CNV wil in tuinbouw meer vrouwelijke leden

NIEUWEGEIN, 8 febr. - De Industrie- en Voedingsbond CNV begint met een ledenwervingscampagne onder vrouwen in de tuinbouw. De bond hoopt door voorlichting een einde te maken aan de lage organisatiegraad van deze kwetsbare groep. CNV-bestuurder Jelle Beintema heeft dit gisteren op een persconferentie in Nieuwegein bekendgemaakt. De bond baseert zich bij de beslissing op het eigen onderzoek Vrouwelijke werknemers in de tuinbouw. Aanleiding voor het onderzoek was de forse stijging van het aantal vrouwen in de tuinbouw van 4286 in 1979 naar 8968 in 1987.

Deze cijfers zijn afkomstig uit het Landbouw- Economisch Bericht 1988. Het onderzoek, waarbij 63 respondanten waren betrokken, toont aan dat veel vrouwen met flexibele arbeidscontracten werken, die niet veel zekerheid bieden. Verder zijn ze niet op de hoogte van hun rechten. 'Vrouwen weten vaak niet dat deeltijdwerkers niet kunnen worden verplicht tot overwerk', geeft Beintema als voorbeeld. De Industrie- en Voedingsbond wil de zwakke positie van oproepkrachten in de tuinbouw verbeteren door de nul-uren-contracten bij de cao-onderhandelingen van volgend jaar ter discussie te stellen. Oproepkrachten krijgen als ze een week niet werken geen loon. De bond stelt dat een minimum aantal uren moet worden uitbetaald, ook al zijn de krachten voor een periode niet opgeroepen. Een andere probleemgroep vormen oudere vrouwen die vaak worden onderbetaald als ze op stuk- en normloon werken en de norm niet halen.

Jonge vrouwen komen daarentegen bij een normsysteem boven het CAO-loon uit. Toch is ook hun positie volgens Beintema door slechte arbeidsvoorwaarden niet rooskleurig. Vrouwen blijven vaak hangen in ongeschoolde, routinematige deeltijdbanen, aldus de CNV-bestuurder. 'Er moet een scholingsprogramma komen met daarnaast de mogelijkheid praktijkervaring op te doen. Verder moeten vrouwen worden ingezet in full-time banen. Werkgevers moeten zich realiseren dat ze op de oude manier niet meer aan jongere werknemers komen.'

Beintema geeft toe dat ledenwerving in de kleine verspreide tuinbouwbedrijven niet gemakkelijk is. Hij schat dat vijftien procent van de vrouwen in de tuinbouw lid is van een vakbond. 'Je aanmelden als vakbondslid is helaas geen vanzelfsprekendheid. Het wordt als onloyaal ten opzichte van de werkgever gezien. Men wordt pas lid als er daadwerkelijk problemen zijn.'

Deze maand worden in Limburg en in het Westland voorlichtingsavonden gehouden voor vrouwelijke tuinbouwwerknemers.

Advertenties en brochures moeten de vrouwen duidelijk maken wat ze hebben te winnen bij een lidmaatschap. Het CNV hoopt met de campagne een grote ledenwinst te behalen.

Beintema: 'Net als in andere bedrijfstakken zijn de vrouwelijke werknemers in de tuinbouw slecht georganiseerd, terwijl het een groeiende groep in de beroepsbevolking is. Als bond moet je daarop tijdig inspringen'.

Ook de Voedingsbond FNV is bezig de vrouwen in de tuinbouw te organiseren in regionale initiatieven. 'Het feit dat vrouwen in de tuinbouw een zwakke positie hebben, is niet nieuw. In het noorden is al een bijscholingscursus voor deze groep', aldus een woordvoerder van de Voedingsbond FNV. 'We hebben nog geen landelijke campagne, hoewel dat misschien niet zo'n slecht idee is.'