Van den Broek: druk op Z-Afrika handhaven

DEN HAAG, 8 febr. - Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) is niet bereid schendingen van de mensenrechten in Turkije aan de orde te stellen bij CVSE, de toetsingsconferentie voor uitvoering van het Slotakkoord van Helsinki. De 35 landen die dat akkoord hebben ondertekend kunnen elkaar aanspreken op het schenden van mensenrechten. Zo heeft Nederland vorig jaar Tsjechoslowakije opheldering gevraagd over het vasthouden van demonstranten. Groen Links had minister Van den Broek naar aanleiding van een rapport van Amnesty International gevraagd om schendingen van mensenrechten in Turkije bij de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa aan de orde te stellen. Tijdens de behandeling van zijn begroting, gistermiddag in de Tweede Kamer, sprak Van den Broek de verwachting uit dat de Raad van Europa binnenkort Turkije opheldering zal vragen over gerapporteerde martelpraktijken. De Raad van Europa kent een conventie tegen het martelen en sinds vorig jaar is er een toezichthoudend comite aan het werk. Volgens Van den Broek wil dit comite het rapport van Amnesty verifieren. Hij is verder van mening dat de Raad van Europa het beste orgaan is om klachten over schendingen van mensenrechten in Turkije te behandelen, omdat de Raad ook een Conventie kent over de rechten van de mens. Voor een Statenklacht van de Raad zijn grove schendingen nodig en Van den Broek is van mening dat er onvoldoende reden is om dit zware middel nu in te zetten tegen Turkije. Optreden in CVSE-verband is volgens Van den Broek veel minder verplichtend en leden van die conferentie zijn niet door een verdrag gehouden aan het opkomen voor mensenrechten. Het gaat hooguit om het uitwisselen van informatie.