Bonn besluit onder druk tot monetaire unie

BONN, 8 febr. - 'Natuurlijk zou een gefaseerd plan voor een Duits-Duitse monetaire unie onze voorkeur hebben gehad, maar onder druk van de huidige omstandigheden zou dat niet realistisch meer zijn.'

Met deze woorden verdedigde de Westduitse minister van financien Waigel (CSU) gisteren in de Bondsdag het aanbod aan de DDR om snel een monetaire unie te vormen. De Bondsregering wil met haar aanbod om de D-mark spoedig in de DDR in te voeren de Oostduitse bevolking een 'bemoedigend signaal' geven dat de ontwikkeling gaat 'in de richting van Duitse eenheid met een realistische sociale en vrije markteconomie', aldus Waigel. Hij en zijn collega Haussmann (FDP, economische zaken) zijn het in feite eens met de bedenkingen van economische deskundigen tegen een snelle monetaire unie van twee economieen die naar aard en kwaliteit zo verschillend zijn als die van de Bondsrepubliek en de DDR. Maar het gezags- en vertrouwensverlies in de DDR, haar economische noodtoestand en het vertrek van gemiddeld 2.000 Oostduitsers per dag naar de Bondsrepubliek dwingen tot dramatische keuzen, zeiden zij. Wel zijn nu zeer snel drastische economische en andere hervormingen in de DDR nodig, zei Haussmann, die er nogmaals over klaagde dat het overgangskabinet-Modrow op dat stuk tot nu toe eigenlijk teleurstellend weinig had gedaan. Haussmanns partijgenoot Lambsdorff, voorzitter van de FDP en oud-minister van economische zaken, waarschuwde in de Bondsdag dat een monetaire unie zonder radicale economische hervormingen in de DDR gedoemd is te mislukken. 'Dan brengen we alleen maar goed geld naar een failliet economisch stelsel', zei hij. Het kabinet-Kohl heeft zijn aanbod aan de DDR besproken in aanwezigheid van de president van de Bundesbank, Pohl. Hoewel deze gereserveerd staat tegenover de nu voorgestelde snelle monetaire unie had hij er ten slotte toch begrip voor en instemming mee uitgesproken. Pohls Bundesbank zou als de D-mark in de DDR officieel (leidend) betaalmiddel wordt in feite de monetaire regie krijgen.

Volgens Pohl is het nu 'technisch nodig dat er tussen de Bondsrepubliek en de DDR snel een verdrag komt waarin de DDR al een deel van haar monetaire en economische soevereiniteit afstaat'.

De president van de Bundesbank sprak van 'een historisch moment' op de weg naar Duitse eenheid. Het is nu niet de tijd voor bezorgd boekhouden over de risico's voor de korte termijn, zei hij. Op de langere termijn is Duitse eenheid ook economisch positief, zei Pohl en hij wees op de hoogterecords die de effectenbeurs in Frankfurt al maandenlang kent. 'De ondernemers die in de DDR willen investeren staan in Noord-Amerika, Japan, Europa, de Bondsrepubliek al in de startblokken. Er zullen straks DDR-bedrijven moeten sluiten maar er zullen veel meer nieuwe bedrijven voor in de plaats komen.

Bovendien: 'Wat is het alternatief, de grens tussen de DDR en de Bondsrepubliek sluiten?' In gesprekken die de bankpresident dinsdag in Oost-Berlijn had gehad met minister Christa Luft (SED, economische zaken) en zijn collega Kaminsky van de Oostduitse staatsbank was Pohl gebleken dat zij niet voelden voor een snelle momentaire unie van beide Duitse staten.

'Maar', aldus Pohl gisteren voor de televisie, 'toen kenden zij dit aanbod van de Bondsrepubliek nog niet. En bovendien, mevrouw Luft zal na de DDR-verkiezingen van 18 maart waarschijnlijk geen minister meer zijn, de huidige DDR- regering zit er niet lang meer', voegde hij daaraan toe. Volgens Pohl zou de introductie van de D-mark in de DDR in feite neerkomen op een gedwongen algehele sanering van het Oostduitse geldwezen (een geforceerde Wahrungsreform). Minister Waigel ontkende dat niet. Op de vraag of de D-mark misschien al voor de Oostduitse verkiezingen (18 maart) als betaalmiddel haar intrede zal doen in de DDR, reageerde hij gereserveerd. Nog afgezien van het antwoord dat de DDR-regering zal geven op Bonns aanbod, en afgezien ook van de economische hervormingen die in de DDR nodig zijn, moet eerst nauwkeurig worden geinventariseerd hoe de economische en monetaire situatie daar precies is. 'De kas moet eerst worden opgemaakt (ein Kassensturz ist notwendig)', zei Waigel. Evenmin als Pohl wilde Waigel speculeren over de kosten en andere gevolgen van een snelle Duitse monetaire unie voor de Bondsrepubliek.

'Ik zie geen reden om over hogere belastingen te spreken. We hebben voor komende jaren groeiprognoses van drie tot vier procent, daaruit kunnen we veel financieren', zei hij. In het verkiezingsjaar 1990 gaf Waigel wel een verkapte waarschuwing aan de (oppositionele) SPD met de woorden: 'Dat moet wel solide blijven gebeuren, zonder een gevaarlijke verhoging van het overheidstekort of de belastingquote, want dat zou de concurrentiekracht van het bedrijfsleven aantasten.'

Waigel gaf daarmee een tikje terug aan de SPD, die hem in de Bondsdag scherp had gekritiseerd wegens de volgens haar te magere suppletoire begroting van een kleine zeven miljard mark die hij in verband met extra 'Duits-Duitse' uitgaven dinsdag had ingediend. De sociaal-democraten stemmen in met het aanbod van een snelle monetaire unie aan de DDR. Mevrouw Matthaus-Maier, die dit twee weken geleden al bepleitte in het weekblad Die Zeit, constateerde dat de bondsregering daarmee in feite een idee van de SPD heeft overgenomen. Dit gaf aanleiding tot een debatje met een stevige verkiezingslucht tussen regeringsfracties en oppositie over de vraag wie over de Duitse kwestie de afgelopen maanden het eerst slechte dan wel goede ideeen heeft gehad. Volgens de SPD moet de bondsregering veel ruimer aan praktische hulp voor de DDR doen. 'U moet bijvoorbeeld het verval van de steden in de DDR helpen voorkomen, de daken van de huizen helpen dichten voor het herfst is. Dat kan gemakkelijk als er wordt geschrapt op de defensiebegroting, die uitgerekend in 1990 de hoogste is in de geschiedenis van de Bondsrepubliek', zei mevrouw Matthaus. Zij vroeg ook om snelle beeindiging van de bijzondere overbruggings- en opvanghulp voor nieuwe Westduitsers uit de DDR en Oost-Europa en hun directe toegang tot de sociale zekerheid. SPD-kanselierskandidaat Lafontaine bestookt Kohls kabinet al geruime tijd met zulke suggesties. In (mede) door de CDU geregeerde deelstaten als Baden- Wurttemberg en Nedersachsen is deze week een zekere beperking aangebracht op zulke opvanghulp, de Bondsregering bestudeert de mogelijkheid van kortingen op federaal niveau. Niettemin noemde minister Schauble (CDU, binnenlandse zaken) mevrouw Matthaus' oproep 'onverantwoordelijk' en geschikt om de Oostduitse bevolking in paniek te brengen.