De kleur van baksteen in Follina's beton

Toni Follina, projecten en architectuur 1965-87. T/m 16/2 in Academie van Bouwkunst, Waterlooplein 211, Amsterdam. Geopend: ma. t/m do. 10-22, vr. 10-17 uur. Italiaanse/Engelse uitgave van Electa, f. 15. Op de foto van de Italiaanse architect Toni Follina (49) zien we een gezette, goedlachse man met een zout-en-peper baard, eerder type timmerman dan type bouwmeester. Op de (tamelijke provisorische) tentoonstelling over hem die nu in de Amsterdamse Academie van Bouwkunst is te zien, blijken beide componenten van zijn vak, het conceptuele en het technische, hem evenzeer aan het hart te gaan. Follina is geboren in de Veneto, de streek rond Venetie, en werkt daar nog steeds. De tentoonstelling is dan ook georganiseerd in samenwerking met het Regione del Veneto en het Italiaans Cultureel Instituut. Vooral aan de villa's die hij voor particulieren heeft ontworpen is goed te zien hoe hij de 'verworvenheden' van de generatie van Le Corbusier vermengt met lokale tradities als vorm, vakmanschap en de ligging van zijn gebouwen in het landschap. Hij besteedt opvallend veel aandacht aan de overgang tussen binnen en buiten; vaak legt hij speciaal daarvoor een pad of een loopbruggetje, die het gevoel versterken dat je een bijzondere ruimte betreedt. Net als Le Corbusier gebruikt Follina vaak beton brut, waarin de sporen van de bekisting nog te zien zijn. In een van zijn gebouwen, de Casa Trentin-Brescanin (1986-'87), geeft hij het beton de textuur van stro en de kleur van baksteen. In die ruwe wanden plaatst hij als sculpturale elementen trappen en ramen, die soms als trechters smal toe lopen.

Zijn eigen huis, naar het archetype van het Romeins atriumhuis, is een betonnen vierkant rondom een tuin. In een gesloten wand maakt hij een grote opening, laat twee stalen balken uit de muur steken en maakt van de hoek een smal, hoog venster. Dit huis is een goed voorbeeld van de enorme concentratie en gevoel voor verhoudingen die Follina's werk kenmerken. Zijn ontwerp voor een architectenatelier (1973) heeft nog sterker die naar binnen gerichte kracht, het lijkt wel een klooster. In bovengenoemd Casa Trentin-Brescanin is te zien dat zijn regie nog altijd even strak is, maar de vormen wat gedurfder: de openingen zijn niet meer vierkant of rechthoekig, zoals tien jaar eerder, maar bestaan nu uit ronde ramen en een driehoekige entree. Gezien de zorgvuldigheid waarmee Follina een relatie legt tussen zijn gebouwen en hun omgeving wekt het geen verbazing, dat hij zich ook met inrichting van openbare ruimtes bezighoudt. Behalve de reconstructie van het stadhuis in Nervesa della Battaglia heeft hij ook het plein ervoor vormgegeven (1981-'82). Met een strakke indeling en bestrating met enkele steensoorten uit de regio heeft hij aan die ruimte een bijna meditatieve kwaliteit kunnen geven.