Proces van Helsinki biedt Europa een nieuw perspectief

ROTTERDAM, 8 febr. - Sovjet-leider Michail Gorbatsjov en de Westduitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, krijgen hun zin: in oktober of november van dit jaar wordt, waarschijnlijk in Parijs, een extra topbijeenkomst gehouden van de 35 landen die de akkoorden van Helsinki hebben ondertekend.

Oorspronkelijk stond de eerstvolgende CVSE-top pas voor 24 maart 1992 op het programma maar dat is te ver weg gebleken. Deze week is ook de Amerikaanse regering overstag gegaan. Tijdens een ontmoeting in het Ierse Shannon heeft de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, zijn Franse collega, Roland Dumas, laten weten dat de Amerikanen na aanvankelijke aarzelingen in principe instemmen met een dergelijke bijeenkomst. Ook de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, heeft deze week bij zijn bezoek aan de Bondsrepubliek verklaard dat de CVSE 'de belangrijkste weg is waarover het verkeer tussen Oost en West zich afwikkelt'.

Het voorstel voor een extra pan-Europese top, waaraan ook Canada en de Verenigde Staten meedoen, is afkomstig van Sovjet-leider Gorbatsjov, die het opperde tijdens zijn bezoek in december aan Italie aan de vooravond van zijn topontmoeting met de Amerikaanse president Bush. Een paar dagen na deze top op de rede van Malta stelde de Franse president, Francois Mitterrand, tijdens zijn ontmoeting met Gorbatsjov in Kiev, Parijs voor als plaats om zo'n top te houden.

Het Europa van de Twaalf voelde er wel voor en tijdens de bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken in Dublin werd die bereidheid expliciet uitgesproken. De Amerikanen zagen er aanvankelijk niet zoveel in, maar het tempo van de gebeurtenissen in Oost- en Midden-Europa heeft de Amerikaanse regering nu kennelijk tot andere gedachten gebracht. Wel stelt Baker als voorwaarde dat er tijdens die top ten minste een akkoord ter ondertekening op tafel moet liggen over vermindering van de conventionele bewapening, waarover momenteel in Wenen (CFE) wordt onderhandeld, zo heeft Dumas na afloop van zijn ontmoeting met Baker laten weten. De Westduitse minister Genscher heeft altijd geloofd in het CVSE-proces. In een vraaggesprek met de ZDF in 1976 zei hij al:'Helsinki biedt ons een kans - niet meer, maar ook niet minder.

Het is aan ons de andere kant te houden aan de beloftes die ze tijdens de conferentie heeft gedaan, in het bijzonder op die terreinen die voor ons zo belangrijk zijn als meer informatie, mogelijkheden om te reizen en oplossing van humanitaire kwesties'.

Genscher gelooft nu meer dan ooit in het CVSE-proces. Tijdens een toespraak die hij op 25 januari in Wenen hield, zei de minister: 'Nooit waren sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog de omstandigheden gunstiger: vandaag is duidelijker dan ooit dat de Slotakte van Helsinki ons een perspectief met een historische draagwijdte heeft geboden. Het CVSE-proces biedt ons een stabiel raamwerk voor de politieke dynamiek'.

Genscher is van oordeel dat de Duitsers 'Helsinki' nodig hebben om te voorkomen dat het proces van eenwording van de twee Duitse staten spanningen oproept onder de buurlanden. De talrijke ontmoetingen die hij heeft met zijn Europese en Amerikaanse ambtgenoten staan allemaal in het teken van zijn pogen om het proces van eenwording zo breed mogelijk geaccepteerd te krijgen. Van de meesten van zijn collega's heeft de Westduitse minister de afgelopen maanden al te horen gekregen dat zij geen bezwaren meer hebben tegen een Duitse eenwording. Eind dit jaar hoopt de Westduitse minister in CVSE-kader expliciete internationale verklaringen van geen bezwaar te krijgen, zodat het proces van Duitse eenwording, dat feitelijk al heel ver is gevorderd, ook juridisch zijn beslag kan krijgen. 'Het CVSE-proces en de afspraken die in dat kader worden gemaakt, moeten tot de Magna Charta van de stabiliteit in Europa worden', aldus Genscher in Wenen.

In zijn pogingen de Duitse eenheid aanvaard te krijgen en de vrees voor een herlevend Duits nationalisme iedere grond te ontnemen, stelde Genscher eind vorige maand voor dat ook een verenigd Duitsland niet neutraal wordt, maar lid van de NAVO blijft, met dien verstande dat er geen Westelijke militairen gelegerd worden op het grondgebied van de huidige DDR. De gedachte hierachter is dat een lidmaatschap van het, weliswaar in militaire betekenis afnemende, bondgenootschap de garantie biedt tegenover de rest van West-Europa dat een nieuw Duitsland geen eigen nationalistische koers gaat volgen. Sovjet-leider Gorbatsjov gaf kort geleden, tijdens het bezoek dat de Oostduitse premier Hans Modrow aan Moskou bracht, het groene licht voor een vereniging van de twee Duitslanden. Maar Moskou lijkt vooralsnog op het standpunt te staan, dat een verenigd Duitsland een neutraal Duitsland dient te zijn. De Duitsland-deskundige van het Kremlin, Portoegalov, verklaarde deze week in een vraaggesprek met een Westduits weekblad: 'In Bonn schijnen de meesten het idee van de militaire neutraliteit net zo te vrezen als de duivel het wijwater, hoewel de periode na de Tweede Wereldoorlog afdoende heeft aangetoond dat het lidmaatschap van de NAVO en de Duitse eenheid elkaar uitsluiten'.

Naarmate de betekenis van NAVO en Warschaupact afneemt, de polariteit in Europa aan betekenis verliest, begint de CVSE zich steeds meer te ontwikkelen tot het kader waarbinnen over de toekomst van Europa beslissingen kunnen worden genomen. Het gewicht van NAVO en Warschaupact neemt snel af, de huiver om de EG zich met militair-politieke zaken te laten bezighouden blijft vooralsnog groot en dus is de CVSE het forum bij uitstek voor Europeanen om, in samenspraak met de Amerikanen, afspraken te maken over hun toekomst. Onder de deelnemende landen is inmiddels ook een discussie op gang gekomen om de afspraken die in het kader van CVSE worden gemaakt een volkenrechtelijk bindend karakter te geven. Genscher zei in Wenen dat de eerste doelstelling van een CVSE-top zou moeten zijn 'de principes van de Slotakte van Helsinki in bindende vorm te bekrachtigen'.

Een dergelijke stap zou de kracht van de CVSE als beleidsbepalend overlegorgaan voor de Europese verhoudingen aanzienlijk kunnen versterken.

Tijdens de komende CVSE-top zullen de nu nog vage contouren van het nieuwe Europa scherper kunnen worden aangezet. Ook over de politieke plaatsbepaling van het ene Duitsland in het nieuwe Europa zal dan definitieve duidelijkheid kunnen komen.