Eis: twaalf jaar voor moord op vioolbouwer

AMSTERDAM, 9 febr. - Diefstal met geweld, uitlopend in de dood van de vioolbouwer B. M. Moller in Huizen, in de nacht van 15 op 16 juni vorig jaar. Officier van justitie mr. J. Nuis achtte gisteren bewezen dat verdachte H. J. (33) samen met een van de vijf andere verdachten in deze zaak hiervoor verantwoordelijk was. Voor dit feit en voor twee andere inbraken met geweld 'met minder fatale gevolgen' vorderde hij 12 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Tegen een tweede verdachte, H. van B. (30), werd 6 jaar onvoorwaardelijk geeist wegens uitlokking. 'De rekening van de dood van het slachtoffer wordt ook aan Van B. gepresenteerd', aldus de officier. 'Van B. voorzag J. van informatie voor een inbraak bij Moller en nam daarmee bewust het risico dat geweld zou worden gepleegd'.

De zaak tegen de derde verdachte, F. J. (31), de chauffeur, wordt op 22 februari voortgezet. De andere twee zullen op 19 april terechtstaan, als het gerechtelijk vooronderzoek is afgerond. Het gaat om H. T, die op de uitkijk stond, en C. B., de vermoedelijke mededader. Van B. en H. J., beiden ernstig verslaafd aan harddrugs, hebben schuld bekend en gezegd diep gebukt te gaan onder het gebeurde. 'Het is nooit mijn bedoeling geweest. Ik zit er erg mee', aldus H. J. Verdachte Van B. had aanvankelijk het gevoel dat hij degene was die Moller had gedood. 'Als ik er niet geweest was, was dit niet gebeurd'.

Beiden aanvaarden de volle verantwoordelijkheid voor hun daden.

Als tegenprestatie voor tips over huizen waar 'iets te halen zou zijn' voorzag H. J. zijn vriend Van B. van harddrugs. Zo informeerde hij H. J. over de Mollers, van wie hij vermoedde dat die erg rijk zouden zijn. Gewapend, met bivakmutsen en handboeien, overvielen de verdachten midden in de nacht het echtpaar in hun slaapkamer. Op de vraag waar het geld en de sieraden lagen, reageerde Moller volgens de getuigenverklaringen 'te rustig'.

H. J. ging in huis zoeken, vond de slapende kinderen en maakte zich daarover zeer boos, omdat hij dat niet had geweten. Terug in de slaapkamer trof J. een steeds kwader wordende Moller. 'Het liep niet goed', vatte de rechtbankpresident het gebeurde samen. 'De Mollers waren u niet bang genoeg'.

Om hen angst aan te jagen heeft C. B. zijn wapen doorgeladen. Moller sprong naar H. J. om zijn bivakmuts af te trekken. Tijdens de daaropvolgende worsteling is het pistool van J. afgegaan. Hij riep 'Haal die vent van me af', waarop B. de vioolbouwer in de rug schoot en diens hart en longen perforeerde. De advocaat van H. J. zei van zijn client de instructie te hebben gekregen om niet recht te spreken wat krom is. Hij meende echter dat J. niet toerekenbaar was. 'J. was volslagen krankzinnig van de drugs die hij die dag had genomen'.

Hij pleitte voor een straf die een 'gebeterd leven' mogelijk zou maken. Niet te laag, maar ook geen 12 jaar. Van B's advocate meende dat verdachte redelijkerwijs niet had kunnen bevroeden dat geweld zou worden gebruikt. Hij wist niet, kon niet weten, dat J. in het bezit van een wapen was. Uitlokking achtte zij niet bewezen, wel medeplichtigheid. Uitspraak 22 februari.