Kwalitaria

De Nederlandse horeca maakt zich op voor de eenentwintigste eeuw. Of voor het Europa van 1992. Of, al zijn zij daar dan wel laat mee, voor 1990, het 'Europese jaar van het toerisme'.

In ieder geval, de horeca wil wat. Dat kan, omdat het redelijk goed gaat met de horeca. En dat moet, want iedereen roept dat het eetpatroon van de mensen zo aan het veranderen is, en dat het daarom nodig is dat men zijn 'marktpositie versterkt'.

Het eerste wat de horeca onlangs heeft gedaan is een nieuwe slagzin lanceren, een opvolger voor 'uit, goed voor u'.

Hij luidt: Uit! thuisblijven kan altijd nog. Al is het pas februari, die kreet kan zo meedingen naar de titel van stomste slagzin van het jaar. Thuisblijven kan altijd nog... is er een geestlozer manier om iemand een openbare gelegenheid in te lokken dan door te suggereren ach, misschien is het wat, nee heb je, thuis is het in elk geval niks? Erachter ligt dezelfde gedachte die de Nederlandse film telkenmale de das om doet: geen verschil willen maken tussen verschillende soorten mensen en smaken. Leuk zal het wezen, voor iedereen. Dat de redenen om een snackbar te bezoeken doorgaans nogal verschillen van die waarom iemand naar een cafe gaat, in een restaurant eet of een hotelkamer huurt wordt genegeerd - 't zou ook te duur worden natuurlijk, vier slagzinnen. Maar er gebeurt meer. Helemaal aan de top van de Nederlandse restaurantwereld heb je de Alliance Gastronomique Neerlandaise, die vierendertig van de zesduizend Nederlandse eetgelegenheden verenigt. Hun gemiddelde omzet is twee en een kwart miljoen, zowat tien keer meer dan de doorsnee concurrent; samen koesteren zij ruim de helft van de in Nederland uitgedeelde Michelin-sterren.

De Alliance wil naar buiten, de grenzen over. Vorige week werd de Belgische pers op een groot, door Alliance-koks gekookt diner in Antwerpen genood. Officieel was het de aankondiging van een reeks Alliance-diners, maandelijks in het Antwerpse Pullman- hotel, die het Belgische publiek moet bewijzen dat de Hollanders wel degelijk kunnen koken. Maar waar iedereen het over had was, dat Europese toprestaurants nodig aansluiting moeten zoeken bij het buitenland. Samen reclame maken, de toerist in Keulen of Leuven alvast lekker maken voor het Alliance-menu in Ootmarsum, en niet te vergeten, samen sterk staan tegenover de Franse culinaire peetvader. (Waarom hebt u eigenlijk zo'n Franse naam, Alliance Gastronomique Neerlandaise? wilde een Vlaamse journalist heel terecht weten.) En ook aan het andere eind van de horecapiramide wordt aan de toekomst geknutseld. Daar hangen zevenduizend cafetaria's en aanverwanten zoals automatieken en ijssalons, een echt zootje; eens in de drie jaar wisselt gemiddeld het hele bestand van eigenaar. Zelfs om een bloemenwinkel te beginnen heb je papieren nodig; voor een snackbar niets. Maar met het oog op de markt, het voedingspatroon en wat al niet, moet daar iets aan veranderen. Vorige maand is een erkenningsregeling voor cafetaria's aangekondigd, onder hoede van een stichting die de snackbazen wil omvormen tot aanbieders van fastfood met Meerwaarde.

Vanaf april zullen minstens zeventig cafetaria's een fleurig, dynamisch vignet mogen voeren ten teken dat zij erkende cafetaria's zijn. De chef bezit er een diploma Snackspecialist benevens een middenstandsdiploma. En, heel belangrijk, het is er schoon. Met een vijfenveertigpunts checklist zal dat regelmatig worden gecontroleerd. Europese plannen hebben de cafetaria's nog niet. Het patatje oorlog en het broodje gezond zijn nu eenmaal onvervreemdbaar Nederlands cultuurgoed. Net zo vertrouwd zal de naam van het cafetaria nieuwe stijl ons binnenkort in de oren klinken: Kwalitaria. Natuurlijk, het zal even wennen zijn, maar dat komt omdat ze een gloednieuwe naam moesten verzinnen. Want Restaria, de Happenkoning en De Frietoloog waren al bezet. ILEEN MONTIJN

    • Ileen Montijn
    • Kort Bestek