Gorbatsjovs terugkeer naar Kronstadt

Het verwijderen van de leidende rol van de communistische partij uit de grondwet van de Sovjet- Unie raakt de kern van het door Lenin gevestigde staatsbestel. Toen diens bolsjewiki in 1917 in Petrograd de macht grepen, handelden zij formeel in naam van de raden van arbeiders-, boeren- en soldatenafgevaardigden, de Sovjets. Aan deze Sovjets werd de gehele staatsmacht opgedragen. De communistische partij belichaamde de politieke wil van de arbeidersklasse. Zij vormde immers de 'voorhoede' van deze klasse. Politiek pluralisme was derhalve per definitie strijdig met de belangen van de arbeidersklasse. Andere partijen konden - en dat gold na 1918 ook voor de andere socialistische partijen - slechts de belangen van andere, vijandige klassen tot uitdrukking brengen. Het aldus gemotiveerde machtsmonopolie van de partij, dat onder Stalin tot een persoonlijke tirannie werd, is pas veel later in de grondwet vastgelegd. Het artikel zes van de Sovjet- grondwet dat nu op de nominatie staat om te worden afgeschaft, is eerst in 1977 door Leonid Brezjnev ingevoerd. Het argument daarvoor was dat de partij niet langer slechts de arbeidersklasse, maar het gehele volk vertegenwoordigde. Voorhoede De klassenstrijd was in de Sovjet-Unie al lang achter de rug, dus de partijheerschappij kon niet langer als de dictatuur van een klasse gelden. Brezjnev verdedigde het opnemen van de leidende rol van de partij in de grondwet dan ook met het argument dat 'de communistische partij de voorhoede is van het Sovjet-volk, het meest bewuste en progressieve deel daarvan, onafscheidelijk verbonden is met het volk als geheel en in wezen geen andere belangen heeft dan het volk'.

De monolitische staatsstructuur, die aanvankelijk een klasseheerschappij heette te zijn, werd nu beredeneerd door vast te stellen dat er in de Sovjet-Unie geen 'objectieve' tegenstellingen meer zouden bestaan. Waar geen tegenstellingen bestaan, zijn ook geen partijen nodig om tegengestelde belangen te vertegenwoordigen. Het idee dat partijen slechts klassenbelangen kunnen representeren en dat de staatsmacht te allen tijde een instrument van de heersende klasse is, vormde de grondslag van het leninisme. Lenin zag in het partijen-pluralisme dat nog korte tijd na de Oktoberrevolutie van 1917 voortbestond, een bedreiging van de in de Sovjets belichaamde arbeidersmacht.

Met deze rechtvaardiging ontbond Lenin op 6 januari 1918 de Constituante, toen de verkiezingen ervoor geen 'arbeidersmeerderheid' opleverden. De afgevaardigden werd voorgoed de toegang tot het parlementsgebouw ontzegd. In aansluiting daarop liquideerde Lenin alle andere politieke partijen, met als laatste de zogeheten 'partij van linkse sociaal-revolutionairen' die tijdens de revolutie de coalitie-partner van de bolsjewiki waren. Matrozen Lenins fictie dat de bolsjewieken de hele arbeidersklasse vertegenwoordigden werd in het voorjaar van 1921 verstoord door de opstand van matrozen van de marinebasis Kronstadt die wel de Sovjets maar niet de alleenheerschappij van de partij erkenden.

In een resolutie eisten zij onder meer herverkiezing van de Sovjets, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid voor arbeiders, boeren, linkse socialistische partijen en anarchisten, vrijheid van vergadering, vrije vakbonden en boerenbonden. Tegelijkertijd keerde de Arbeidersoppositie, een fractie binnen de partij onder leiding van Aleksander Sjljapnikov en Aleksandra Kollontaj, zich met een pamflet tegen de despotische manier waarop de partij werd bestuurd. De matrozenopstand van Kronstadt werd bloedig neergeslagen, terwijl Lenin direct daarop afrekende met de Arbeidersoppositie en daarmee met alle 'afwijkende meningen'. Op het Tiende partijcongres van maart 1921 (vijf dagen na Kronstadt) veroordeelde Lenin in een debat met Kollontaj 'de luxe van discussies en meningsverschillen'.

'Ruzies over afwijkingen zullen we niet dulden', zei hij, 'we moeten daar een punt achter zetten.'

Vervolgens nam het congres een door hem ingediende motie aan die het Centraal Comite het recht gaf leden uit de partij en zelfs uit het Centraal Comitee te zetten wegens fractievorming. Hiermee kwam een eind aan de enige resterende vorm van politiek pluralisme, namelijk die binnen de partij. Na het vestigen van de dictatuur van het proletariaat die neerkwam op de dictatuur van de partij werd met het fractieverbod (dat iedere oppositie kansloos maakte) de dictatuur van de partijtop een feit. Stoottroep Aan de vooravond van het zojuist afgesloten plenum in Moskou demonstreerden 200.000 Sovjet-burgers voor de afschaffing van het machtsmonopolie van de communistische partij. Ze plaatsten Gorbatsjov daarmee voor dezelfde keuze als de matrozen van Kronstadt in 1921 Lenin. Deze was ervan overtuigd dat de Sovjet- macht ten dode zou zijn opgeschreven, als tegengestelde belangen en meningen vrijelijk door middel van partijen met elkaar konden concurreren. De matrozen van Kronstadt, die een stoottroep van de revolutie hadden gevormd, meenden dat de Sovjets als gekozen organen en niet de partij het primaat behoorden te hebben. De keuze van Gorbatsjov impliceert hetzelfde: het primaat van de staat boven dat van de partij.

De vraag is nu: als de partij niet langer de belichaming van de Sovjet-staatsmacht is, wat is dan nog haar ideologische legitimatie? Onder de ogen van Marx zet Lenin zijn opvattingen over de organisatie van de Sovjet-staat uiteen - detail van een schilderij in het Kremlin

    • Elsbeth Etty