D66 bindt strijd aan met Landbouwschap

DEN HAAG, 9 febr. - Kamerlid en veehouder ir. P. K. ter Veer en zijn politieke partij (D66) binden andermaal de strijd aan met het Landbouwschap. Ze willen intrekking van het besluit dat in 1954 de instelling ervan regelde.

Ter Veer laat een aanslagbiljet zien. Het komt niet van de belastingdienst, maar van het Landbouwschap. Als iedere andere agrarier betaalt hij jaarlijks een verplichte heffing aan het schap. 'Voor mij, met een bedrijf van vijftien hectare en twintig koeien, is dat 177 gulden per jaar', zegt hij. 'Maar in feite betaal ik daarvan niet meer dan de helft omdat ik de contributie voor het vrijwillige lidmaatschap van mijn boerenbond ervan af mag trekken. Het idiote is echter dat ik het volle bedrag aan het ondemocratische, publiekrechtelijke Landbouwschap moet betalen als ik het lidmaatschap van de bond zou opzeggen.' De 45-jarige Noordgroningse melkveehouder Ter Veer is sinds vorig jaar voor D66 weer lid van de Tweede Kamer, na een eerder lidmaatschap in 1981-1982. Zijn partij heeft al sinds jaar en dag bezwaren tegen het Landbouwschap, en bracht dat ook in het partijprogramma tot uitdrukking. Nu is de tijd om definitief met het schap af te rekenen, menen Ter Veer en zijn partij. Daartoe moet een initiatief-wetsontwerp tot intrekking van het instellingsbesluit Landbouwschap (1954) dienen.

Bij de naderende strijd wil Ter Veer liever niet in verband worden gebracht met het boerenoproer in Hollandsche Veld in 1966 of met boer Koekoek en diens Boerenpartij. Die opponeerden jaren geleden ook al fel tegen de verplichte heffing voor het krachtens de Wet op de bedrijfsorganisatie ingestelde bedrijfsschap. D66 gaat het namelijk niet primair om die heffing maar om de 'ondemocratische wijze' waarop het machtige Landbouwschap namens de agrarische bevolking optreedt en haar bij het ministerie van landbouw representeert.

'Omdat iedereen erbij aangesloten is - zelfs biologisch-dynamische landbouwers die van de traditionele landbouw die het schap voorstaat helemaal niets moeten hebben - is daar van echte belangenbehartiging in feite helemaal geen sprake', zegt Ter Veer.

De standpunten die het bestuur van het schap maandelijks formuleert en waarmee het vervolgens onmiddelijk naar de minister gaat 'zijn eigenlijk vlees noch vis. Zij stellen weinig voor, want een organisatie die zich over onderling tegenstrijdige agrarische belangen uitspreekt, komt nooit verder dan allerlei compromissen. En waar het krachtig optreedt, bijvoorbeeld over de volgens het schap noodzakelijke afschaffing van de melkcontingentering, spreekt het juist niet namens de boeren. Want die vinden de superheffing op melk, die in 1984 door de Europese landbouwcommissaris Andriessen is ingesteld, in het algemeen juist een fantastisch middel.' Volgens Ter Veer is het Landbouwschap met zijn ondemocratische structuur volkomen in handen van de drie centrale (katholieke, protestantse en liberale) landbouworganisaties, die daar de functies onder elkaar verdelen. Slechts zeer zijdelings kunnen boeren er enige invloed op uitoefenen, maar 'in werkelijkheid stelt die invloed niets voor. Bij waterschappen heb je ten minste nog rechtstreekse bestuursverkiezingen, maar bij het Landbouwschap niet. Je zou kunnen zeggen dat het schap het laatste restant is van het Roomse corporatistische denken uit de jaren '30 en daar willen wij in D66 helemaal niets van weten. Het Landbouwschap moet dus verdwijnen om vervolgens opnieuw te worden ingesteld. Maar dan op een manier waarop boeren er echt iets aan hebben. Zo dat zij weten dat hun belangen niet worden verkwanseld'.

    • Frits Groeneveld