Buthelezi: ik bepleitte vrijlating Mandela

ULUNDI, 8 febr. - Voor zijn aanhangers is 'chief-minister' Mangosuthu Buthelezi de onbetwiste leider van de Zulu's, maar voor zijn opponenten niet meer dan de 'buikspreker' van Zuid- Afrika's blanke regering. 'Ik ben in het buitenland vaak beledigd, soms afgeschilderd als de zwarte meeloper van Pretoria, een marionet.

Maar nu gaat dat gebeuren wat ik altijd heb bepleit: de vrijlating van Mandela en daarna onderhandelingen over een nieuwe grondwet, over een andere verdeling van de macht', zo zegt de Zulu-leider in het plaatsje Ulundi, waar de regeringsgebouwen van zijn autonome thuisland Kwazulu staan. Met bijna 7 miljoen mensen vormen de Zulu's Zuid-Afrika's grootste stam, een stam met een krijgshaftige en bewogen geschiedenis. De Zulu's verjoegen in de vorige eeuw andere zwarte stammen naar de binnenlanden van Afrika, ze vochten tegen de Britten en tegen de Afrikaners. Voor het glimmende regeringsgebouw in de heuvelachtige omgeving van Ulundi staat het standbeeld van de beroemde en beruchte Zulu-koning Shaka, het grote voorbeeld van Buthelezi. Uitgerust met een speer en een schild waakt Shaka als het ware over de burelen van Buthelezi.

'Heel veel mensen bewonderen Shaka, we zien in hem de vader van de Zulu-natie', zegt de chief, die als hoofd van een zeer invloedrijke stam de scepter zwaait over de Zulu's in hun thuisland. Buthelezi knoopt graag aan bij de daden van Shaka, en die van zijn overgrootvader Zulu-koning Cetshwayo, die in 1879 de Britse troepen van lord Chelmford vernietigend versloeg in de Slag bij Isandhlwana.

Buthelezi cultiveert het zelfbewustzijn - volgens sommigen het chauvinisme - van de Zulu's via zijn Inkatha-beweging, die hij in 1975 oprichtte met instemming van het tot voor kort verbannen Afrikaanse Nationale Congres (ANC). 'De Zulu's zijn in de eerste plaats Zuidafrikanen, maar we zijn er trots op van Zulu-afstamming te zijn. We willen een prominente rol spelen in de toekomst van het land', zegt de Zulu-leider in de kabinetszaal, waar de ronde tafel is omringd met foto's waarop hij met wereldleiders prijkt. De Britse premier Thatcher, de Westduitse kanselier Kohl, de Amerikaanse president Bush schudden hem allemaal lachend de hand.

De 61-jarige Buthelezi heeft niet alleen een sterk ontwikkeld ego, hij is vooral zelfbewust, een man die met zijn Inkatha-beweging onder de Zulu's een machtsbasis heeft opgebouwd en daarom als erkende leider aan de Ronde Tafel wil zitten met de blanke leiders, en vooral met de grote zwarte voorman, ANC-leider Nelson Mandela. 'Na de opening die president De Klerk vorige week heeft gemaakt moeten we ons afvragen wie de echte leiders zijn en wat hun mandaat is.

Iedereen kan wel opstaan en zichzelf aanwijzen; een leider moet zich kwalificeren, hij moet een achterban hebben. Zwart Zuid-Afrika moet zich daarom organiseren.' Pag.4: Vervolg Buthelezi's persoonlijke verhouding met Mandela is altijd relatief goed geweest, maar zijn band met het ANC is uiterst slecht.

Ooit zat de huidige Zulu-leider met Mandela in de jeugdliga van het ANC en maakte hij gebruik van de adviezen die Mandela gaf in de tijd dat hij advocaat was in Johannesburg. 'Ik heb het altijd goed met hem kunnen vinden, en kwam zeker wel bij hem op bezoek in Soweto', zegt Buthelezi die in zijn jeugd door de regering als 'een gevaarlijke militant' in de gaten werd gehouden: hij werd van de universiteit verwijderd en kreeg geen paspoort. Terwijl Mandela de onomstreden eerste man werd van het ANC en uiteindelijk in 1962 in de gevangenis terecht kwam, probeerde Buthelezi met zijn stam bij de Zulu's aan de top te komen. Dat lukte. Hij werd stamhoofd - de huidige Zulu-koning Goodwill vervult alleen een ceremoniele rol - en voorkwam tot grote ergernis van Pretoria dat Kwazulu een zogenoemde onafhankelijke staat zou worden zoals Transkei of Venda. 'De Zulu's willen deel van Zuid-Afrika blijven en het lot van ons land mee bepalen. We laten ons niet wegschuiven', zegt hij nu terugkijkend op zijn verzet.

Butelezi had zich een positie veroverd binnen Pretoria's systeem, om vervolgens te gaan dwarsliggen: hij werd de luis in de pels, de meest invloedrijke zwarte leider op vrije voeten. De Inkatha-beweging, met ruim een miljoen leden, was zijn instrument - een strak bestuur en bijna op autoritaire leest geschoeid - om het bewustzijn onder de Zulu's te laten herleven. Via een renaissance van de glorietijden uit het Zulu-verleden wilde Buthelezi een georganiseerde achterban vormen. Pretoria kreeg respect voor hem en Afrikaners spreken over Buthelezi met ontzag, alsof de slag bij de Bloedrivier van 1838 - toen Zulu-krijgers de Boeren belaagden - nog maar net achter de rug was. Pretoria keek steeds met een oplettend oog naar Zulu- land: in 1979 hees Buthelezi bij de opening van het Kwazulu-parlement zelfs de zwart-groen-gouden vlag van het ANC. Buthelezi leek zich met zijn Inkatha op te werpen tot de spreekbuis van het ANC in Zuid-Afrika, maar kort daarop ging het mis.

Het kwam tot een breuk met het ANC, omdat de Zulu-leider de gewapende strijd afwees en zich ook keerde tegen economische sancties die het ANC in het buitenland bepleitte. 'Ik kreeg het aan de stok met de jonge radicalen in het ANC die mij als collaborateur afschilderden en die probeerden mijn machtsbasis af te breken. Vernietig Inkatha, zo luidde hun slogan', aldus Buthelezi. Markteconomie Tussen het ANC en de Zulu-leider is het nooit meer goed gekomen, temeer omdat Buthelezi als tegenstander van economische sancties en voorstander van vrije markteconomie een gevierd man werd in de Westerse zakenwereld, een graag geziene gast in de gezelschappen van grote industrielen. En door zijn verzet tegen de gewapende strijd werd hij gastvrij onthaald door Ronald Reagan, Margaret Thatcher en Franz-Josef Strauss.

De naam Buthelezi werd binnen ANC-kringen een scheldwoord voor verraad. Toen eind vorig jaar aanhangers van het ANC in Soweto de vrijlating van Walter Sisulu vierden, was Buthelezi niet welkom en ook Mandela ging in het gevang een ontmoeting met de Zulu-leider uit de weg uit vrees voor ruzie met de verbannen ANC-top in de Zambiase hoofdstad Lusaka.

De felle strijd tussen aanhangers van het ANC en Inkatha in de provincie Natal - die de afgelopen twee jaar ruim 2.000 mensen het leven heeft gekost - is echter een grote zorg voor Mandela die de afgelopen jaren vanuit de gevangenis probeert eenheid onder de zwarte verzetsgroepen te smeden voordat hij begint met onderhandelingen.

In februari van het vorig jaar schreef hij Buthelezi een brief waarin deze eervol werd aangesproken met 'Shenge', de clannaam van de Zulu-leider. 'Mandela lijdt onder de rivaliteit tussen het ANC en Inkatha. Hij is nog de enige die de kloof tussen ons en het ANC kan overbruggen', zegt Buthelezi die de vrijlating van Mandela altijd als voorwaarde voor onderhandelingen met Pretoria heeft gesteld. Volgens de Zulu-leider is er nog weinig tijd om de verzoening tussen ANC en Inkatha tot stand te brengen. 'De Klerk heeft ons vorige week verrast. Hij ging verder dan ik dacht. En nu zijn de zwarte groepen aan zet. Als we ons niet verenigen, worden we uitgespeeld.'

Geen geweld Buthelezi is ingenomen dat het ANC nu wel wil praten: de gewapende strijd is uitzichtsloos, omdat de steun uit Oost-Europa is weggevallen. De Zulu-leider hoopt dat aan de ronde tafel zijn plannen voor een zogenoemde Kwazulu-Natal 'Indaba' weer actueel worden.

Door de vervlechting van het thuisland Kwazulu met Natal wilden Buthelezi en een groep liberale blanken in 1986 een gemeenschappelijk parlement vormen waarin het beginsel van algemeen kiesrecht werd verenigd met bescherming van culturele minderheden: een Eerste Kamer wordt gekozen volgens algemeen stemrecht, terwijl culturele minderheden in de Tweede Kamer een vetorecht krijgen. Die plannen werden toen door de toenmalige president Pieter Botha afgewezen 'omdat ze zouden leiden tot een meerderheidsbewind'. Er kon in Natal geen experiment worden uitgevoerd met Buthelezi's idee van machtsverdeling. Maar na de ommezwaai van De Klerk liggen de kaarten anders en haalt Buthelezi zijn concepten uit 1986 weer uit de kast. 'Kiesrecht voor allen is ook voor mij het einddoel, maar we moeten de culturele minderheden in een overgangsperiode nog extra beschermen. Apartheid is immers het produkt van angst, en die angst moest wegslijten.'

    • Derk-Jan Eppink