De taal van Heine en Hitler

The Rose Garden. Regie: Fons Rademakers. Met: Liv Ullmann, Maximilian Schell, Peter Fonda, Hanns Zischler, Gila Almagor. In 11 theaters. A ls The Rose Garden geregis seerd zou zijn door Gabriel Axel, een Deense filmer met een lange staat van dienst die door het winnen van een Oscar in 1988 internationaal in de belangstelling kwam te staan, dan had een recensie kunnen volstaan met de constatering dat het een goed bedoelde, maar helaas mislukte poging is om met name het Amerikaanse publiek in simpele termen te drukken op een tragedie uit de nazi-periode en het onbestraft blijven van de verantwoordelijken. Maar The Rose Garden werd geregisseerd door Axels voorganger in de rij Oscarwinnaars, Fons Rademakers, die in Als twee druppels water en De aanslag blijk heeft gegeven van een scherpzinnige blik op en een intelligente filmische verwerking van de nasleep van de Tweede Wereldoorlog.

In recente interviews gaf Rademakers bovendien lucht aan zijn teleurstelling over de beperkingen van de Nederlandse filmproduktie. De kwaliteiten van de Westduits-Amerikaanse coproduktie The Rose Garden, waaraan behalve de regisseur, zijn assistente Lili Rademakers en cutter Kees Linthorst niets Hollands te ontdekken valt, lijken eerder de beperkingen van een grootschalige internationale produktie aan te tonen. Zelfs als Liv Ullmann een Oscar zou winnen voor haar hoofdrol van de advocaat van een overlevende van het concentratiekamp (Maximilian Schell, onherkenbaar verouderd sinds zijn rollen in de jaren zestig als Duits officier in menige Amerikaanse film), die op het vliegveld van Hamburg een nazibeul aangevlogen is, blijft The Rose Garden een pijnlijk oppervlakkige en onhandige film. Informatie wordt vooral overgebracht in talrijke dialogen, die vaak in de auto, achter een tafel of natuurlijk in de rechtszaal uitgesproken worden. Een journalist (Jan Niklas) meldt Ullmann dat Schells personage, dat een nummer op de onderarm getatoeeerd heeft, in het getto van Lodz opgroeide en onlangs uit Ecuador naar West-Duitsland terugkeerde. 'Is hij soms joods?', vraagt Ullmann lucide.

Een andere dialoog betreft het feit dat Schell moeite heeft de taal van zijn beulen te verstaan en spreken. 'It is the language of Goethe, Heine. Brecht, Tucholsky, Thomas Mann', zegt de aanklager. 'But also of Hitler, Himmler and Goebbels', antwoordt Ullmann. Not, however of this German picture, zou je er aan kunnen toevoegen. Maar om het contrast aan te geven met het Engels dat Duits moet voorstellen, bestaat Schells binnensmondse gemompel in zijn eigen taal (Spaans, zou je denken) uit Duitse woorden. De irritatie over het falen van Rademakers in wat nog het best als een tv-film zonder allure gekwalificeerd kan worden, ontstaat deels door de vergelijking met zijn eerdere werk met scenarioschrijvers die hun vak wel verstonden (Hugo Claus, Gerard Soeteman) en zijn pose als iemand voor wie dit land te klein geworden is. Zwaarwegender vind ik echter dat het onderwerp te belangrijk is en te gevoelig ligt om een zo domme en clichematige benadering te kunnen verdragen. Heel even, aan het slot van The Rose Garden, wanneer de grote Israelische actrice Gila Almagor in beeld verschijnt als Schells vermiste zuster, wordt de tragiek werkelijk voelbaar.

Rademakers brengt vervolgens zwaar geschut in stelling door ons in een flash-back direct te confronteren met de moord op joodse kinderen in een als medisch proefstation ingericht Hamburgs schoolgebouw. Het beeld van het ophangen van naakte jonge meisjes laat je niet snel los.

Maar juist omdat dit gegeven een niet te aanvaarden onmenselijkheid vertegenwoordigt, is de banaliteit en futiliteit van het grootste deel van The Rose Garden stuitend. HANS BEEREKAMP(QR)