Beleid sociale vernieuwingen in impasse beland

DEN HAAG, 9 febr. - Minister-president Lubbers probeert vandaag in de ministerraad de dreigende impasse over sociale vernieuwing te doorbreken.

Om de discussie vlot te trekken heeft Lubbers zijn collega's in de ministerraad een notitie met concrete voornemens voorgelegd.

De ministeriele commissie die zich met sociale vernieuwing bezighoudt is er tot nu toe niet in geslaagd concrete plannen te maken. Lubbers geeft in zijn notitie aan wat volgens hem onder sociale vernieuwing moet worden verstaan. Verder doet hij voorstellen om op verschillende ministeries deelonderwerpen te laten uitwerken. Zo zou Sociale Zaken zich moeten buigen over het sanctiebeleid voor werklozen en moet een al dan niet onafhankelijke commissie een plan opstellen voor de vernieuwing van het welzijnswerk. Het kabinet heeft zich bij zijn aantreden voorgenomen eind februari met een nota te komen die het begrip sociale vernieuwing inhoud geeft, maar in het huidige tempo dreigde daar niets van terecht te komen. Lubbers' brief heeft bij verscheidene ministers de vraag opgeroepen wie nu eigenlijk verantwoordelijk is voor sociale vernieuwing. Minister Dales (binnenlandse zaken) is officieel belast met de coordinatie. De premier zelf is de voorzitter van de commissie en daarom, aldus een woordvoerder van binnenlandse zaken, 'zeer betrokken bij dit speerpunt van beleid'.

Het begrip sociale vernieuwing werd afgelopen najaar in het laatste concept van het regeerakkoord tussen CDA en PvdA gebruikt om na zeven jaar economisch herstelbeleid aan te geven dat er meer aandacht moest komen voor burgers in achterstandsituaties. In grote lijnen waren de nieuwe coalitiepartners het er over eens dat de aanpak van de werkloosheid, de stadsvernieuwing, het verbeteren van de thuiszorg en scholing niet meer los van elkaar moeten worden benaderd, maar juist in hun onderlinge samenhang. Belangrijk element van sociale vernieuwing moet zijn dat de overheid niet van bovenaf een oplossing dicteert, maar veel meer overlaat aan burgers, sociale partners, maatschappelijke organisaties en gemeenten.

De uitwerking van de concrete plannen verloopt stroef. De ministers, maar vooral ook hun ambtenaren, hebben er moeite mee eigen verantwoordelijkheden en taken af te staan aan derden. Ook de gemeenten hebben zich in de discussie gemengd.

Pag.3: Vervolg Pag.7: Hoofdartikel

De gemeenten willen een grote stem in de arbeidspools voor langdurige werklozen, maar stuiten hier op de zojuist gemaakte afspraken met werkgevers en werknemers over de nieuwe opzet van de arbeidsbureaus. De minister-president stelt de ministerraad voor gemeenten die het aantal bijstandsuitkeringen weten terug te dringen een hogere beloning te geven dan in het regeerakkoord was afgesproken.

Uit de brief van Lubbers blijkt dat het inzetten van uitkeringsgelden voor het creeren van werk nog onderwerp van discussie is. Het ministerie van economische zaken zet daar vraagtekens bij, omdat gesubsidieerde banen tot concurrentievervalsing kunnen leiden. Ook over het sanctiebeleid bestaat nog geen overeenstemming. Vooral minister d'Ancona (WVC) is niet gelukkig met de grote nadruk die wordt gelegd op sancties voor individuele werklozen.

De minister-president schrijft in zijn brief ook dat een principiele discussie moet worden gevoerd over de hoogte van de kinderbijslag en de invloed die dat heeft op het toetreden van vrouwen op de arbeidsmarkt. Een hogere kinderbijslag kan gezien worden als een bijdrage aan de kosten van kinderopvang voor vrouwen die buitenshuis werken. Lubbers stelt de vraag of de kinderbijslag er juist niet voor zorgt dat vrouwen thuis blijven zitten.