DDR geirriteerd over Bonns monetaire unie

BONN, 9 febr. - DDR-premier Modrow en zijn minister van economische zaken Christa Luft hebben gisteren gereserveerd gereageerd op het Westduitse aanbod om te onderhandelen over zeer snelle vorming van een economische en monetaire unie.

Modrow toonde zich geirriteerd dat hij niet rechtstreeks en vooraf over Bonns aanbod was ingelicht. Hij zei dat de DDR noch de Bondsrepubliek op zeer korte termijn zo'n unie economisch en sociaal zou kunnen verwerken.

Modrows reactie roept de vraag op of hij volgende week, wanneer hij twee dagen in Bonn op bezoek is, wel bereid zal zijn tot de voorgestelde onderhandelingen. Het is dan vier weken voor de eerste vrije parlementsverkiezingen in de DDR (18 maart). Volgens minister Luft heeft het Westduitse aanbod 'zulke enorme economische en sociale consequenties dat een regering die nog maar een paar weken zit daarover natuurlijk niet kan besluiten'.

Bovendien, zei zij, zou de overhaaste vereniging zowel de DDR als de Bondsrepubliek en daarmee ook de toestand in Europa kunnen destabiliseren.

Nu de DDR is gaan erkennen dat in de DDR theoretisch en praktisch werkloosheid bestaat (het officiele cijfer is thans 51.000) heeft het kabinet-Modrow een wettelijke regeling voorgesteld voor werkloosheidsuitkeringen. Die zullen moeten worden opgebracht door de staat (500 Ostmark per persoon) en door het bedrijf waar de werkloze heeft gewerkt (70 procent van het nettobedrag dat hij of zij meer verdiende dan 500 Ostmark per maand). EG-commissaris Martin Bangemann, die de deze week speciaal gevormde Duitsland-werkgroep van de Europese Commissie voorzit, zei gisteren na afloop van de eerste vergadering in Brussel dat 70 tot 80 procent van de extra lasten die het EG-lidmaatschap van een herenigd Duitsland voor de Gemeenschap zal opleveren voor rekening van Duitsland moet komen.

Bangemann ontkende niet dat een Duits-Duitse monetaire unie problemen zal geven. Men kan de spaargelden van de Oostduitsers, die jarenlang vrijwel niets voor hun geld hebben kunnen kopen, niet plotseling tot de helft of nog minder reduceren, aldus Bangemann.

West-Duitsland krijgt ook met andere moeilijkheden te kampen. Het zal bijvoorbeeld de verschillen in sociale lasten moeten bijpassen en Oostduitse werklozen een uitkering moeten geven. Maar het belangrijkste is, aldus Bangemann, dat ook de Gemeenschap nu snel de Oostduitsers ervan weet te overtuigen dat het voor hen de moeite waard wordt in hun land te blijven. Blijven de Oostduitsers wegtrekken dan stort hun economie geheel ineen. (ANP)