AID: Controle kotters per satelliet is toekomstmuziek

HIDDE VAN DER PLOEG DEN HAAG, 8 febr. - Buitenstaanders van de visserijwereld hebben het maandag gepresenteerde plan om de Nederlandse kotters via een satelliet-meldingssysteem te controleren, als het meest in het oog springend ervaren. Maar plaatsvervangend directeur J. Enting van de Algemene Inspectie Dienst (AID) ziet dat heel anders. Hij is blij dat hij onmiddellijk aan het werk kan met klassieke midelen als betere controle van administraties en onverwachte inspecties. Het satelliet- meldingssysteem ziet hij de AID pas in de verre toekomst toepassen, als het al zover zal komen. Pas over enkele maanden zal het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij inzicht hebben in alle aspecten van het volgen van visserschepen per satelliet. De eventuele praktijkuitvoering zal nog veel langer op zich laten wachten.

Daarentegen kunnen de andere voornemens van minister Braks - zoals het scherper controleren van de administraties van afslagen, reders, handel en industrie - onmiddellijk in de praktijk worden gebracht. En met het voorgestelde inzetten van mobiele teams die in de Nederlandse havens op volstrekt onvoorspelbare momenten opduiken, is men in feite al begonnen in november van het vorig jaar. Die laatste methode zal nog worden geintensiveerd en kan volgens AID-topman Enting de nodige illegale aanlandingen aan het licht brengen. Vissers mogen in slechts veertien Nederlandse havens vis aanlanden en dat dan nog alleen op vastgestelde lostijden. In alle andere gevallen is er sprake van kwade trouw. 'Ik heb trouwens de indruk dat men er binnen de visserij van doordrongen is dat het zo niet langer kan', zegt Enting. 'Ik hoor daar geluiden dat velen langzamerhand een genormaliseerde toestand willen.'

Flexibiliteit De plaatsvervangend directeur werkt al 32 jaar bij de AID. Hij meent dat de laatste vijf jaar 'redelijk veel is veranderd'.

Dat heeft alles te maken met het 'einde van de groei' zoals die wordt ervaren op allerlei terreinen: in de visserij, maar ook bij de mestwetgeving en bijvoorbeeld via de superheffing op melk. 'De prioriteiten zijn anders komen te liggen. Vijf jaar terug waren we op veemarkten aanwezig met vijftien man. Nu zijn dat twee of drie mensen. Dat heeft te maken met gezondheidsverbetering van het vee en een betere registratie.

Daardoor kunnen we die andere twaalf controleurs elders inzetten.'

Enting roemt de vakkennis en flexibiliteit van zijn Dienst. Toen in 1987 de stelselmatige controle bij aanlandingen van kracht werd, is de mankracht in die sector in een paar maanden van 40 op 90 gebracht. De AID heeft 645 mensen in dienst, daarnaast functioneren er nog 450 onbezoldigd. Ze krijgen een opleiding bij de AID, worden beedigd en vanaf dat moment zorgvuldig begeleid. Tot begin 1989 traden op zee ook marine-officieren na een korte cursus op als onbezoldigd visserijcontroleur, dat systeem is nu vervangen door de situatie dat AID en politie de controles verrichten en de marine mijnenvegers inzet voor het vervoer. 'Het is wel een taakverzwaring', zegt Enting, 'maar zo is het om een aantal redenen beter. De wetgeving kan iedereen leren, maar de praktijk ... '

Het takenpakket is in de loop van de jaren uitgebreid. Zeven jaar geleden werd de AID belast met de controle op bijvoorbeeld het dopinggebruik op de draf- en renbanen. Ook de controles op de binnenkomst van uitheemse diersoorten en planten op Schiphol en in de Rotterdamse haven is vijf jaar geleden van een onbezoldigde bezigheid geworden tot een taak voor vaste krachten. De Dienst komt ook vaker in de publiciteit dan Enting was gewend. 'We zoeken de publiciteit niet, maar gaan 'm ook niet uit de weg', zegt hij. 'Visserijfraude, mestoverschot, bestrijdingsmiddelen; het zijn zaken die de burger veel meer aanspreken dan problemen op het terrein van de aardappelmoeheid.'

Toen de vissers de bepalingen in ernstige mate begonnen te overtreden was het voor de AID- ambtenaren wel even wennen. 'We hebben de betrokken ambtenaren door specialisten trainingen laten geven om hun weerbaarheid te vergroten, althans psychologisch. Zelfverdedigingstechnieken zijn nooit aan de orde geweest. In bedreigende situaties treden we terug tot de politie aanwezig is.'

Particulier De visserijwereld heeft 'tegenstander' AID in het verleden wel beschuldigd van corruptie. 'Dat is in zijn algemeenheid niet waar', zegt Enting. 'Er is een geval geweest, dat kun je als organisatie nu eenmaal niet geheel uitsluiten. Ik begrijp best dat ons optreden kwaad bloed zet, maar het bewijs van ons correct functioneren wordt geleverd door de houding van de vissers die zich aan de regels houden, die hun rechten beschermd willen zien.'

In de havens wordt tegen het weekeinde, wanneer het aantal binnenlopende vissers voor topdrukte zorgt, gebruik gemaakt van de particuliere Nederlandse Veiligheidsdienst die de telling verzorgt van aangelande vis. Met die organisatie bestaat een overeenkomst van 42.000 uur op jaarbasis. Zijn de beweringen over malversaties van de AID misschien toe te schrijven aan het functioneren van die firma? 'Er zijn geen redenen of aanwijzingen om te veronderstellen dat ze onbetrouwbaar zouden zijn', zegt Enting. Op langere termijn ziet Enting ook het satelliet-meldingssysteem zeker als een nuttig controlemiddel. De regelgeving dient naar zijn idee te worden gekoppeld aan het recht tot vissen. Daarmee zou het onklaar maken van apparatuur aan boord worden tegengegaan. Als via een satelliet ieder half uur de bewegingen van de Nederlandse visserschepen kunnen worden nagegaan, dan blijven er weinig mogelijkheden over tot frauderen.

Ook bij overladen op zee bijvoorbeeld is het eenvoudig te constateren dat twee schepen zich bij elkaar bevinden waarna hun respectievelijke routes makkelijk kunnen worden gevolgd.