan dat zonder de sociaal-democraten een 'groot, vrij, vreedzaam, verenigd en solidair Europa' niet mogelijk is. 'Daarom', zo zei de Spaanse vice-premier Alfonso Guerra met brede armzwaaien, 'moeten de socialisten in Europa de sterkste kracht blijven.' Neutraal mag het nieuwe Duitsland in de ogen van de Westeuropese sociaal-democraten niet zijn, zo werd wel duidelijk. Duitsland moet dus lid blijven van de NAVO, moest men daaruit opmaken, maar dat zei niemand. Hoe het dan moet met het DDR-deel, daaraan waagde zich geen congreslid met duidelijke uitspraken. Maar waarom ook de euforie van het moment doorbreken met lastige, wellicht onoplosbare thema's? De sociaal-democraten zien een grote toekomst voor zichzelf in Oost-Europa. En als ze er in slagen hun plannen in West-Europa beter te coordineren, 'dan ben ik voor het gehele gebied vol vertrouwen', zei Wim Kok in zijn bijdrage. Hij kreeg er luide bijval voor. Die was nog mager vergeleken bij het onthaal dat Valentin Falin ten deel viel, belangrijk adviseur van Sovjet-leider Gorbatsjov. De Sovjet-communist mocht - onaangekondigd - spreken voor de sociaal-democraten, omdat, zo zei voorzitter Guy Spitaels, hij de man vertegenwoordigde 'die dit alles hier heeft mogelijk gemaakt'.

Falin, ambassadeur in Bonn ten tijde van Brezjnev liet horen wat voor een reuzezwaai hij heeft gemaakt: van de Brezjnev-doctrine naar perestrojka. 'Wij beschouwen u, sociaal-democraten, niet als vijanden maar als partners', zei hij. Voor de congresgangers moet dat een hele geruststelling zijn geweest, want ze hielden daarna niet meer op met klappen.

    • Rob Meines